Scandinavische Mythologie: Dwergen

Dwergen (svartalf, zwartelven) spelen een belangrijke rol in Scandinavische mythologie. Ze wonen ondergronds in Svartalfheim, een rijk vol mijnen en labyrinten, en ze zijn pikzwart. Hun bekendste eigenschap is dat ze fantastische smeden zijn, ze maken de beste wapens en de mooiste juwelen. 

In de mythologie wordt verteld dat de dwergen gemaakt zijn uit zand en steen. Als ze blootgesteld worden aan zonlicht vallen ze ook weer uiteen in zand en aarde. Daarom wonen de dwergen ondergronds. In Gylfaginning wordt verteld dat de vier dwergen Norðri, Suðri, Austri en Vestri de hemel op hun schouders dragen. 

Hun status als gedreven ambachtslieden wordt geïllustreerd doordat dwergen verantwoordelijk zijn voor de drie belangrijkste godenartefacten. Zo worden de dwergen Brokk en Eitri genoemd als makers van Thors hamer Mjölnir, Odins armring Draupnir en Gullinbursti, het gouden wilde zwijn van Freyr. Zij maken deze voorwerpen om aan Loki te bewijzen dat zij mooiere dingen kunnen maken dan de dwergen die ‘de zonen van Ivaldi’ worden genoemd. De zonen van Ivaldi hebben bijvoorbeeld Gungnir, de speer van Odin, en Skíðblaðnir, de opvouwbare boot van Freyr gemaakt. 
Helaas voor Loki slagen de dwergen erin om de zonen van Ivaldi te overtreffen, Loki heeft namelijk zijn eigen hoofd ingezet in de weddenschap. Hij weet zich eruit te praten door de dwergen er op te wijzen dat ze zijn nek moeten doorsnijden om zijn hoofd te krijgen, en zijn nek is natuurlijk nooit onderdeel geweest van de weddenschap! De dwergen moeten hem daar gelijk in geven maar laten zijn bedrog niet ongestraft: ze besluiten om zijn mond dicht te naaien zodat hij anderen niet kan bedriegen met zijn woordspelletjes. 
Dwergen zijn ook zeer bedreven in het werken met goud, ze kunnen er zelfs haar van maken. In Skáldskaparmál lezen we hoe de dwergen haar van goud maken, zo fijn als zijde en zo licht dat zelf een vogel het gewicht niet kan voelen. Dit alles omdat Loki als grap het haar van Thors vrouw Sif heeft afgeknipt en alleen haar van goud Sif weer gelukkig kan maken. 
Andere voorwerpen die in de mythologie terugkomen zijn een helm, Huliðshjálmr, met een bijbehorende cape die er voor zorgen dat de dwergen onzichtbaar worden en een ring die vergelijkbaar is met Odins Draupnir. Deze ring is gemaakt door de dwerg Andvari, Waakzaam. 
Andvari leeft onder een waterval en kan zichzelf veranderen in een snoek. Hij heeft een ring gesmeed, Andvaranaut (het geschenk van Andvari) met dezelfde magische eigenschap als Draupnir: ook uit deze ring komen elke negende dag acht nieuwe ringen. Andvari is schatrijk geworden. Op een dag wordt Andvari in zijn gedaante als snoek gevangen door Loki die op zoek is naar goud. Loki eist al het goud van Andvari en in zijn hebzucht pakt hij ook de ring. Andvari vervloekt de ring en zijn schat: iedereen die de volledige schat bezit, zal sterven.
Er zijn ook dwergen beroemd (of berucht) geworden om andere dingen dan de voorwerpen die ze maken. Fjalar en Galar, bijvoorbeeld. Zij besluiten om de reus Kvasir te vermoorden om zijn kennis te stelen, zijn bloed mengen ze met honing om mede te maken. Ieder die deze mede drinkt, wordt dichter of geleerde. De dwergen raken de mede kwijt als ze de reus Gilling en zijn vrouw vermoorden. Suttung, de zoon van Gilling, ontdekt dat Fjalar en Galar zijn ouders hebben vermoord en bedreigt de dwergen. Om hem te sussen bieden Fjalar en Galar Suttung de magische mede aan. Suttung verstopt de mede middenin een berg en laat zijn zus Gunnlod de mede bewaken.
Een andere beroemde dwerg is Alviss, Alwijs. Zijn verhaal is een tragisch liefdesverhaal. Thrud, de mooie dochter van Thor, is als vrouw beloofd aan Alviss. Thor wil echter niet dat Thrud met een dwerg trouwt, hij eist dat Alviss eerst bewijst dat hij echt alwetend is. Alviss stem toe, verblind door liefde voor Thrud. Thor begint vraag na vraag af te vuren op Alviss, de vragen gaan over alle werelden, over de zee, de hemel, de aarde, het duurt zo lang dat de ochtend aanbreekt en Alviss verrast wordt door het zonlicht waardoor hij in steen verandert. 
Er is ook nog een aantal andere dwergen uit de Scandinavische mythologie eeuwen later beroemd geworden. Het is geen geheim dat Tolkien geïnspireerd is geraakt door de Scandinavische mythologie. Hij studeerde in 1915 af in Engelse filologie (taalkunde die zich op dode talen richt) met Oud-noords als extra vak. De namen die hij geeft aan zijn dwergen in De Hobbit, komen rechtstreeks uit Völuspá: Thorin met het Eikenschild, Dvalin, Bifur, Bofur, Bömbur, Nóri, Óinn, Thrór, Thrain, Fíli en Kíli. Zo leeft de Scandinavische mythologie ook in moderne media en literatuur voort. 

Scandinavische Kunst

Als je denkt aan kunst in Noorwegen komen een paar namen meteen naar boven: Edvard Munch als bekendste schilder, Ole Bull en Edvard Grieg als componisten en Arnstein Arneberg, de architect van het Stadhuis in Oslo. 
In Noorwegen en heel Scandinavië, is nog veel meer oude en moderne kunst te ontdekken. In deze 

serie vertel ik elke keer iets over een interessante, wat onbekendere, Noorse of Scandinavische kunstenaar. Deze eerste aflevering gaat over een jonge fotografe: Bjørg Elise Tuppen.

Bjørg Elise Tuppen is een Noorse fotografe en grafisch ontwerper uit Harstad. In haar werk staat het prachtige Noorse landschap centraal, in het landschap verwerkt ze een onverwacht element. 

Zo geeft het project ‘Visual Strangeness’ een dromerige alternatieve werkelijkheid weer met vissen die door het gras zweven en een pinguin die over een landweg loopt. 
De foto’s hebben een dromerige sfeer en zijn niet duidelijk zichtbaar bewerkt. Daardoor laten ze je met een gevoel achter dat het beeld best wel eens waar zou kunnen zijn, maar dat er iets is wat niet helemaal klopt. Dat maakt deze foto’s zo sterk.

Visual strangeness – A Dream of Fish and Bluebells

Een van Bjørg Elise Tuppens andere projecten heet ‘Norway, the land of myths and folklore’. Op deze foto’s staan wezens uit de Scandinavische mythen en sagen. 

Myths and folklore -Jotne

Ze toont onder andere huldra, elven en reuzen in hun natuurlijke omgeving. Ook dit levert fantastische plaatjes op.

In een van haar nieuwste projecten ‘In Between elements’ speelt Bjørg Elise met richting en dimensie, waarbij ze bijvoorbeeld bij een foto van een plas in een weiland de waterdruppels uitvergroot, bij een andere foto spiegelt ze land en lucht. 

In between elements – road

In between elements – Swimming

Deze foto’s en meer zijn te zien op haar Behance pagina: 

https://www.behance.net/Bjorg-Elise

Alle foto’s zijn van Bjørg Elise Tuppen, hier geplaatst onder een creative commons licentie: CC BY-NC-ND 4.0, https://creativecommons.org/licenses/by-nc-nd/4.0/

Recensie: De Rustelozen

De Rustelozen, Linn Ullmann, vertaald door Lucy Pijttersen, Hollands Diep, Amsterdam, november 2016.

Dat Linn Ullmann de buitenechtelijke dochter is van de spraakmakende en beroemde Ingmar Bergman en Liv Ullmann heeft altijd een rol gespeeld in haar eigen werk. 

Haar jeugd is niet makkelijk geweest, met ouders die er nooit waren en steeds wisselende kindermeisjes die haar grootbrachten. Van sommige meisjes herinnert Linn zich niet veel meer. Over ene Catherine schrijft ze: ‘Wat ik bedoel is dat ik me niet kan herinneren hoe ze eruitzag (…), maar wel weet ik nog dat er een donkere, zware sfeer om haar heen hing, blauw en treurig. Als ik haar zou moeten vergelijken met een vrucht, zou het een zwarte bes zijn.’ 

Haar moeders tijd wordt bij voortduring opgeslokt door films of door een constante stroom minnaars. Bij haar kluizenaar van een vader, die haar altijd in de derde persoon aanspreekt, brengt ze jaarlijks de maand juli door. Eenzaamheid en het gevoel van anders zijn staan centraal in haar jeugd.

Ingmar Bergman en Linn Ullmann willen samen een boek schrijven over ouder worden, daarom neemt Linn de gesprekken met haar dan 87 jaar oude vader op; haar vader is dan al zo vergeetachtig dat hij vaak van de hak op de tak springt. Nadat Ingmar Berman sterft, duurt het een paar jaar voordat Linn de opnames terugluistert en uiteindelijk dit boek over haar jeugd en ouders schrijft.

De Rustelozen staat vol transcripties van bandopnames, anekdotes, gesprekken en verhalen over de niet alledaagse jeugd en het verdere leven van Linn. Ze vertelt openhartig over de moeilijke, maar op hun eigen manier liefdevolle band die ze met haar vader en moeder had. Linn wisselt tussen het afstandelijk beschrijven van haar jeugd, waarin ze steevast aan zichzelf en haar familie refereert als ‘het meisje’ en ‘de vader’ en ‘de vrouw’ en hoofdstukken die zijn geschreven vanuit de ik-persoon. 

Ondanks de afstandelijkheid die daaruit klinkt, boet het verhaal niet aan kracht of intimiteit in. Juist de verschillen in toon en perspectief maken van De Rustelozen een indrukwekkend boek dat nog lang blijft hangen. Absoluut een aanrader en een van de beste boeken die ik in de afgelopen maanden gelezen heb.

Offerfeesten

De dagen worden langzaam weer kouder en donkerder en de feestdagen komen weer in zicht. Welke feesten vierden de vroegere Scandinaviërs eigenlijk?

In de Ynglinga saga wordt een aantal oude feesten genoemd en deze worden aangeduid met de term blót. Blót betekent ‘offer’, ‘verering’. Het woord offer is beladen, maar blót is etymologisch gezien niet gelinkt aan woorden voor bloed. Er werden vermoedelijk ook niet mensen ritueel geofferd. Een blót hield voornamelijk in dat mensen elkaar tijdens een feest ontmoeten en samen aten en dronken. Iedereen gaf bier en mede aan elkaar door en er werd geproost op voorspoed en gezondheid, of op een goed jaar en vrede (til árs ok friðar), terwijl in grote ketels op hete stenen varkensvlees en paardenvlees werd gekookt. In Håkon Góði saga wordt wel een gruwelijk detail van de viering genoemd: het bloed van de dieren werd als magisch gezien en werd over de muren en over beelden van goden gesprenkeld.

Voorbeelden van blót

Blót werden om verschillende redenen gehouden, vaak op speciale momenten in het jaar. Zo werd rond de oogsttijd een blót gehouden voor een goede oogst. In de winter tijdens de zonnewende, werd de terugkeer van het licht en het lengen van de dagen gevierd. Blót werden op speciale plekken gehouden. Zo wordt in de Ynglinga saga het Mälarenmeer in Zweden genoemd, het huidige Sigtuna. Odin ging bij dit meer wonen en liet een grote tempel bouwen waar blót gehouden werden.

Jaarlijkse blót

Volgens de wetten die Odin in Ynglinga saga voorschreef, moesten verschillende blót gehouden worden:

Een offer moest gebracht worden aan het begin van de winter voor een goed jaar, en midden in de winter een offer voor voorspoedige groei, het derde moest aan het begin van de zomer gehouden worden. Dat was het zegeoffer.

In Heimskringla schrijft Snorri ook een aantal keer dat jaarlijks drie offerfeesten gehouden werden, bijvoorbeeld in Olafs Saga Helga: ‘Nu is het hun oude gebruik om in de herfst een offerfeest te hebben om de winter te begroeten, een tweede in het midden van de winter en een derde aan het begin van de zomer om de zomer te begroeten.’

In Ólafs Saga Tryggvasonar wordt  nog een vierde offerfeest genoemd dat in het midden van de zomer plaats vond: het midzomerofferfeest (miðsumarsblót).Daarnaast wordt een landsofferfeest genoemd, het höfuðblót (hoofdoffer). Dit werd eens in de negen jaar gevierd. In Olafs saga helga staat daarover het volgende:

In Zweden was het een oud gebruik, toen het land nog heidens was, dat het hoofdoffer plaatsvond in Uppsala, in de maand gói. Offers werden gebracht voor vrede en voor de zege van de koning. Op deze plek kwamen mensen uit het gehele Svea-rijk, en tegelijk zou ook het þing van de Zweden er plaatsvinden. Ook werden er markten gehouden die een week duurden.

Na de kerstening werden deze feesten vervangen door christelijke feesten. Dit wordt beschreven in de Ágrip af Nóregskonungasögum (Synopsis van de sagen van de Noorse koningen). Deze synopsis werd geschreven rond 1190 door een onbekende Noorse auteur. Daarin wordt verteld dat koning Olaf Tryggvason het heidense offeren verbood, en in plaats daarvan vier feestelijke drinkgelagen‚ blótdrykkjur‘, invoerde: met Kerstmis, met Pasen, een ‘lichtbier’ met Sint Jan en een ‘herfstbier’ met Sint Michaël.

Blót in huiselijke kring

Naast deze landelijke vieringen waar veel mensen samenkwamen, waren er ook blót die thuis in de familiekring werden gevierd. Een voorbeeld daarvan is de álfablót. Dit was een familieaangelegenheid waarbij vreemden niet welkom waren. De vrouw van het huis leidde deze viering waarbij ook bier gedronken werd. We lezen hierover in het skaldendicht Austrfararvísur. Sighvatr komt na een lange reis met zijn gevolg hongerig en vermoeid aan in Hof, het huidige Stora Hova in Västergötland. Deze keer worden ze niet gastvrij ontvangen zoals ze gewend zijn, maar wordt de deur niet eens voor ze opengedaan. Sighvatr moet zijn neus door een nauwe opening steken om met de bewoners te praten; deze sturen Sighvatr echter weg vanwege de álfablót. Sighvatr antwoordt dat hij hoopt dat de trollen hen zullen komen halen! Ook bij de volgende plekken worden ze weggestuurd, zelfs bij de hoffelijkste man van de streek. Sighvatr verzucht dat als dit de beste man is, hij de gemeenste man nooit hoopt te ontmoeten.

Tegenwoordig zijn we gelukkig wat gastvrijer tijdens de feestdagen!

 

Recensie: Haaienkoorts

Haaienkoorts, Morten A. Strøksnes, vertaald door Paula Stevens. Atlas Contact, Amsterdam, oktober 2016.

De twee vrienden Morten Strøksnes (journalist) en Hugo Aasjord (kunstenaar) hebben afgesproken om samen op zoek te gaan naar de Groenlandse haai. Lang moeten ze wachten op het perfecte weer, maar dan, drie en een half miljard jaar nadat het eerste primitieve leven zich in de zee ontwikkelde, is het eindelijk zo ver. Morten reist via Bodø naar Engeløya in Steigen, waar Hugo woont en hier bereiden de heren zich voor op hun avontuur.

Strøksnes beschrijft de voorbereidingen en de tocht zelf, schrijft ondertussen ook zijn overpeinzingen op over het zeeleven, haaien, de Noorse natuur, de kosmos en al het andere wat in zijn hoofd omgaat tijdens het wachten in een rubberbootje. Hun eerste poging de Groenlandse haai te zien slaagt niet, er steekt een storm op die net wat te lang duurt. Strøksnes moet terugkeren naar Oslo. In de eerstvolgende maand maart gaan ze het nog een keer proberen. Zal het dit keer wel lukken?

Strøksnes is een ontzettend goede schrijver. De manier waarop hij het eiland, de zee en het weer beschrijft is fenomenaal. Als lezer voel en zie je wat hij meemaakt. De rode draad van het verhaal – de zoektocht naar de haai – is soms lastig te volgen omdat Strøksnes het verhaal steeds onderbreekt met episodes vol met informatie en overpeinzingen.

Strøksnes schrijft over haaien, kabeljauw, historische visserij en veel meer. De schrijver mijmert intussen ook over zijn zwangere vriendin, vrienden, zijn ongeboren kind, de wereld.

Alles is ontzettend goed, onderhoudend en meeslepend geschreven en zeer interessant om te lezen, maar het leidt soms af van het eigenlijke verhaal.

Ondanks deze waarschuwing, kan ik niet anders dan Haaienkoorts aanraden. Strøksnes slaagt er als geen ander in om droge wetenschap op een onderhoudende manier met literatuur te combineren. Soms is het door de informatiedichtheid en zijpaadjes die Strøksnes inslaat even doorbijten, maar het is het waard: als lezer heb je veel bijgeleerd en heb je ook nog eens een spannend verhaal gelezen als je het boek dichtslaat.

Magie in de Scandinavische mythologie

In de Scandinavische mythologie zien we vaak verwijzingen naar magie of magische gebeurtenissen. De meest
voorkomende woorden voor verschillende vormen van magie zijn trolldómmr (magie), gandr (magische staf), galdr (bezweren) en seiðr, waarbij seiðr de meest bekende term is. In latere teksten, na de kerstening, worden de termen hindrvitni (bijgeloof) en vantrú (ongeloof) gebruikt en deze nieuwere termen geven meteen ook weer dat de opvatting over magie veranderd is ten opzichte van de heidense tijd.

Seiðr

Seiðr betekent letterlijk ‘koord/streng’; het is een vorm van het veranderen (opnieuw ‘weven’) van iemands lot. Het is net als de andere vormen van magie een techniek om in contact te komen met de bovennatuurlijke krachten en hen te verplichten of proberen te overtuigen om te doen wat de beoefenaar wil.

Freyja en Odin worden in verband gebracht met seiðr. Van Freya wordt in Ynglinga saga gezegd dat de Vanen het beheersen en dat Freya deze kunst aan de Æsir leert:

Dóttir Njarðar var Freyja. Hon var blótgyðja. Hon kenndi fyrst með Ásum seið, sem Vönum var títt.

‘Freya was de dochter van Njord, ze zat het offer voor. Zij was de eerste die de Æsir seiðr leert, wat de gewoonte was bij de Vanen’.

Seiðr is iets waar voornamelijk vrouwen zich mee bezighouden. Odin beoefent het ook, maar hij is een uitzondering. In Lokasenna beschuldigt Loki Odin van het beoefenen van seiðr. Loki noemt het een verwijfde (ergi) kunst. In Ynglinga saga lezen we daarnaast dat het beoefenen van seiðr ervoor zorgt dat de beoefenaar zwak en hulpeloos wordt.

Magie in het dagelijks leven en wetten 

Naast de goden beoefenen gewone mensen ook tovenarij. Vrouwen die seiðr beoefenen worden vǫlva ‘drager van een (magische) staf’ genoemd. De vǫlva spelen een belangrijke rol in de middeleeuwse Scandinavische maatschappij. Het zijn meestal wat oudere vrouwen  die rondreizen, vaak met een gevolg van jonge mensen om zich heen. Ze reizen langs iedere boerderij en verlenen in ruil voor onderdak en eten en op uitnodiging magische diensten, zoals waarzeggerij, het voorspellen van de toekomst en het weer en het verkopen van amuletten.

De 13e eeuwse saga Eiríks saga rauða, over Erik de Rode, vertelt over Thorbjorg, een seiðkona of vǫlva in Groenland. Ze draagt een blauwe mantel met kap en een muts van zwarte lamswol, afgewerkt met wit kattenvel; in haar handen heeft ze de symbolische toverstaf (seiðstafr). Ze draagt een tas bij zich met amuletten die ze nodig heeft in haar wijsheid. Aan haar handen draagt ze handschoenen van kattenpels, binnenin zijn de handschoenen wit en harig. 

In wetteksten zijn deze praktijken na de kerstening meteen in de ban gedaan. In een 13e-eeuws manuscript (dat waarschijnlijk een eeuw eerder is opgetekend) uit het westelijke fjordengebied van Noorwegen, de Gulaþingslög, staat een hoofdstuk ‘Aangaande profetieën en hekserij’. In dit hoofdstuk wordt gezegd dat mensen niet in waarzeggerij, hekserij en vloeken moeten geloven en er worden straffen voorgeschreven voor mensen die er wel in geloven of die zich ermee bezighouden.

Om te weten te komen wat deze magische praktijken precies inhouden, komen we niet veel verder met deze wettekst.

De Borgarþing wetten, de overgeleverde wetten van het gebied rondom de Oslofjord, geven gelukkig meer details. Deze wetten worden gedateerd in het midden van de 12e eeuw en zijn in 14e-eeuwse manuscripten overgeleverd. Er wordt hierin verteld over een vrouw die de vinger of teen van haar kind afbijt om zo te zorgen dat het kind lang leeft. Ook wordt gezegd dat ‘de slechtste heks’ een heks is die een man, vrouw, kind, koe of kalf vernietigt. Er wordt ook gesproken over amuletten (van mensenhaar, nagels of kikkerpoten) die in bedden of houten balken gevonden worden. De plaats Finnmark wordt specifiek genoemd, er staat namelijk een straf op als iemand naar Finnmark reist voor waarzeggerij. Tenslotte worden trollenrijders, waarzeggers en mensen die in landgeesten geloven genoemd en wordt specifiek melding gemaakt van een ritueel waarbij iemand ‘buiten zit’ om de toekomst te ontrafelen. 

Dat spreuken en magie niet altijd over kikkerpoten of waarzeggerij gaan, bewijst het volgende mooie voorbeeld van een spreuk die we kunnen volgen van vroege sagen, via wetteksten van eeuwen later tot aan het huidige IJsland. Het gaat om de uitdrukking ‘til árs ok friðar’. We vinden deze uitdrukking in de Edda, waar Snorri zegt dat je bij de god Freyr moet zijn om te bidden voor ‘overvloedige oogsten en vrede’ (til árs ok friðar). In de Gulaþingslög wordt dezelfde uitdrukking gebruikt als een gebed naar Jezus en Maria voor overvloedige oogst en tegenwoordig wordt het tijdens nieuwjaar nog als gelukwens gebruikt in IJsland. 

Recensie: Veenbrand

Veenbrand, Karin Fossum, vertaald door Lucy Pijttersen, Marmer, Baarn, 2016.

Voor Veenbrand kreeg Fossum in 2015 de Rivertonprijs voor het beste spannende boek van Noorwegen.

Veenbrand van Karin Fossum is het langverwachte 12e deel in de serie over inspecteur Konrad Sejer. Het begin van het boek schetst meteen sfeer: het is eenwarme dag in juli als inspecteur Konrad en zijn collega Jacob Skarre in een oude, roestige caravan Bonnie en haar zoontje Simon vinden. Ze zijn met messteken omhet leven gebracht. Sejer en Skarre hebben weinig aanwijzingen en staan voor een raadsel.

In de rest van het boek vertelt Fossum, springend door de tijd en wisselend tussen drie verschillende perspectieven, het verhaal achter deze moorden. Centraal staat de vraag: wie voelt er zoveel woede jegens een kleine jongen en zijn vriendelijke, zachtaardige moeder?

We lezen natuurlijk over Konrad Sejer en Jacob Skarre die de moord op moeder en zoon proberen op te lossen. Ze interviewen familie en getuigen en stellen honderden vragen, wanhopig proberend om aanknopingspunten te vinden. Steeds als ze denken er bijna te zijn, blijken ze toch op het verkeerde spoor gezet te zijn.

We lezen over hoe Bonnie en Simon enkele maanden eerder leefden. Bonnie was een hardwerkende moeder, ze hadden het niet breed. Toch genoten ze van hun eenvoudige leven. Bonnie wilde niets anders dan het Simon naar de zin maken en had alles voor hem over.

We maken verder kennis met de 21-jarige Eddie, 130 kilo zwaar. Eddie heeft een niet nader genoemde psychische stoornis en woont bij zijn moeder. Zijn vader heeft hen een aantal jaren eerder in de steek gelaten voor een jongere vrouw. Zijn moeder praat daar niet meer over, zeker niet met Eddie. Eddie vult zijn dagen met het oplossen van kruiswoordpuzzels en eten en wil niets liever dan zijn vader vinden.

Fossum is een kei in het schrijven van realistische personages met veel diepgang. De kracht van haar boeken zit hem niet in spanning en sensatie, cliffhangers of schrikmomenten. Fossum maakt ietslos bij haar lezers, ze weet een voelbare, beklemmende, wat onbestemde spanning te creëren. Ze zorgt ervoor dat je meeleeft met deze personages en aan hen blijft denken.

Ondanks dat je steeds meent te weten hoe het werkelijk in elkaar zit en wat het verband is tussen de verschillende personages, geeft Fossum op het einde toch nog een enigszins verrassende, tragische wending aan het verhaal.

Al met al is Veenbrand een boek wat na het lezen nog in je hoofd blijft rondspoken, een aanrader dus voor de komende herfst!