Het wereldbeeld van de oude Scandinaviërs

Het wereldbeeld van de oude Scandinaviërs

De twee Edda’s

De meeste informatie over de Scandinavische mythologie is ons bekend geworden dankzij de in de middeleeuwen op IJsland opgetekende saga’s en twee manuscripten die allebei Edda worden genoemd: de Proza Edda en de Poëtische of Lied Edda. De laatste is het oudst; deze is bewaard gebleven in een manuscript uit de 14e eeuw, dat de Codex Regius wordt genoemd en dat 29 liederen of gedichten bevat waarvan er 11 betrekking hebben op de oudnoordse goden en de overige 18 de zgn. Volsungasaga bevatten waarin de held Sigurd centraal staat. Deze laatste zou je de Scandinavische versie van het Duitse Nibelungenlied kunnen noemen. Naast de Lied Edda is de Proza Edda overgeleverd, ook wel de Jongere Edda genoemd, geschreven door Snorri Sturluson. Deze twee Edda’s vormen samen de belangrijkste bron van kennis over het oudnoordse wereldbeeld, de mythen en legenden.

Het werk van Snorri

De vertel- en dichtkunst werd in de vikingtijd bedreven door zgn. skalden, dichters/zangers die zelfgemaakte of bestaande rijmverhalen en liederen voordroegen, zoals bijvoorbeeld de liederen die in de Lied Edda staan. Deze liederen werden veelal van skald tot skald overgedragen. Snorri Sturluson, een IJslandse hoofdman en geleerde uit de 13e eeuw, wilde na de kerstening van IJsland de traditionele dichtkunst behoeden voor de ondergang en tekende daarom zoveel mogelijk mondeling overgeleverde oude rijmverhalen op. Hij bundelde deze verhalen samen met een handboek van de oudnoordse poëzie met de bedoeling skalden in opleiding een overzicht van mythologische begrippen en verklaringen daarvan te geven, als een soort naslagwerk zou je kunnen zeggen. Zijn boekwerk bestaat naast een proloog over het ontstaan van het geloof in goden uit drie hoofddelen: de zogenaamde Gylfaginning, ‘de begoocheling van Gylfi’, over de wereld van de oudnoordse goden, het scheppingsverhaal en de ondergang; het tweede deel heet de Skáldskaparmál ‘over de dichtkunst’, dit bespreekt de taal van de dichtkunst, terwijl het laatste deel, de Háttatal, versvormen en rijmschema’s behandelt.

Wereldbeeld

Het wereldbeeld van de oude Scandinaviërs is vrij onoverzichtelijk. In de overleverde teksten is er sprake van twee verschillende wereldbeelden die naast en door elkaar heen bestaan, de ene is horizontaal, de andere verticaal. Waar ze het over eens zijn, is dat na Ragnarok, de ondergang, een betere wereld zal verrijzen. In het horizontale wereldbeeld is de aarde rond en plat. In het centrum liggen Åsgard, de godenwereld, en de Yggdrasill, de wereldboom, daaromheen ligt de mensenwereld Midgard. De reuzenwereld Jotunheimen ligt daar weer omheen. Dit alles wordt omringd door een machtige oceaan. Aan de overkant daarvan bevindt zich het rijk van de reus Utgardaloki. Boven de wereld wordt de hemel gesteund door vier dwergen die de windrichtingen verbeelden. Goden, reuzen en mensen leven samen op deze aarde. Diep onder de aarde bevindt zich het dodenrijk Hel. De windrichtingen spelen een grote rol: de dreigingen die Ragnarok zullen veroorzaken komen voornamelijk uit het oosten en het zuiden. Het verticale wereldbeeld onderscheidt een onbekend aantal werelden die boven elkaar bestaan. Snorri zelf noemt negen werelden waarvan Niflhel de onderste is, terwijl de reus Vafthrudnir in de Lied Edda pocht dat hij door negen werelden naar de Niflhel is afgedaald. Ook naar boven toe, boven Åsgard`, zouden nog verschillende hemels bestaan. De brug Bifrost is de verbindende schakel tussen aarde en Åsgard. Wereldboom Yggdrasil verbeeldt de verbinding tussen alle werelden, met vertakkingen naar boven toe en met wortels die op, onder en boven de aarde liggen, bij het dodenrijk Hel, de mensen en de goden.

De goden en andere wezens

De familie van de goden valt uiteen in Asen en Wanen. Deze tweedeling is ontstaan na de schepping van de wereld door Odin, Vili en Ve. Vili en Ve zijn na enige tijd tevreden met hun schepping en willen in de wereld rondtrekken, Odin is nog niet tevreden. Hier splitst de godenfamilie zich in tweeën: de Asen worden de volgelingen van Odin, de Wanen volgen Vili en Ve. De Asen worden veelal geassocieerd met strijd en handel, de Wanen zijn oorspronkelijk vruchtbaarheidsgoden, goden van zee en overvloed en zij worden door de Asen gevreesd vanwege hun magische krachten. De belangrijkste tegenstanders van de goden zijn de reuzen, de Jotner. Er zijn verder ook elfen of alven die vaak op een lijn met de goden gesteld worden. De Lichtalven wonen in een prachtig oord grenzend aan Åsgard. De Zwartalven wonen onder de grond en worden als aardgeesten gezien en vaak in een adem met de dwergen genoemd.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s