Recensie: Het jaar zonder zomer – Erika Fatland

Het jaar zonder zomer

De jonge Noorse antropologe en schrijfster Erika Fatland schreef eerder al Engelbewaarder van Beslan, een aangrijpend boek met ooggetuigenverslagen over de gijzeling van ruim 1100 schoolkinderen en volwassenen in de Russische stad Beslan. Eind november kwam haar nieuwe boek uit, Het jaar zonder zomer, over de bomaanslag in Oslo en het bloedbad op Utøya. De vraag die zij probeerde te beantwoorden was: hoe kon dit gebeuren?

Voor Nederlanders is dit het eerste boek dat hierover geschreven is. Omdat Fatlands eerdere boek over Beslan lovende recensies kreeg en zelfs genomineerd werd voor de Bragepris, werd er in Noorwegen veel verwacht van Het jaar zonder zomer. In Noorwegen zijn sinds 22 juli 2011 vele krantenartikelen en meerdere boeken over dit onderwerp geschreven, een reden waarom het boek van Fatland daar wisselend ontvangen werd en door sommige critici gezien werd als het zoveelste boek over Breivik en zijn aanslagen.

Fatland praat ook in Het jaar zonder zomer, net als in Engelbewaarder van Beslan, met slachtoffers, ooggetuigen en nabestaanden. Daarnaast probeert ze de aanslagen in een bredere context te plaatsen en kijkt ze ook naar de rechtszaak, het gedachtengoed van Breivik en andere eenzame terroristen, en de mensen die met Breivik in verband gebracht worden. Dit was de voornaamste reden voor mij om dit boek te gaan lezen. In de praktijk maakt deze brede opzet dat het boek een mengelmoes van verhalen in verschillende schrijfstijlen wordt. Fatland wisselt aangrijpende persoonlijke verhalen van slachtoffers, die tot in detail de gruwelijke uren op Utøya beschrijven, af met al even emotionele verhalen van nabestaanden, verwarde ooggetuigenverslagen, zakelijke verslagen van de gang van zaken in de rechtszaal en achtergrondreportages waarin Fatland op reis gaat. Gezien het zware onderwerp en de vreselijke verhalen van slachtoffers, is dit geen negatief punt van het boek. De contrasterende schrijfstijlen werken goed om de gebeurtenissen en de achtergrondinformatie in een breder perspectief te plaatsen. Fatland reist onder andere naar Malta, waar ze met een vermeende sympathisant van Breivik praat, en naar Oklahoma, waar ze de FBI én onderzoekers ontmoet die betrokken waren bij de bomaanslag in Oklahoma City. Fatland slaagt er erg goed in om de eigen stem van de mensen die zij ontmoet weer te geven, ze laat de ontmoetingen voor zichzelf spreken en analyseert en verbindt alle informatie die ze krijgt.

Dit is (zoals te verwachten was) geen makkelijk boek om te lezen. Het is wel een erg goed geschreven en tevens interessant boek met veel achtergrondinformatie om het drama beter te kunnen plaatsen en wat dat betreft zeker een aanrader.

Naschrift: Het jaar zonder zomer van Erika Fatland, vertaald door Maud Jenje en Sofie Maertens, De Geus, Breda, 2012.

Sociaal antropologe Erika Fatland (1983) spreekt zeven talen, studeerde en werkte in verschillende landen en wordt door haar veldwerk gezien als de expert van de Kaukasus in Rusland.

Berserkers

Berserkers

Als je aan een vikingkrijger denkt, zal misschien als eerste het beeld van een woest in zijn schild bijtende krijger in je opkomen. Die allesoverheersende woede was een van de vaardigheden van Odin om gevechten te winnen. Volgens een passage in Heimskringla is Odin in staat zijn vijanden in het gevecht blind, doof of bang te maken en hij maakt hun zwaarden zo bot dat ze er niet veel meer mee kunnen uitrichten dan met stokken. Odins mannen gaan het gevecht aan zonder maliënkolders en ze zijn woest als honden of wolven, bijten in hun schilden en ze zijn zo sterk als beren of stieren. Ze doden vele mensen, en vuur noch ijzer kan hen deren. Dit wordt berserkergang genoemd.

Berserkers worden al in vroege literaire bronnen met wolven en beren in verband gebracht en bedekken zich met huiden van deze dieren en hebben namen met de elementen ulf of bjørn. Er wordt zelfs gesuggereerd dat ze van gedaante kunnen veranderen. Ze vechten in groepen en er worden zware eisen gesteld aan krijgers die mee willen vechten. In Grettir’s Saga wordt verteld dat Grettir, een aspirant berserker, aan Bjorn, de leider van de berserkers, zijn kracht moet bewijzen door zijn mantel uit het hol van een beer te halen. Het lukt Grettir om de beer te doden en zijn mantel terug te pakken.

Over de berserkergang wordt geschreven dat het begint met klappertanden, rillen en een koud gevoel in het lichaam. Daarna zwelt het gezicht op en verandert het van kleur en wordt het hoofd ontzettend heet. Uiteindelijk uit de berserkergang zich in een ontembare woede waarbij de krijgers als wilde dieren huilen en over een bovenmenselijke kracht beschikken.

Berserkers worden in de sagas ook vaak beschreven als reuzen of trollen, omdat ze zo vreselijk lelijk zijn. In Orvar Odds saga wordt een berserker beschreven met zwart haar, waarvan een dikke lok zijn gezicht volledig bedekte zodat alleen zijn tanden en ogen zichtbaar waren. In Egils saga is de berserker Egil aanwezig bij een feest aan het hof van de Engelse koning Æþelstan. Egil wordt beschreven met zwarte ogen en doorlopende zware wenkbrauwen. Hij weigert tijdens zijn bezoek drank aan te nemen en blijft zijn wenkbrauwen steeds om en om optrekken. De koning vindt dat Egil zulke lelijke gezichten trekt dat hij hem uiteindelijk een gouden ring aanbiedt zodat hij ermee stopt.

De berserker en de berserkergang heeft een parallel in de Ierse mythologie waarin de zogenoemde ‘krijgerswoede’ zich bij de held CúChulain nog gruwelijker uit: Hij rilt over zijn hele lichaam waarna zijn lichaam naar achteren beginnen te buigen. Zijn knieën, kuiten en hielen verschuiven naar achteren en de spieren in zijn nek steken uit als bulten. Een oog dringt zich terug in zijn hoofd en de andere steekt uit tot over zijn wang. Zijn mond rekt uit tot aan zijn oren en het schuim stroomt uit zijn kaken. Zijn hartslagen klinken als een grote metalen drum en zijn haar staat in plukken scherp als speren overeind met aan elk uiteinde een vlam.

De berserkergang wordt in sommige gevallen “opgewekt” doordat de krijgers zich bedekken met wolven- of berenhuiden maar het kan ook spontaan optreden zoals in Egils saga. Hier wordt verteld over Skalla Grimr die zo opgewonden wordt van een langdurig balspel dat hij een jonge man doodt en zijn zoon aanvalt. Dit maakt ook duidelijk dat een man onder invloed van berserkergang geen onderscheid meer maakt tussen zijn familie en vijanden.

Als de krijgers uit de berserkergang komen, zijn ze veel zwakker dan normaal. In Egils saga wordt dit ook beschreven. Over Ulf, een gepensioneerde berserker, wordt gezegd dat hij nadat hij uit zijn berserkergang kwam zo moe en zwak was dat hij naar bed moest gaan. Helden maken gretig gebruik van deze zwakte in sagas en verslaan berserkers als ze uitgeteld en zwak van een gevecht terugkomen.

Van de berserkers wordt ook gezegd dat ze van gedaante kunnen veranderen. Nu verwijst het woord berserk waarschijnlijk naar de berenvellen die deze krijgers droegen. De oudste vermelding is in Haraldskvæði (‘Het lied van Harald Mooihaar’), waar berserkers worden omschreven als bloeddorstige krijgers, bedekt met wolvenhuiden en met speren die rood zijn van het bloed. Er is ook meer tastbaar bewijs overgeleverd: we zien ze met maskers en dierenvellen afgebeeld op een tapijt dat in de Oseberg grafheuvel samen met het beroemde Vikingschip gevonden is.