Senet

20130215-161632.jpg

Senet, an ancient, predynastic Egyptian boardgame. It is one of the oldest known boardgames. This one was found in Toetanchamon’s tomb. Toetanchamon often played it with his wife. The game was played as a sort of preparation for the Afterlife. According to Wikipedia the full name of the game in Egyptian was zn.t n.t ḥˁb meaning the “game of passing”. The board has 3 rows with 10 squares each. The rules of the game are the subject of debate.

20130215-161911.jpg

Advertisements

Een verlaat Excuus

Een verlaat excuus

De Deense archeoloog Bjarne H. Nielsen heeft in het decembernummer van het Deense tijdschrift SKALK een artikel gepubliceerd waarin hij vertelt over een verrassende ontdekking tijdens zijn vakantie.

Het begin van de Vikingtijd wordt gemarkeerd door de brute aanval op het klooster Lindisfarne op Holy Island door de Vikingen in 793. De Vikingen hebben dit vredige klooster tweemaal aangevallen: in 793 en later in 875. Nielsen brengt een bezoek aan het eiland en het klooster omdat in zijn beleving iedereen met interesse voor de Vikingtijd minimaal een keer in zijn of haar leven dit belangrijke eiland bezocht moet hebben. Tijdens zijn bezoek constateert hij dat de andere bezoekers minder geïnteresseerd zijn in de rijke Vikinghistorie van het eiland. Zij bezoeken het eiland (en het klooster) alleen maar omdat het een heilig eiland is en het klooster een grote rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van de christelijke kerk in Northumbria.

Nielsen bezoekt ook de naastgelegen kerk waar hij een wonderlijke ontdekking doet. In het koor van de kerk en het altaar, bij een afgietsel van het hoofd van Olav de Heilige, hangt een aantal brieven van de Noorse kerk. Een van de brieven dateert van 1993 en beschrijft het bezoek van vertegenwoordigers van de Noorse kerk. In deze brief maken de Noren na 1200 jaar hun excuus voor de overval van 793. Ze vermelden ook dat met de dood van Olav de Heilige tijdens de slag bij Stiklestad in 1030 de overvallen van de Vikingen geëindigd zijn. Nielsen merkt op dat de Noren zichzelf daarmee bestempelen als een soort Europese vredesstichters, waarbij ze even vergeten dat Harald Hårdråde, Olavs opvolger, geprobeerd heeft Limfjord (in Denemarken) te verwoesten en in 1069 heeft gepoogd Engeland te veroveren.

Al met al is Nielsen sceptisch over het excuus van de Noorse kerk en hij vraagt zich af of hiermee meteen ook een excuus voor de Deense Vikingen gemaakt is (waar hij dan wel dankbaar voor zou zijn). Hij vraagt zich verder af of er wel een excuus gemaakt kan worden voor deze misdaden van 1200 jaar terug, begaan door heidenen. Kan een protestantse kerk zich via een Anglicaanse kerk die vroeger een katholieke kerk was, verontschuldigen voor iets wat heidenen hebben gedaan? Misschien is dat ook een Vikingtocht, maar dan in een modern jasje.


(Naar een tip van Bas van Geel)

Exotische Reizen

Exotische reizen 

De Vikingen hebben verre reizen gemaakt; de verhalen over de ontdekking van Amerika en het plunderen en stichten van nederzettingen in Schotland en Engeland zijn bekend. Dat ze ook naar het Heilige Land hebben gereisd en in Byzantium zijn geweest, is minder bekend, maar niet minder interessant.

 

Viking Expansion
Waar zijn de Vikingen allemaal geweest? – The Viking Expansion Door Max Naylor (Own work) [Public domain], via Wikimedia Commons
De Vikingen hadden verschillende redenen om op reis te gaan. Soms was het puur om te handelen of waren ze huursoldaat in een plaats ver weg; andere keren gingen ze op ontdekkingsreis om zich op nieuwe, onbekende (vruchtbaarder) plaatsen te kunnen vestigen, of maakten ze een pelgrimstocht. Vikingen reisden ook om persoonlijke redenen, om bijvoorbeeld zelf kennis te vergaren. Dat zien we in Laxdæla saga, waar Bolli Bollason naar het Zuiden reist omdat hij respectabeler wil worden en meer kennis over de wereld wil opdoen. In Eireks saga gaat Eirek op zoek naar het paradijs en lijkt hij te worden gestuurd door een hogere macht. In andere gevallen is een verre reis het gevolg van een dronken opmerking of een weddenschap die gemaakt wordt tijdens een drinkgelag.

De verre reizen naar het Zuiden, naar Rome, het Heilige Land en Byzantium bijvoorbeeld, zijn goed gedocumenteerd in de saga’s. Het is interessant om te zien dat er bij reizen naar het Zuiden nooit over ontdekkingen gepraat wordt. Dit wijst erop dat de Vikingen bekend waren met de Grieken, de Romeinen en de plaatsen die ze gingen bezoeken, in tegenstelling tot de reizen die ze maakten naar het Noorden. Daar hadden ze nog nooit verhalen over gehoord, dat waren nieuwe, onbewoonde, gebieden (Groenland) of landen met beschavingen die ze niet kenden (Amerika).

De Vikingen gingen meestal naar Byzantium om te werken als huursoldaat of om gewoon uit eigen wil mee te vechten als heldendaad. Soms gingen ze erheen om handel te drijven, maar dat komt veel minder vaak voor. De legers van voornamelijk noorderlingen in Byzantium worden de Varjagen genoemd; hun verhalen worden beschreven in bijvoorbeeld Íslendingasögur en konungasögur. In Hrafnkels saga wordt Þorkell Þjóstarson genoemd, een IJslander die als huursoldaat naar Byzantium reist. Zijn bijnaam is leppr, verwijzend naar de lichtgekleurde lok in zijn kastanjebruine haar. Een andere man, Sámr, komt bij de rivier Øxará een leger mannen tegen dat aangevoerd wordt door een lange, kleurrijk geklede man die een prachtig versierd zwaard draagt. De aanvoerder stelt zichzelf voor als Þorkell en vertelt dat hij de laatste zes jaar in Byzantium onder de keizer gediend heeft. Daarvoor heeft hij een andere reis gemaakt, die vier jaar duurde.

Byzantium wordt beschreven als een keizerrijk vol rijkdom, met een overvloed aan zijde en goud. De reizigers die terugkeerden naar het Noorden namen veel van die rijkdommen mee. Haraldr Sigurðarson keerde terug in een met goud versierd schip met zijden zeilen en gouden kisten (Morkinskinna).

Het Heilige Land was het reisdoel voor pelgrimstochten en kruistochten. De woorden suðrferð en suðrganga betekenen dan ook niet ‘reis naar het zuiden’ maar ‘pelgrimstocht’; suðrferð wordt vaak gebruikt in teksten waarin men op pelgrimstocht naar Jeruzalem gaat, terwijl suðrganga in de meeste gevallen verwijst naar pelgrimstochten naar Rome. Zowel mannen als vrouwen gingen op pelgrimstocht. Een van de oudste bronnen is een runeninscriptie uit Zweden waarin een vrouw, Ingirun, zegt plannen te maken voor een pelgrimstocht.

Reizigers naar het Heilige Land kwamen veelal om te baden in de Jordaan en om relikwieën mee terug te nemen, om zo het christendom te kunnen verspreiden, zoals koning Sigurðr Magnusson, bijnaam Jórsalafari – ‘Jeruzalemganger’ – in Magnússona saga in Heimskringla. Andere reizigers kwamen naar Jeruzalem om heilige plaatsen te bezoeken, zoals Oddr in Örvar Odds saga.

Wat opvalt in saga’s waarin personen op reis gaan, is dat de reis op zichzelf niet of nauwelijks beschreven wordt; alleen dramatische gebeurtenissen die tijdens de reis plaatsvinden of gebeurtenissen op de plaats van bestemming worden beschreven. Er staat dan vaak iets als: ‘Er valt niets over hun reis te vertellen totdat …’ . In moderne reisverhalen is dat wel anders; we zijn juist ook geïnteresseerd in de ervaringen (en ontberingen!) tijdens de reis.

Een uitzondering op deze regel is een IJslandse abt, Nikulás Bergsson. Nikulás maakte een pelgrimstocht naar Rome en Jeruzalem halverwege de 12e eeuw. Hij heeft een reisdagboek bijgehouden dat hij Leiðarvísir noemde, ‘reisgids’, waarin hij op basis van zijn eigen ervaringen en literaire bronnen zijn reis beschrijft. Hij vertelt over de plaatsen die hij bezocht heeft en beschrijft kerken en andere bezienswaardigheden, maar laat ook weten welke afstanden hij heeft afgelegd, welke route hij heeft genomen en wat de reistijd tussen verschillende plaatsen was. Eigenlijk schreef Nikulás in de 12e eeuw dus een van de eerste reisgidsen!