Recensie: Dierbaar – Linn Ullmann

In Dierbaar van Linn Ullmann staat de familie Dreyer met hun kijk op de verdwijning van hun mooie, jonge au pair Mille centraal.

De familie bestaat uit Siri, eigenaresse van een restaurant, getrouwd met schrijver Jon, en hun twee dochters: de in zichzelf gekeerde, opstandige Alma en de vrolijke Liv. Jon heeft twee razend succesvolle boeken geschreven en werkt al jaren aan het derde deel van zijn trilogie. Hij heeft een writer’s block.

In de zomer gaat de familie vaak naar het huis van oma Jenny, waar Jon hopelijk ongestoord kan schrijven. Au pair Mille wordt aangesteld om de betreffende zomer voor Alma en Liv te zorgen. Oma Jenny woont samen met de excentrieke Irma en heeft Siri nooit de dood van Siri’s kleine broertje Syver kunnen vergeven. Syver overleed in een ven in het bos. Siri moest op hem passen. Na de dood van Syver raakte Jenny aan de drank. Inmiddels heeft ze echter al twintig jaar geen druppel alcohol meer gedronken.

Dierbaar begint met de vondst van het lijk van Mille, twee jaar na haar verdwijning. Dit maakt bij de familie allerlei herinneringen los. Jenny’s 75e verjaardag is de rode draad in het verhaal. Dat is de dag dat au pair Mille verdwijnt en waarop Jenny, die totaal geen zin heeft in het feest, weer besluit te gaan drinken. De op het oog gelukkige familie dreigt uit elkaar te vallen door de spanningen die de komst van Mille oproept.

Ullmann laat de gebeurtenissen van die dag aan de hand van de herinneringen van de familieleden in niet-chronologische volgorde de revue passeren. Ieder personage heeft zijn eigen stem en herinneringen aan de periode rond Milles verdwijning.

Het is knap hoe Ullmann de familie centraal laat staan in dit boek. Het had makkelijk een thriller over een zoektocht naar de schuldige van de moord op Mille kunnen worden. Ullmann laat mooi zien dat door elke gebeurtenis en herinnering, hoe klein ook, en elke andere invalshoek de waarheid rondom Milles verdwijning langzaam verandert. De lezer krijgt steeds meer begrip voor de daden van de individuele familieleden, daden die op zichzelf niet altijd te bevatten zijn. Dit maakt Dier­ baar een genot om te lezen.

Dierbaar, Linn Ullmann, vertaling Lucy Pijttersen, De Bezige Bij, Amsterdam, 2013.

Advertisements

Kleding in de vikingtijd

De feestdagen komen er weer aan, voor velen het moment om de mooiste kleding uit de kast te trekken. Wat droegen mensen in de Vikingtijd eigenlijk in Scandinavië? En was het ook in die tijd al belangrijk hoe je gekleed ging?

In de Scandinavische mythen en sagen worden verschillende soorten kleding beschreven. Mensen droegen in deze periode vaak donkere of bruin geverfde kleding van makkelijk te verkrijgen materialen, zoals wol en linnen. In de winter droegen ze mantels van bont.

Kleding van luxe stoffen was een teken van status. Archeologische vondsten laten zien dat de Vikingen zich lieten beïnvloeden door de stoffen die zij aantroffen tijdens verre reizen. Zo zijn in het Osebergschip roodgekleurde stroken van zijde met een ingeweven gouden patroon gevonden. Deze linten komen oorspronkelijk uit Byzantium en het Midden-Oosten en werden waarschijnlijk gebruikt als decoratie op effen wollen kledingstukken. Er zijn ook borduursels gevonden op zijde en wol; de motieven komen waarschijnlijk van de Britse eilanden. Met zijdedraad werden dieren- of plantenmotieven geborduurd op zijden stroken die vervolgens als versiering op kleding werden aangebracht.

Gekleurde kleding wordt ook genoemd in verhalen, niet alleen om status te tonen, maar ook om bepaalde verhaalelementen aan te kondigen, bijvoorbeeld als voorbode van een crisis of andere gevaarlijke gebeurtenis. Een personage wordt ook vaak door zijn vijanden herkend (of herkent zijn vijanden) aan de kleur van zijn kleding.

In oudere saga’s wordt vaak alleen genoemd dat kleding litklæði – lichtgekleurd – is, maar soms wordt ook de kleur specifiek benoemd. Rode kleding wordt bijvoorbeeld vaak gedragen door personages die op reis gaan en door mensen met status, of ijdele mensen die zich, door zich in blauw of rood te kleden, meer status willen aanmeten. Daarnaast wordt blauwe kleding vaak gedragen door hoofdmannen die een gevecht leiden. Bijvoorbeeld in Laxdœla saga waar Þorgill Hölluson een leger leidt tegen Helgi Harðbeinsson.

De schrijvers van de saga’s gebruiken de kleur van kleding ook simpelweg als een manier om personages van elkaar te onderscheiden of herkenbaar te maken. Bekende personages als Gisli in Gísla saga Súrssonar en Hrafnkell in Hrafnkels saga zijn vaak te herkennen aan de kleur van hun kleding; zo draagt Gisli vaak een blauwe mantel en is Hrafnkell tijdens gevechten vaak in het blauw gekleed.

Een specifiek soort blauw kledingstuk wordt gedagen als mensen zich extra mooi willen kleden, een möttul. In Njáls saga wordt beschreven hoe Hallgerðr haar entree maakt op de Alþingi om Glúmr te ontmoeten die om haar hand heeft gevraagd. Hallgerðr leidt een groep vrouwen en is het mooist gekleed, ze ziet er oogverblindend uit in haar blauwe vefjarmöttul, een pachtige, geweven mantel. Naast de blauwe mantel draagt ze tijdens deze belangrijke gebeurtenis ook rood, wat haar status en rijkdom benadrukt. Rood wordt verder vaak gedragen om superioriteit te tonen en respect te krijgen.

Groene kleding wordt weinig genoemd in Oudnoordse verhalen. Wanneer een groen kledingstuk wel wordt beschreven, blijkt in veel gevallen Odin de drager te zijn. In Völsunga saga bijvoorbeeld betreedt een onbekend persoon met groene kleding en maar één oog de hal van koning Völsungr, hij steekt zijn zwaard in de boom die barnstokk heet en meldt dat het zwaard toebehoort aan degene die het zwaard uit de boom kan krijgen. (Dit verhaalelement lijkt overigens verdacht veel op het zwaard in de steen in de verhalen over koning Arthur.)

Naast kleding in de kleuren blauw, rood en groen wordt af en toe ook witte kleding beschreven. Wit wordt, net als groen, niet zo vaak genoemd. Waar het wel voorkomt, wordt witte kleding veelal in verband gebracht met het christendom. In Orkneyinga saga lezen we over graaf Rögnvaldr Kali Kolsson die terugkeert van een reis naar Noorwegen. Hij is gekleed in een wit gewaad met een kap zoals ook monniken dragen. Hij komt een boer tegen die wacht op zijn visgezelschap. Rögnvaldr besluit met de boer te gaan vissen. De boer waarschuwt dat ze ver weg moeten blijven van de gevaarlijke stroming. Rögnvaldr negeert zijn waarschuwing, en ze komen in een woeste stroom terecht waar Rögnvaldr ze wonderbaarlijk genoeg uit kan redden. Veilig keren ze weer terug aan land, waar de boer Rögnvaldr een deel van de gevangen vis aanbiedt. Rögnvaldr neemt de vis aan en geeft alle vis weg aan de arme bevolking.

Zoals we kunnen zien, hechtten de mensen in de Vikingtijd veel waarde aan mooie kleding en een verzorgd uiterlijk. Zeker bij belangrijke gebeurtenissen werd extra aandacht besteed aan kleding en werd vaak gekozen voor opvallende kleuren, gekleurde borduursels en luxe stoffen die afstaken tegen de saaie, ruwe kleding die normaal gesproken gedragen werd.