Wetten in Scandinavië

We weten veel over Oudnoorse wetten. Vooral in IJsland zijn veel wetten en wettradities opgeschreven rond 1117-1118. Ook in de saga’s worden wetten en wettelijke procedures veel gebruikt als centrale ijkpunten.

In de 10e eeuw creëerden en ontwikkelden de IJslanders een unieke regeerstructuur, die heel anders was dan in de rest van Europa. Volgens Adam van Bremen waren de IJslanders van mening dat ze geen koning nodig hadden, de wet was bepalend. Er werd een systeem opgezet waarmee door middel van consensus geregeerd werd en waarbij onenigheden werden opgelost door onderhandeling en het sluiten van compromissen. Soms was ook geweld toegestaan om de eer te bewaken van de partijen die een geschil hadden.

IJsland was in die tijd verdeeld in vier districten, ieder district had 9 hoofdmannen die goði (mv. goðar) werden genoemd. Deze hoofdmannen hadden specifieke juridische en administratieve verantwoordelijkheden en stonden dicht bij de goden. De eerste goðar waren waarschijnlijk de leiders van de eerste schepen die naar IJsland kwamen. Het ambt van goði (goðorð genoemd) was in principe overerfelijk, maar kon ook overgedragen en zelfs gedeeld worden tussen personen. Steeds kon echter maar één goði naar de Alþing, de landelijke jaarlijkse bijeenkomst. Je mocht zelf kiezen door welke goði je je liet vertegenwoordigen, en je kon ook van goði wisselen. Je was dus bijvoorbeeld niet gebonden aan de goði die het dichtst bij jou in de buurt woonde, of iets dergelijks. In ruil voor de vertegenwoordiging beloofde jij de goði te zullen bijstaan en (indien nodig) mee te vechten bij ruzies en andere geschillen.

De þing werden jaarlijks door heel Scandinavië georganiseerd om het land / de regio of de clan samen te regeren. Iedereen die niet vogelvrij verklaard was, mocht hierbij aanwezig zijn. Regionale þing werden in de lente gehouden en várþing genoemd. Ze werden voorgezeten door drie goðar en alle aanhangers van deze goðar, de þingmenn, waren verplicht aanwezig. Tijdens de várþing werden regionale geschillen opgelost.

Op IJsland werd de landelijke þing, de Alþing, elk jaar gedurende twee weken eind juni gehouden op þingvellir, een prachtige plek met grotten, rivieren, bronnen en kloven. De eerste Alþing was in 930 en heeft daarna eeuwenlang jaarlijks plaatsgevonden. Tijdens de Alþing werden wetten voorgedragen door de wetspreker, wetten aangenomen door de Raad en werd er rechtgesproken door de vier districtshoven.

Alle 39 goðar waren op de Alþing aanwezig, ze werden ieder vergezeld door minimaal twee adviseurs. Iedereen mocht in principe aanwezig zijn, maar de goðar verplichtten een op de 9 þingmenn om mee te gaan. Kwam je niet, dan moest je een soort belasting betalen om de reiskosten van de anderen te dekken.

De Raad (Lögretta), de goðar en hun adviseurs, kozen iedere drie jaar een wetspreker (lögsögumaður), verantwoordelijk voor verduidelijking en behoud van de wetten. Tijdens elke þing droeg hij een derde van de wetten voor, in die tijd waren de wetten immers nog niet opgeschreven. De wetspreker was daarom de bron van wetskennis. Hij werd ook geconsulteerd bij onduidelijkheden. Om de wetten makkelijker te kunnen onthouden, maakte hij gebruik van alliteratie, rijm en ritme. Na drie jaar waren dus alle wetten voorgedragen. De wetspreker werd als enige betaald voor zijn rol.

De Raad was het wetgevend orgaan van de Alþing, de goðar hadden stemrecht. De Raad maakte nieuwe wetten, wijzigde wetten en bepaalden uitzonderingen voor de wet. Ze mochten ook verdragen sluiten met andere landen.

De vier districtshoven bestonden uit 39 rechters, gekozen en bestuurd door de goði van elk district. Een rechter moest ouder dan 12 jaar zijn, verantwoordelijk zijn voor wat hij zei en een eigen huis hebben. De besluiten moesten vrijwel unaniem genomen worden en dat zorgde soms voor problemen. Daarom werd in de 11e eeuw een vijfde hof aangesteld, als hof van beroep. Als daar een besluit genomen werd, hoefde het alleen door de meerderheid genomen te worden.

Geschillen werden niet alleen door de hoven beslecht, er kon ook door middel van arbitrage een besluit genomen worden. Beide partijen konden er dan voor kiezen om neutrale derden de zaak te laten onderzoeken en een vonnis laten geven. Er kon ook gekozen worden voor een duel. Verder stonden procedures hoog in het vaandel. Als een van de partijen de procedures niet goed had gevolgd, won de andere partij automatisch.

De uitvoering van de straf of de beslissing kon niet door de hoven of de Raad worden afgedwongen, dat was iets tussen de partijen met een geschil. De opgelegde straf bestond vaak uit het compenseren van de geleden schade door de schuldige partij aan de andere partij. In de wet stonden standaard compensaties genoemd, afhankelijk van de schade en de status van beide partijen. De meeste opgelegde straf was echter het vogelvrij verklaren van de schuldige. Een ontzettend zware straf met grote psychologische gevolgen.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s