Scandinavische Kunst: Rosemaling

Je ziet het volop in Noorse toeristenwinkeltjes: rosemaling, ofwel decoratief bloemen schilderen. Deze vorm van decoratie op houten objecten zoals servetringen, bekers, schaaltjes, doosjes en meubilair, stamt uit ca. 1740 en is in het oosten van Noorwegen ontstaan. Rosemaling komt vooral veel voor in Telemark en Hallingdal. Deze kunstvorm heeft zich ontwikkeld uit een vroegere vorm van decoratief schilderen, soms gecombineerd met goud ingelegd acanthus-houtsnijwerk. Onder invloed van barokke en rococo kunststijlen is het decoratieschilderen van de stedelijke aristocratie naar het Noorse platteland overgewaaid. Op het armere platteland worden de gouden accenten vervangen door de daar populaire bonte, heldere kleuren die ook bekend zijn van decoraties van de bunad.

Vanaf halverwege de jaren 1700 reizen arme kunstenaars door Noorwegen en schilderen kerken, huizen en later ook meubilair en objecten in ruil voor geld of onderdak. Rosemaling raakt zo ook in het westen van Noorwegen en op het platteland bekend, waar de kunstenaars steeds meer experimenteren en hun eigen stijl ontwikkelen. Tegenwoordig zijn er drie stijlen te onderscheiden: Telemark, Hallingdal en Rogaland. De motieven zijn vergelijkbaar en bestaan uit bloemen (acanthus, ook veel in Griekse en Romeinse kunst gebruikt), versierd met krullen en ranken, soms worden ook dieren en mensen afgebeeld.

Deze vorm van decoratieschilderen is niet exclusief voor Noorwegen. In Nederland zagen we vergelijkbare motieven in de Hindelooper schilderstijl. Hindeloopen ontwikkelde zich in de 17e eeuw tot een belangrijk en welvarend handelscentrum in Nederland. Door de houtvaart was er veel contact met Noorwegen en andere landen; van deze reizen brachten handelaars van de Verenigde Oost-Indische Compagnie souvenirs als Chinees porselein, gedecoreerde katoenen stoffen en Noorse geschilderde objecten en meubels mee. De motieven en decoraties beïnvloedden de smaak van de Hindelooper schilders, hetgeen tot uiting kwam in hun decoratieschilderingen. Rosemaling en Hindelooper schilderwerk hebben elkaar daardoor beïnvloed en kennen veel overeenkomsten.

Vanaf halverwege de jaren 1800 raakte rosemaling in Noorwegen minder populair. Met verschillende emigratiegolven naar Amerika, waarbij Noorse emigranten in met rosemaling beschilderde kisten hun inboedel meenamen, is rosemaling ook in Amerika terechtgekomen. Daar wordt de interesse in rosemaling in de 20e eeuw weer aangewakkerd en beleeft het nu een opleving. Er worden wedstrijden georganiseerd en er zijn verenigingen opgericht. Er worden zelfs gemberkoekjes gedecoreerd met patronen uit de rosemaling.

Advertisements

Kaupang en Dorestad

De Vikingen en de Friezen, Kaupang en Dorestad
Het huidige Nederland is in de 7e eeuw voornamelijk een veenmoeras. De belangrijkste plaatsen liggen vooral langs de kust en in de buurt van kanalen en rivieren. De Rijn en de Lek zijn in deze periode belangrijke handelsroutes. De inwoners van deze streek worden Friezen genoemd. Ze wonen langs de kust tussen het huidige west Vlaanderen en Noord Duitsland: Friesland, Frisia genoemd, dat in die tijd bestaat uit een groep op zichzelf staande ‘eilandjes’. De Friezen staan bekend als uitstekende handelslieden en zeevaarders. Dorestad, het huidige Wijk bij Duurstede, is een belangrijke handelsstad. De stad bestaat uit een grote haven met een paar duizend inwoners. In Dorestad vindt veel handel en ruilhandel plaats, maar er worden ook zilveren en gouden munten ingezet als betaalmiddel. Deze munten zijn later door heel Europa teruggevonden.

In de 8e eeuw wordt Frisia door de Franken veroverd en Karel de Grote lijft Frisia in 785 officieel in tot zijn rijk. Omdat het moerassige kustgebied moeilijk te verdedigen is, raken de Franken Frisia rond 830 weer kwijt aan Deense Vikingen. Vanuit Dorestad beginnen Vikingen plaatsen in de buurt te plunderen, ze vullen hun schepen met kostbare goederen en varen weer terug naar huis. Er is nooit bewijs gevonden dat de Vikingen ook Dorestad zelf hebben geplunderd. In de 9e eeuw raakt Dorestad haar positie als belangrijkste handelsstad kwijt, de oorzaak is onbekend. Het kan zijn dat Utrecht belangrijker is geworden, of dat de loop van de Rijn veranderd is waardoor deze niet meer langs Dorestad loopt. In Nederland zijn overblijfselen van Vikingen gevonden die het bewijs vormen van de handelscontacten tussen Scandinavië en Frisia. De meeste vondsten zijn gedaan in Dorestad. In Noorwegen zijn in Kaupang overblijfselen gevonden die een link met Dorestad suggereren.

Dorestad
Een van de belangrijkste vondsten in Dorestad is de Broche van Dorestad, een rijk gedecoreerde, gouden broche. De broche is gevonden op de bodem van een put en is daar rond 850 terecht gekomen. De broche wordt in verband gebracht met plunderingen door de Vikingen. Verder zijn er armbanden en ringen uit de 8e eeuw en naalden of haarpennen, een zilveren broche met een dierenmotief, een gesp met dierenmotief, een zilveren gesp met dierenmotieven, een spiraal armband met een abstract dierenpatroon en een zilveren schildpadbroche gevonden die alle een link met Scandinavië hebben.

Kaupang
Wat Kaupang interessant maakt in de relatie met Dorestad, is dat de handelswijk in Kaupang op dezelfde wijze is opgezet als in Dorestad het geval was. Langs het vaarwater is een gebied langs een havenweg in regelmatige percelen verdeeld, parallel aan het water. De kavels vertonen qua vorm en grootte grote overeenkomsten met kavels in Dorestad. Kaupang en een aantal vergelijkbare plaatsen (het Deense Ribe aan de westkust van Jutland, Hedeby aan de oostkant van Jutland en Birka in het Zweedse Mälarmeer) zijn rond de achtste eeuw opgekomen, in deze periode waren de Friezen dominant op zee. Mogelijk zijn deze plaatsen als Friese handel kolonies opgezet.
In Kaupang zijn vondsten gedaan die via Dorestad daar terecht zijn gekomen. Zo zijn er bijvoorbeeld glazen kralen uit het middeleeuwse kalifaat, daterend uit de 8e eeuw gevonden. Deze komen weinig voor in het oosten van Noorwegen. Daardoor is het aannemelijk dat ze in Kaupang terecht zijn gekomen via een West-Europese handelsroute.

Er zijn ook Friese aardewerken potten gevonden in Kaupang. Dit aardewerk dateert uit de 9e eeuw. Opvallend is dat zowel in Kaupang als in Dorestad vrijwel geen ‘Hunneschans’ aardewerk gevonden is. Bij ‘Hunneschans’ aardewerk, worden de potten met waterige rode of paarse verf versierd. Dit aardewerk is vanaf de laatste kwart van de 9e eeuw in opmars geraakt en op heel veel plekken in Europa gevonden. Dat het helemaal niet in Kaupang voorkomt is uitzonderlijk en toont aan dat de handel in aardewerk tussen Frisia en Kaupang stopte tussen 860 en 880. De gevonden Friese aardewerken potten zijn als kookpot gebruikt. In Noorwegen wordt er in die tijd vooral gekookt in metalen potten. Dit wijst erop dat de Friezen zich een op een gegeven moment in Kaupang gevestigd hebben.

Dagfinn Skre heeft onderzocht waarom de Friezen naar dit afgelegen, onbekende gebied in Noorwegen zijn gekomen. Hij ontdekt dat ze niet, zoals veel andere buitenlanders, gekomen zijn om goederen te produceren. De Friezen zijn juist gekomen om specifieke producten terug naar Nederland (en het continent) te brengen. Uit de vondsten blijkt dat de Friezen vooral voor het Noorse ijzer zijn gekomen. Dat is door een andere chemische samenstelling veel steviger en minder broos dan het ijzer op het continent, dus er kan veel beter staal van gemaakt worden. Dit Noorse ijzer is vanuit Kaupang naar andere landen geëxporteerd en was erg gewild in de 9e eeuw.

Bron: Skre, Dagfinn. ‘From Dorestad to Kaupang. Frankish Traders and Settlers in a 9th-Century Scandinavian Town.’ Dorestad in an International Framework. 2010. 137–141. Web.