Het getal 3 in de Scandinavische mythologie

In bijna alle culturen wordt aan bepaalde getallen symbolische betekenissen toegekend. Deze verschillen in diverse culturen. In Nederland zien we dat terug bij het getal 11, dat veel mensen als het gekkengetal zien. Carnaval begint (dan) ook op de 11e dag van de 11e maand. Het getal 13 zien we collectief als het ongeluksgetal en als de 13e dag van een maand op een vrijdag valt, hebben we helemaal de poppen aan het dansen! Wat maakt getallen zo bijzonder?

Getalstelsels

Er zijn verschillende redenen waarom we bepaalde getallen belangrijk of herkenbaar vinden, zo maken wij gebruik van het tientallig stelsel, dat is terug te herleiden naar onze twee handen met elk 5 vingers.

Niet iedereen maakte echter gebruik van deze handigheid, de Babyloniërs gebruikten een zestigtallig stelsel dat ze van de Sumeriërs hadden geleend. Dat klinkt in eerste instantie heel lastig, maar wij maken daar nu ook nog steeds gebruik van bij onze uren en minuten. Een uur heeft immers 60 minuten en een minuut bestaat uit 60 seconden. Ook gebruiken we het zestigtallig stelsel om cirkels te verdelen in 6 x 60, dus 360 graden. Het getal 60 is een ‘hogelijk samengesteld getal’ dat houdt in dat het getal deelbaar is door meer getallen dan elk kleiner positief getal. 60 is deelbaar door 12 getallen, terwijl 100 slechts deelbaar is door negen getallen. Dit maakt 60 een goed getal om voor tijdsindeling te gebruiken.

Het principe van de cirkel komt ook van de Sumeriërs, zij rondden het aantal dagen in een jaar af op 360 en gebruikten daar het symbool van een cirkel voor. Door de verdeling van jaar en een cirkel in 360 delen schuift de aarde in een dag ongeveer één graad verder in zijn baan om de zon.

Symboliek in het getal 3

Uit dit uitstapje naar getalstelsels blijkt dat wat wij als normaal zien al duizenden jaren bestaat. Ook symbolische betekenissen van getallen kennen vaak een lange geschiedenis, zo vinden we beschrijvingen van getallen in de bijbel, de koran en in verschillende mythologieën. In de Scandinavische mythologie lijkt vooral het getal 3 speciaal. Dit getal komt in veel culturen en teksten terug. In de Griekse mythologie wordt het getal 3 gezien als het toppunt van volmaaktheid. Ook in het Oude en Nieuwe Testament verschijnt het getal 3 regelmatig, denk aan de 3 wijzen uit het Oosten, maar ook als de symbolische voorstelling van de Heilige Drie Eenheid.

Het getal 3 zien we in de Scandinavische mythologie vaak als een drie-eenheid: de wereldboom Yggdrasil heeft 3 wortels, er zijn 3 x 3, werelden, Loki heeft 3 kinderen gekregen van de jötunn (reus) Angrboða: Hel, de wolf Fenrir en de Midgardslang Jörmungandr. Odin heeft nog twee broers, Ville en Ve. En trollen hebben altijd 3, 6 of 9 neuzen!

Ook in verhalen komen groepen van 3 vaak voor. In Gylfaginning gaat Gylfi naar een paleis, daar ziet hij 3 tronen boven elkaar, met 3 mannen erop: De Hoge, Evenhoog en Derde. Er wordt ook verteld dat voor Ragnarök er 3 opeenvolgende strenge winters zullen komen, zonder zomer ertussen. Dit wordt de Fimbulwinter genoemd.

We zien het getal 3 ook gebruikt worden als een magisch getal: zo wordt Loki vastgebonden met de ingewanden van zijn zoon en worden de ingewanden 3maal om de steen heen gedraaid. Tyr bindt de kaken van Fenrir door het touw er 3 maal omheen te slaan.

In veel mythologieën komen goden of godinnen in een godentriade voor, de 3 Nornen zijn daar een voorbeeld van, net zoals de 3 moedergodinnen Freyja, Frigg en Skaði. In de Keltische mythologie vormt de triade Badb, Macha en Emain de oorlogsgodin die de Mórrígan genoemd wordt. In het oude Egypte hadden verschillende steden een triade, een bekend voorbeeld is de triade van Heliopolis die bestaat uit Osiris, Isis en Horus.

De socioloog Georges Dumézil zag gelijkenissen tussen de godentriaden van vele Indo-Europese culturen. Volgens hem zou Indo-Europese godentrias de 3 maatschappelijke lagen vertegenwoordigen: de heersende klasse, de krijgersklasse en de boerenklasse. In deze theorie passen Odin, Freyr, en Thor, zij worden ook als een triade gezien. Odin is de god van de lucht, dood, poëzie en oorlog, Freyr is de god van de zomer en vruchtbaarheid en Thor is de dondergod en god van verwoesting.

Ik begon dit stuk met het huidige ongeluksgetal 13, ook dat heeft een lange geschiedenis. Als eerste kennen we het ongeluksgetal van het laatste avondmaal, waar Jezus voor het laatst met zijn 12 apostelen aan tafel zit. Ook in de Romeinse tijd lezen we over 13 als een getal dat ongeluk en verwoesting brengt en in de Middeleeuwen wordt verteld dat een heksencoven uit dertien personen bestaat. In de Scandinavische mythologie tenslotte, is Baldr samen met 11 andere goden op een feest. Nadat Loki als dertiende god binnenkomt, loopt het uit de hand: een streek van Loki veroorzaakt de dood van Baldr.

Om de cirkel helemaal rond te krijgen: vrijdag is een ongeluksdag door Goede Vrijdag, toen Jezus werd gekruisigd, daarnaast voerden de Romeinen en later ook de Engelsen doodvonnissen op vrijdag uit. In 1307 werden op vrijdag de 13e alle Tempeliers opgepakt op bevel van Philip de Schone, dit bleek de opmaat voor de uiteindelijke vernietiging van de orde van de Tempeliers. Met recht een ongeluksdag dus.

Baldr

Baldr

Baldr is de zoon van Odin en Frigg. Hij is getrouwd met Nanna en woont in Breidablik, wat zoveel betekent als ‘wijds uitzicht’. Over Baldr wordt altijd met veel lof gesproken, hij is de meest geliefde god. Van Baldr wordt in ‘Gylfaginning’ gezegd dat hij zo mooi is dat hij straalt. Het plantje Baldrs brá (Matricaria maritima, een kamillesoort) is zo wit dat hij zijn naam dankt aan de vergelijking met Baldr’s wimpers. Er zijn weinig verhalen over Baldr bekend, maar als hij genoemd wordt is dat altijd uitzonderlijk positief. De enige mythe met Baldr als hoofdpersoon gaat over zijn dood, dit is dan wel weer een van de bekendste Scandinavische mythen.

Volgens deze mythe heeft Baldr een reeks voorspellende dromen waarin zijn leven bedreigd wordt. Als hij de andere Asen over zijn dromen vertelt, besluiten zij dit te voorkomen door alle wezens op de hele wereld een eed te laten afleggen waarin zij beloven Baldr geen kwaad te doen zodat hij tegen al het kwaad beschermd is. Niet alleen mensen, dieren en planten leggen de eed af, ook metaal, stenen, de aarde, gifsoorten, eigenlijk alles wat mogelijk een bedreiging voor Baldrs leven kan vormen, moeten beloven hem geen kwaad te doen. Zodra bekend is dat alles en iedereen de eed heeft afgelegd, hebben Asen er plezier in om op Baldr te schieten en hem te slaan. Baldr komt overal ongeschonden uit en alle goden zijn onder de indruk en blij dat hun geliefde god deze bescherming heeft.

Ook in dit verhaal speelt onruststoker Loki een grote rol. Loki kan het niet verdragen dat Baldr onschendbaar is en wil weten of Baldr geen enkele zwakke plek heeft. Hij verkleedt zich als vrouw en zoekt Frigg op. Loki vertelt Frigg dat de Asen Baldr aan het beschieten en stenigen zijn, maar dat niets hem schijnt te deren. Frigg bevestigt dat elk wapen en elke houtsoort heeft gezworen Baldr geen kwaad te doen. Loki vraagt of echt iedere houtsoort de eed heeft afgelegd en Frigg bekent dat er één jonge maretak is, deze tak groeit ten westen van Valhalla en was te jong om de eed af te leggen.

Loki weet nu wat hij weten moet en verdwijnt meteen om deze maretak te zoeken. Als hij hem gevonden heeft, breekt hij hem af en gaat op zoek naar Baldr. Iedereen is nog steeds op Baldr aan het schieten. Loki ziet Hod, Baldrs blinde broer, langs de kant staan en vraagt waarom hij niet meedoet. Hod zegt dat hij niet meedoet omdat hij geen wapen heeft en ook niet kan zien waar Baldr is.

Loki zegt dat Hod net als de anderen Baldr moet eren en dat hij wel een wapen heeft waarmee hij kan schieten. Hod krijgt de maretak en met behulp van de aanwijzingen van Loki schiet hij. De tak gaat recht door Baldr heen en Baldr valt dood op de grond.

Aangezien Baldr niet eervol op het strijdveld gestorven is, mag hij niet naar Valhalla. In plaats daarvan moet hij naar het dodenrijk van Hel, een van de dochters van Loki. Frigg wil haar zoon laten terugkeren en vraagt wie moedig genoeg is om naar het dodenrijk af te dalen om Hel over te halen Baldr terug te laten keren.

Odins andere zoon Hermod biedt zich aan. Hij maakt de lange rit op Odins achtbenige paard Sleipnir. Hermod rijdt negen nachten door donkere, diepe valleien. Bij de poorten van Hel aangekomen springt Hermod in een keer door de poort heen en gaat de zaal in. Daar ziet hij Baldr op de eretroon zitten. Hermod vraagt Hel of Baldr mag terugkeren naar Asgaard, alle Asen zijn diepbedroefd om de dood van Baldr. Hel zegt dat Baldr op één voorwaarde terug mag: elk levende wezen moet om hem huilen. Als iemand niet huilt, zal zij Baldr bij zich houden. Hermod rijdt terug naar Asgaard en laat boodschappers het nieuws verspreiden. Iedereen die het verhaal hoort, huilt om Baldr te bevrijden. Enkel de reuzin Thokk (Loki in vermomming) weigert een traan te laten waardoor Baldr in het dodenrijk moet blijven.

Baldrs dood blijkt echter niet voor niets: in het Eddagedicht Völuspá voorspelt de zieneres al dat Baldr door zijn broer met een maretak gedood gaat worden. Baldr en zijn broer Hod zullen echter na de ondergang van de wereld in de wereld die dan nieuw ontstaat, als eerste terugkeren, elkaar vergeven en samen in Valhalla wonen.