Recensie: Haaienkoorts

Haaienkoorts, Morten A. Strøksnes, vertaald door Paula Stevens. Atlas Contact, Amsterdam, oktober 2016.

De twee vrienden Morten Strøksnes (journalist) en Hugo Aasjord (kunstenaar) hebben afgesproken om samen op zoek te gaan naar de Groenlandse haai. Lang moeten ze wachten op het perfecte weer, maar dan, drie en een half miljard jaar nadat het eerste primitieve leven zich in de zee ontwikkelde, is het eindelijk zo ver. Morten reist via Bodø naar Engeløya in Steigen, waar Hugo woont en hier bereiden de heren zich voor op hun avontuur.

Strøksnes beschrijft de voorbereidingen en de tocht zelf, schrijft ondertussen ook zijn overpeinzingen op over het zeeleven, haaien, de Noorse natuur, de kosmos en al het andere wat in zijn hoofd omgaat tijdens het wachten in een rubberbootje. Hun eerste poging de Groenlandse haai te zien slaagt niet, er steekt een storm op die net wat te lang duurt. Strøksnes moet terugkeren naar Oslo. In de eerstvolgende maand maart gaan ze het nog een keer proberen. Zal het dit keer wel lukken?

Strøksnes is een ontzettend goede schrijver. De manier waarop hij het eiland, de zee en het weer beschrijft is fenomenaal. Als lezer voel en zie je wat hij meemaakt. De rode draad van het verhaal – de zoektocht naar de haai – is soms lastig te volgen omdat Strøksnes het verhaal steeds onderbreekt met episodes vol met informatie en overpeinzingen.

Strøksnes schrijft over haaien, kabeljauw, historische visserij en veel meer. De schrijver mijmert intussen ook over zijn zwangere vriendin, vrienden, zijn ongeboren kind, de wereld.

Alles is ontzettend goed, onderhoudend en meeslepend geschreven en zeer interessant om te lezen, maar het leidt soms af van het eigenlijke verhaal.

Ondanks deze waarschuwing, kan ik niet anders dan Haaienkoorts aanraden. Strøksnes slaagt er als geen ander in om droge wetenschap op een onderhoudende manier met literatuur te combineren. Soms is het door de informatiedichtheid en zijpaadjes die Strøksnes inslaat even doorbijten, maar het is het waard: als lezer heb je veel bijgeleerd en heb je ook nog eens een spannend verhaal gelezen als je het boek dichtslaat.

Thorlak, de beschermheilige van IJsland

IJsland is lang onbewoond gebleven. Pas in de 8e en 9e eeuw kwamen de eerste kolonisten aan land. Het grootste deel van de kolonisten was heiden en IJsland was nog grotendeels een heidens gebied in een Europa waar het christendom steeds weider verspreid werd. Een deel van de eerste bewoners was echter afkomstig van de Britse Eilanden, zij waren daar vaak al eerder met het christendom in aanraking gekomen en namen het geloof mee naar IJsland. Zij slaagden er echter niet in om de overige eerste bewoners te bekeren.

Vanaf 980 bezochten verschillende missionarissen IJsland. De eerste was een terugkerende IJslander: Þorvaldr Konráðsson inn víðförli: Thorvald Konradsson de verbereisde. Hij reisde samen met een Saksische bisschop, Fridrek. Þorvaldr bereikte weinig, werd bespot en uiteindelijk gedwongen om IJsland te ontvluchten. Niet lang daarna werd de christelijke Olaf Tryggvason koning van Noorwegen. Hij vond het erg belangrijk om ook IJsland te bekeren.

Veel van zijn pogingen mislukten en de gewelddadige acties van de door hem naar IJsland gestuurde missionarissen, zoals vernielingen van heidense beelden en moord, maakten Tryggvason en het christendom niet populair. Tryggvason werd echter steeds meer vastberaden om IJsland te bekeren. Als laatste redmiddel besloot hij de Noorse havens te sluiten voor IJslandse schepen. IJsland kon nu niet meer handelen met haar belangrijkste handelspartner. Ook gijzelde Tryggvason een paar zonen van IJslandse hoofdmannen en dreigde hen te doden als de IJslanders zich niet zouden bekeren.

De IJslanders wilden koste wat kost de relaties met Noorwegen goed houden en de druk vanuit Noorwegen sterkte de christenen in het land in hun bekeringsdrift. Er dreigde een burgeroorlog uit te breken tussen de heidenen en de christenen. De situatie werd al snel tijdens de jaarlijkse Althing beslecht, er werd tot arbitrage besloten door de volksvertegenwoordiging.

Er werd een bemiddelaar benoemd die zou besluiten of IJsland christelijk zou worden. De goði Þorgeir ljósvetningagoði werd door beide partijen als bemiddelaar geaccepteerd. Hij aanvaardde deze belangrijke taak onder voorwaarde dat iedereen zich bij zijn besluit zou neerleggen. Na zich een dag en nacht teruggetrokken te hebben, besloot hij dat IJsland christelijk werd, mits er een paar uitzonderingswetten zouden blijven gelden, waaronder het eten van paardenvlees (door de paus verboden) en de eeuwenoude praktijk op IJsland om ‘overbodige’ kinderen bloot te stellen aan de elementen om te voorkomen dat het eiland overbevolkt zou raken. Þorgeir, zelf voorheen een heidense priester, gooide vervolgens al zijn heidense godenbeelden in een waterval, sindsdien bekend als de Goðafoss, de Waterval van de goden. Hierna werden alle aanwezigen op de Althing gedoopt. De vreedzame bekering van IJsland en de manier waarop een burgeroorlog werd afgewend illustreert de unieke volksvertegenwoordiging en wetgeving in IJsland.

Het duurde hierna nog ruim honderd jaar voordat IJsland zijn eerste heilige voortbracht. Þórlákr Þórhallsson werd geboren in 1133, werd op zijn tweede tot priester gewijd en in 1178 werd hij bisschop van Skálholt. Hij stichtte daarna het eerste vrouwenklooster in IJsland, hij richtte het klooster in volgens de regels van de heilige Augustinus en werd abt van het klooster. Þórlákr deed zijn best om kerkelijke tucht in het hele land te vestigen. Hij stierf 15 jaar later op 23 december 1193. Hij werd meteen na zijn dood al als heilige vereerd. In de 13e eeuw verschenen de eerste heiligenlevens over Þórlákr. Pas in 1984 werd zijn heilige status officieel en riep Paus Johannes Paulus II hem uit tot nationaal beschermheilige van IJsland.

In de heiligenlevens zijn een aantal wonderen toegeschreven aan Þórlákr. Zo kon hij bijvoorbeeld ziektes genezen. Er wordt verteld over een man, Tjovri, die zo zwaar gewond raakte aan zijn handen dat zijn handen ontstoken en stijf werden en hij zijn vingers niet meer kon strekken. Na 15 jaar riep hij Þórlákr aan en vroeg hem om hem te zegenen en te genezen. Toen hij de volgende ochtend wakker werd, waren zijn handen volledig genezen. Hij liet zijn handen aan alle aanwezigen zien en het Te Deum werd gezongen. Steeds meer mensen hoorden van dit wonder en vroegen Þórlákr zelf ook om hulp, en Þórlákrs gave leek onuitputtelijk: alle wensen werden meteen ingewilligd.

Þórlákr beschikte ook over meer praktische gaven, zo kon hij economische crises afwenden, koeien van arme boeren weer tot leven wekken en gist in bier veranderen. Er bestaat ook een verhaal waarin Þórlákr wordt aangeroepen door een man die zich met zijn scheermes had gesneden en Þórlákr vroeg om de wond te genezen. Ook is een verhaal bekend over een huisvrouw die haar gouden ring kwijt was en ondanks lang en veel zoeken haar ring niet kon terugvinden. Ze riep heilige Þórlákr aan en vond meteen haar ring terug op een plek waar ze vaak had gezocht.

Het is dus begrijpelijk dat Þórlákr erg populair was bij de IJslandse bevolking, zijn gave om gist in bier te veranderen zal daar zeker bij geholpen hebben! En hij is nog steeds niet vergeten: vandaag de dag vieren IJslanders nog altijd op 23 december Þorláksmessa. Dat feest wordt als de aanloop tot Kerstmis gevierd.

Recensie: Over elfjes en kogelgaten

‘Over Elfjes en Kogelgaten’, Anneke de Bundel & Nicole Franken, Knnv Uitgeverij, Zeist, 2015.

Een groot en prachtig vormgegeven boek ligt voor me: ‘Over Elfjes en Kogelgaten’. Vergeten landschappen staan centraal en de mensen die (over)leven in die landschappen, hun gewoontes en overtuigingen. In dit boek reizen journaliste Anneke de Bundel en fotografe Nicole Franken door Bosnië, Schotland, IJsland, Ierland, Koerdistan en Noorwegen. Aan de hand van verhalen van mensen die ze tijdens hun reis hebben ontmoet, wordt over de verschillende landen verteld. Het zijn interessante diepgaande verhalen. Samen met de prachtige foto’s geven ze een treffend beeld van de bereisde landen. Elk hoofdstuk wordt afgesloten met een anekdote van de twee dames zelf.

Door de verhalen die Anneke de Bundel schrijft, krijg je het gevoel alsof je de mensen in de verhalen echt leert kennen. Je leest over werkloze jonge mannen in Bosnië, die te maken hebben met bermbommen en moeders die voor hun zonen op zoek zijn naar geschikte vrouwen. Daarnaast vertelt Anneke aangrijpend over de mensen die ze aantreft in vluchtelingenkampen in Koerdistan. In Schotland wemelt het van de geesten en ontmoeten Anneke en Nicole een scheepsbouwer die in monsters en elfjes gelooft en accordeons haat. In Ierland ontmoeten ze de laatste koning van Ierland op Tory Island in de pub waar hij audiëntie houdt.

Als je in IJsland woont, weet je dat de natuur de baas is. Daar denk je niet voortdurend aan

Over IJsland lezen we dat het land eigenlijk prachtig mosgroen is en door de Vikingen IJsland genoemd werd om te voorkomen dat andere Vikingen zich er zouden vestigen. Op IJsland lopen mensen in T-shirts als het 13 graden is en stikt het van de vulkanen (er zijn er 130). Niemand maakt zich druk om uitbarstingen.‘Als je in IJsland woont, weet je dat de natuur de baas is. Daar denk je niet voortdurend aan’ aldus de jonge Ólöf Birgisdottir, die een hotel runt. IJsland is verder het veiligste land ter wereld, slechts één moord per jaar, ondanks dat iedereen een wapen mag dragen en de ongewapende politie nooit gezien wordt. Verbijsterend, vinden de dames, zeker gezien de bloederige IJslandse sagen!

In Noorwegen bezoeken de dames huskeymenners en rijden ze op een slee door het koude en witte landschap met de jonge huskeymenner Elin die traint voor haar volgende huskeymarathon.

Wat opvalt aan ‘Over Elfjes en Kogelgaten’, en wat het boek zo bijzonder maakt, is dat de mensen die de verhalen vertellen centraal staan en niet de – soms uitzichtloze – situaties waarin ze zich bevinden. Daardoor werkt het boek inspirerend en niet deprimerend. ‘Over Elfjes en Kogelgaten’ is een geweldig boek. De foto’s zijn fenomenaal en brengen de bijbehorende verhalen tot leven. De verhalen zijn interessant, leerzaam, aangrijpend en bevatten precies genoeg humor.

Recensie: Cool – Wat wij kønnen leren van de Scandinaviërs

Cool – Wat wij kønnen leren van de Scandinaviërs, Martin Vos, Marco Krijnsen en Gert-Jan Hospers, Haystack, Zaltbommel, 2015.

Scandinavische ondernemers zijn succesvol (kijk naar Ikea), het beste restaurant van de wereld bevindt zich (nu nog) in Denemarken (Noma van Rene Redzepi) en als er onderzoek gedaan wordt naar de gelukkigste mensen op aarde staan Scandinavische landen ook altijd bovenaan. Hoe komt dat toch en wat kunnen wij daar van leren? Daar probeert ‘Cool – Wat wij kønnen leren van de Scandinaviërs’ een antwoord op te geven. Het staat vol succesverhalen waar enkele rode draden in te herkennen zijn.

In het eerste deel, Puur natuur, staat liefde voor de natuur centraal. Een natuurlijk uiterlijk zonder veel make-up en poespas en het buitenleven vol wandelen en langlaufen en aandacht voor natuurbehoud speelt een grote rol in de Scandinavische landen. Tevens wordt er inspiratie uit de natuur gehaald in design (Ikea) en voeding zoals onder andere uit het restaurant van Rene Redzepi waar lokale producten, vaak zelfs dezelfde dag uit de omgeving gehaald, centraal staan. Dit spreekt mensen aan.

 Het tweede thema is eenheid, gelijkheid en bescheidenheid. Dit zie je terug in het onderwijs in Scandinavische landen waar elk kind individuele aandacht krijgt om zo de ontwikkeling in zijn of haar eigen tempo te stimuleren. Het komt ook naar voren in het vertrouwen in de mensen om hen heen. Daarnaast is eenheid in een andere betekenis te vinden in de architectuur, in Scandinavische landen wordt goed gekeken naar manieren om gebouwen (zoals bijvoorbeeld het bezoekerscentrum in Dovrefjell) een eenheid te laten vormen met het landschap eromheen. Ook solidariteit, samenwerken en bescheidenheid staan centraal in Scandinavische samenlevingen, zo lezen we in de verhalen in dit hoofdstuk.

 Het derde thema is het creatieve klimaat, op de werkvloer is de balans tussen werk en privé ontzettend belangrijk, het is heel normaal om in de winter wat harder te werken om het in de zomer rustig aan te kunnen doen en te genieten van mooi weer. Ook gelijkheid, tussen manager en werknemer, en tussen man en vrouw is belangrijk en dat zorgt ervoor dat in de Scandinavische landen een ontspannen werksfeer heerst.

Over al deze thema’s staat een aantal verhalen in het boek, samen vormen de verhalen een mooi en inspirerend beeld van hoe Scandinaviërs in de wereld staan. De mooie vormgeving en foto’s maken het een prachtig boek om even open te slaan en een hoofdstuk te lezen.

Antihelden in de mythologie

In de mythologieën van verschillende landen zijn antihelden (tricksters) te vinden. In de Scandinavische mythologie is Loki de meest bekende. In de Nederlandse mythologie kun je denken aan de vos Reynaert, bij de Kelten zie je in Ierland Briccriu en in Wales Efnisien. Een kenmerk van deze figuren is dat ze enerzijds goddelijke kenmerken en veel macht bezitten, ze zijn ook sluw en slim, maar aan de andere kant worden hun handelingen vaak belachelijk gemaakt en bestraft.

 

Loki wordt in verschillende bronnen genoemd, hij is een complex personage en is niet altijd slecht of een verrader. Er zijn ook verhalen waarin hij andere goden de helpende hand biedt. Loki kan van gedaante wisselen en neemt dan vaak de vorm van een dier aan (zo verschijnt hij als een merrie, een zalm en een zeehond). Of Loki nu goed of slecht is, nadat hij de dood van Baldr veroorzaakt, zijn de andere goden hem niet meer goedgezind.

Een van de bekendste gedichten rondom Loki is Lokasenna (Loki’s ruzie). Dit gedicht gaat over de wedstrijd in beledigingen die Loki met andere goden houdt. Het gedicht begint met Aegir die een feest houdt waar Loki niet voor is uitgenodigd. Loki vraagt een bediende waar de gasten over praten, de bediende meldt dat het over oorlog en vechten gaat en dat niemand iets positiefs over Loki te melden heeft. Loki wordt boos en dreigt naar binnen te gaan en ervoor te zorgen dat hij voor het eind van het feest iedereen tegen elkaar heeft opgezet en de drank (mede) die zij drinken met kwaadaardigheid zal vermengen.

 

Loki gaat vervolgens naar binnen, doet een beroep op de algemene gastvrijheidsregels en vraagt om een stoel en mede. De god Bragi antwoordt dat hij niet welkom is. Loki reageert daarop door Odin te herinneren aan een oude eed die zij gezworen hadden, waarin zij elkaar hadden beloofd samen te zullen drinken. Odin vraagt zijn zoon Vidar om plaats te maken voor Loki, Vidar gehoorzaamt en biedt Loki ook een beker aan. Loki proost vervolgens op de goden, waarbij hij Bragi nadrukkelijk uitsluit. Bragi is de beroerdste niet en biedt Loki een zwaard, een paard en een ring aan om hem tevreden te stellen. Loki is echter uit op onrust stoken en beledigt Bragi door zijn moed in twijfel te trekken. Bragi merkt op dat de gedragscode hem verbiedt om in de hal van Aegir te vechten, maar dat als ze in Asgard waren geweest, niemand hem had kunnen tegenhouden. Bragi’s vrouw probeert Bragi te sussen, wat ervoor zorgt dat Loki zijn beledigingen op haar richt en uiteindelijk iedere god en godin op het feest op zijn of haar tekortkomingen wijst. Dan komt Thor binnen. Hij dreigt Loki te onthoofden met zijn hamer, waarop Loki zegt dat hij de bedreigingen van Thor als enige serieus neemt en de feesthal verlaat.

 

De Lokasenna heeft overeenkomsten met het Ierse verhaal Fled Bricrenn (het feest van Briccriu). In dit verhaal organiseert Briccriu een feest in zijn nieuwe huis voor Conchobar mac Nessa en de helden van Ulster. Briccriu is echter een notoire onruststoker en hij weet dat hij iets zal moeten bedenken om de Ulstermannen op zijn feest te krijgen. De Ulstermannen zullen immers denken dat hij kwaad in de zin heeft en zal proberen ze tegen elkaar op te zetten. Na een aantal bedreigingen weet Briccriu de Ulstermannen zover te krijgen dat ze op zijn feest komen.

Briccriu zou Briccriu niet zijn als hij niet toch de Ulstermannen tegen elkaar op wil zetten. Voordat het feest begint bezoekt hij daarom achtereenvolgens de drie Ierse helden, Cúchulainn, Conall Cernach en Lóegaire Búadach en belooft hen alledrie de curadmír. Dat is de kampioenenportie, in dit geval een geroosterd zwijn, een ketel wijn en honderd in honing gebakken tarwecakes. Tijdens het feest staan de drie helden op en claimen de kampioenenportie, waarna bijna een gevecht tussen hen uitbreekt. Om dit te voorkomen wordt de kampioenenportie verdeeld tussen alle Ulstermannen en wordt er een wedstrijd georganiseerd om te bepalen wie de enige echte held is. De wedstrijd zal op verschillende plekken plaatsvinden en deels gejureerd worden door Ailill en Medb van Connacht en deels door Cú Roí van Munster. Na alle uitdagingen die de moed en vaardigheden van de helden testen, komt Cúchulainn als winnaar uit de bus. Conall Cernach en Lóegaire weigeren dit te accepteren. Cú Roí probeert een beslissing te forceren door zich te vermommen als een barbaar en daagt de helden uit hem te onthoofden en hem de volgende dag toe te staan om de helden op zijn beurt te onthoofden. Het lukt de drie de helden de barbaar te onthoofden. De barbaar pakt zijn hoofd op en loopt weg… De dag erna zijn Conall Cernach en Lóegaire nergens te bekennen, alleen Cúchulainn komt opdagen en strekt zijn nek uit. De barbaar spaart hem, laat zien wie hij werkelijk is en verklaart Cúchulainn tot enige echte held die recht heeft op de kampioenenportie.

 

In beide verhalen lezen we dat de onruststokers het allebei niet kunnen laten om mensen te beledigen en tegen elkaar uit te spelen en dat hun acties grote gevolgen hebben.

Recensie: De Poolgebieden voor in bed, op het toilet of in bad

De Poolgebieden, voor in bed, op het toilet of in bad, Nienke Beintema, Prometheus, Amsterdam, 2015

‘De Poolgebieden’ van Nienke Beintema is een boekje vol met feiten en weetjes over de poolgebieden. De korte hoofdstukken gaan over diverse onderwerpen, van pinguïns tot rendieren, het klimaat, eten, het verschil tussen een kano en een kajak, poolreizigers, Spitsbergen en zelfs Vikingen. Door de opbouw, poolverhalen van A tot Z, kun je het boek steeds ergens openslaan en een hoofdstukje lezen.

Het boek is leerzaam en leuk geschreven. Doordat er een breed scala aan onderwerpen wordt behandeld, zal er voor iedereen iets anders uitspringen. Houd je van (pool)dieren dan kun je je hart ophalen aan verhalen over pinguïns, rendieren, ijsberen en walvissen.

Liefhebbers van reisverhalen vinden in dit boekje een aantal hoofdstukken over Roald Amundsen, Robert Scott en een Nederlandse poolexpeditie. Houd je meer van praktische weetjes, dan leer je wat bloedsneeuw is, hoe je scheurbuik kan genezen en waarom wij in Nederland naar verhouding zoveel strooien als het sneeuwt. Ook geschiedenisfans komen aan hun trekken met onder andere een interessant hoofdstuk over de reden dat de Vikingen op Groenland zijn verhongerd, terwijl de Inuit even verderop genoeg te eten hadden.

Als je van eten houdt, lees je ook genoeg over eten tijdens poolreizen, maar of je die gerechten wilt namaken is een heel andere vraag. ‘De Poolgebieden’ is een leuk boek om in de kerstvakantie te lezen, gezellig bij de haard onder een dikke deken en met een kop warme chocolademelk.

Recensie: “Helweek” & “Genadeloos”

‘Helweek’ en ‘Genadeloos’

Erik Bertrand Larssen is de bekendste mental coach van Noorwegen, waar hij al meer dan 200.000 boeken verkocht. In 2014 was heel Noorwegen in de ban van de ‘Helweek’. De twee boeken die je voorbereiden op deze je leven veranderende week, Helweek en Genadeloos, zijn nu ook in het Nederlands vertaald. De boeken zijn in willekeurige volgorde te lezen. Ook in Nederland is Helweek een bestseller en kreeg veel aandacht in de media. In 2015 worden zelfs vier nationale helweken georganiseerd (21- 27 september is de volgende – voor de geïnteresseerden, zie www.helweek.nl). Vanwege de hype leek het me leuk om de boeken van Erik Bertrand Larssen hier te bespreken.

Het idee van een helweek komt uit de gelijknamige week in het Noorse leger, die Larssen ook heeft ondergaan tijdens zijn opleiding tot officier. Tijdens deze week worden de soldaten zowel mentaal als fysiek tot het uiterste gedreven. Het idee hierachter is dat je buiten je comfortzone het snelst leert. Een helweek zet je op scherp en zorgt ervoor dat je het leven in een ander daglicht ziet.

Erik Bertrand is niet voor niets mental trainer; de helweek houdt namelijk ook in dat je blij, positief en oplossingsgericht met jezelf en je doelen aan de slag gaat. Je gaat tijdens de helweek extra goed voor jezelf zorgen, gezond eten en drinken, productief zijn en sporten staat centraal. Een dag van de helweek begint om 5:00 ’s ochtends en eindigt om 22:00 ’s avonds.

Iedere dag in de helweek heeft een eigen thema. Op maandag neem je je vaste gewoontes onder de loep, wat zijn die en hoe kun je goede gewoontes versterken en slechte gewoontes veranderen. Dinsdag staan twee begrippen centraal: modus en focus. Je gemoedstoestand is je modus, en je focus is datgene wat je aandacht nodig heeft op dat moment. Visualisatie, lichaamshouding, je innerlijke dialoog en herinneringen kunnen je modus veranderen, waardoor je effectiever werkt. Timemanagement is het thema van woensdag. Donderdag is de zwaarste dag: je mag een nacht niet slapen. Moed, angst, uitstelgedrag en motivatie zoeken staan centraal. Na de slapeloze nacht van donderdag, begin je vrijdag aan een dag vol rustmomenten. Zaterdag wordt een dag waarop je alleen maar positief mag denken. Hoe je denkt bepaalt hoe je je voelt, je woordkeuze is hierbij bepalend. Op zondag plaats je je leven in perspectief en denk je na over wat de helweek je gebracht heeft.

Larssen weet de opdrachten en thema’s goed over te brengen met herkenbare verhalen van zijn cliënten en uit het leger. Het is echter handig (als je echt iets wilt hebben aan dit boek) om het samen te lezen met Genadeloos, Hierin beschrijft Larssen de theorieën die hij in Helweek aanstipt uitgebreider. Hoe kun je jezelf verbeteren, hoe stel je jezelf goede doelen, hoe haal je het maximale uit jezelf en hoe kun je je verborgen talenten aanspreken. Mental training is zijn vak, dus je gedachten en het sturen van je gedachten staan centraal.

Beide boeken zijn erg interessant, zeker als je weer even stil wilt staan bij je leven en wilt ontdekken of je je passies nog wel volgt (of wat die dan zijn). Of je nou 40 uur per week werkt of niet, we laten ons vaak teveel opslokken in de dagelijkse gang van zaken en besteden onze tijd niet altijd zoals we die willen besteden. Boeken als Helweek en Genadeloos laten je weer even stilstaan bij wat je echt wilt bereiken in het leven en geven je de middelen om die doelen te bereiken. Samen met de inspirerende, leuke schrijfstijl van Larssen betekent dit dat iedereen deze boeken zou moeten lezen.

Naschrift: Helweek en Genadeloos, Erik Bertrand Larssen, Boom/Nelissen, Amsterdam, 2014 en 2015. Vertaald door Maud Jenje en Sofie Maertens

Erik Bertrand Larssen is mental coach, hij begeleidt veel topatleten en topmanagers. Hij is tevens een veelgevraagd internationaal spreker.