Offerfeesten

De dagen worden langzaam weer kouder en donkerder en de feestdagen komen weer in zicht. Welke feesten vierden de vroegere Scandinaviërs eigenlijk?

In de Ynglinga saga wordt een aantal oude feesten genoemd en deze worden aangeduid met de term blót. Blót betekent ‘offer’, ‘verering’. Het woord offer is beladen, maar blót is etymologisch gezien niet gelinkt aan woorden voor bloed. Er werden vermoedelijk ook niet mensen ritueel geofferd. Een blót hield voornamelijk in dat mensen elkaar tijdens een feest ontmoeten en samen aten en dronken. Iedereen gaf bier en mede aan elkaar door en er werd geproost op voorspoed en gezondheid, of op een goed jaar en vrede (til árs ok friðar), terwijl in grote ketels op hete stenen varkensvlees en paardenvlees werd gekookt. In Håkon Góði saga wordt wel een gruwelijk detail van de viering genoemd: het bloed van de dieren werd als magisch gezien en werd over de muren en over beelden van goden gesprenkeld.

Voorbeelden van blót

Blót werden om verschillende redenen gehouden, vaak op speciale momenten in het jaar. Zo werd rond de oogsttijd een blót gehouden voor een goede oogst. In de winter tijdens de zonnewende, werd de terugkeer van het licht en het lengen van de dagen gevierd. Blót werden op speciale plekken gehouden. Zo wordt in de Ynglinga saga het Mälarenmeer in Zweden genoemd, het huidige Sigtuna. Odin ging bij dit meer wonen en liet een grote tempel bouwen waar blót gehouden werden.

Jaarlijkse blót

Volgens de wetten die Odin in Ynglinga saga voorschreef, moesten verschillende blót gehouden worden:

Een offer moest gebracht worden aan het begin van de winter voor een goed jaar, en midden in de winter een offer voor voorspoedige groei, het derde moest aan het begin van de zomer gehouden worden. Dat was het zegeoffer.

In Heimskringla schrijft Snorri ook een aantal keer dat jaarlijks drie offerfeesten gehouden werden, bijvoorbeeld in Olafs Saga Helga: ‘Nu is het hun oude gebruik om in de herfst een offerfeest te hebben om de winter te begroeten, een tweede in het midden van de winter en een derde aan het begin van de zomer om de zomer te begroeten.’

In Ólafs Saga Tryggvasonar wordt  nog een vierde offerfeest genoemd dat in het midden van de zomer plaats vond: het midzomerofferfeest (miðsumarsblót).Daarnaast wordt een landsofferfeest genoemd, het höfuðblót (hoofdoffer). Dit werd eens in de negen jaar gevierd. In Olafs saga helga staat daarover het volgende:

In Zweden was het een oud gebruik, toen het land nog heidens was, dat het hoofdoffer plaatsvond in Uppsala, in de maand gói. Offers werden gebracht voor vrede en voor de zege van de koning. Op deze plek kwamen mensen uit het gehele Svea-rijk, en tegelijk zou ook het þing van de Zweden er plaatsvinden. Ook werden er markten gehouden die een week duurden.

Na de kerstening werden deze feesten vervangen door christelijke feesten. Dit wordt beschreven in de Ágrip af Nóregskonungasögum (Synopsis van de sagen van de Noorse koningen). Deze synopsis werd geschreven rond 1190 door een onbekende Noorse auteur. Daarin wordt verteld dat koning Olaf Tryggvason het heidense offeren verbood, en in plaats daarvan vier feestelijke drinkgelagen‚ blótdrykkjur‘, invoerde: met Kerstmis, met Pasen, een ‘lichtbier’ met Sint Jan en een ‘herfstbier’ met Sint Michaël.

Blót in huiselijke kring

Naast deze landelijke vieringen waar veel mensen samenkwamen, waren er ook blót die thuis in de familiekring werden gevierd. Een voorbeeld daarvan is de álfablót. Dit was een familieaangelegenheid waarbij vreemden niet welkom waren. De vrouw van het huis leidde deze viering waarbij ook bier gedronken werd. We lezen hierover in het skaldendicht Austrfararvísur. Sighvatr komt na een lange reis met zijn gevolg hongerig en vermoeid aan in Hof, het huidige Stora Hova in Västergötland. Deze keer worden ze niet gastvrij ontvangen zoals ze gewend zijn, maar wordt de deur niet eens voor ze opengedaan. Sighvatr moet zijn neus door een nauwe opening steken om met de bewoners te praten; deze sturen Sighvatr echter weg vanwege de álfablót. Sighvatr antwoordt dat hij hoopt dat de trollen hen zullen komen halen! Ook bij de volgende plekken worden ze weggestuurd, zelfs bij de hoffelijkste man van de streek. Sighvatr verzucht dat als dit de beste man is, hij de gemeenste man nooit hoopt te ontmoeten.

Tegenwoordig zijn we gelukkig wat gastvrijer tijdens de feestdagen!

 

Advertisements

De Noorse invloed op de Orkney eilanden

Een 9e eeuwse familiegeschiedenis rond een Noorse edelman en zijn trouwe vazal Mooihaar

De Orkney eilanden hebben een belangrijke rol gespeeld in de Vikingtijd. Vikingen vestigden zich daar en dreven handel. In verschillende bronnen worden Noorse personen genoemd die een belangrijke rol speelden op de Orkney eilanden, dit geeft aan dat Noorwegen er veel invloed had.

In Heimskringla wordt een Noorse graaf, Rognvald van Møre, genoemd. Deze Rognvald knipt het haar van koning Harald nadat deze het 10 jaar had laten groeien. Dat levert Harald zijn bijnaam Hárfagri, ‘schoonhaar’ op. Rognvald gaat samen met koning Harald Hárfagri op expeditie naar de Orkney- en Shetland eilanden om deze te verlossen van Vikingen die Noorwegen, Schotland, Ierland en het eiland Man hadden geplunderd. Tijdens deze tocht wordt Ivarr, de zoon van Rognvald, gedood. Om Rognvald voor zijn verlies te compenseren, krijgt hij de Orkney- en Shetland eilanden van de koning. Rognvald geeft de Orkney eilanden aan zijn broer Sigurd Eysteinsson die door de koning tot graaf wordt benoemd, de eerste graaf van de Orkney eilanden. Het feit dat er een graaf benoemd moest worden, suggereert dat de Orkney eilanden misschien zelfs als een deel van Noorwegen werden gezien.

Sigurd sterft, ondanks zijn belangrijke positie, op een bizarre manier. Volgens Orkneyinga saga daagt hij de hoofdman van de Picten, Máel Brigte ‘met de vooruitstekende voortand’, uit tot een gevecht waarbij ieder 40 man mocht meenemen. Sigurd neemt er 80 mee, tot irritatie van Máel Brigte. Máel Brigte wordt verslagen waarna Sigurd diens hoofd aan zijn zadel vastbindt. Bij het naar huis rijden schampt de tand van Máel het been van Sigurd, de ontstane wond raakt geïnfecteerd en Sigurd sterft.

In de Fragmentary Annals of Ireland lezen we in verband met de Orkney eilanden over Ragnall, een zoon van Halfdan, koning van Lochlann (Noorwegen). De Annals vertellen hoe twee andere zoons van koning Halfdan Ragnall uit Noorwegen verdrijven, omdat ze vrezen dat hij hun het koningschap zal afnemen. Ragnall besluit zich samen met zijn zoon op de Orkney eilanden te vestigen. Er wordt niet specifiek gesproken over het feit dat hij tot graaf wordt benoemd, het is dus niet duidelijk of dit dezelfde persoon is als de eerder genoemde Rognvald. Op de Orkney eilanden is in de grafheuvel Maeshowe een steen met runeninscriptie gevonden die zegt dat Maeshowe “gebouwd is voor Loðbrók”, dit suggereert dat de legendarische Ragnar Loðbrók *) een belangrijke rol heeft gespeeld in de geschiedenis van de Orkney eilanden en misschien wel dezelfde persoon is als Rognvald.

Maar volgens Orkneyinga saga is Rognvald echter de zoon van Eystein Ivarsson. Rognvald is getrouwd met Ragnhild, ook Hild genoemd, de dochter die sterft bij de expeditie naar de Orkney en Shetland eilanden van Hrólfr Nefja ‘de Neus’. Vóór zijn huwelijk kreeg Rognvald drie zonen bij maîtresses: Hallad, Einarr en Hrollaug. Rognvald en Ragnhild krijgen samen drie zonen, Ivarr, Thorir en Hrólfr. Hrólfr is zo groot dat geen paard hem kan dragen, daarom krijgt hij de bijnaam Ganger Hrólf, ‘Hrólfr de loper’. Hij wordt door de schrijvers van de sages gelijkgesteld aan de legendarische Rollo van Normandië, die in de herfst van 911 het verdrag van Saint-Clair-sur-Epte getekend heeft, samen met koning Carolus Simplex, Karel de Eenvoudige, van Frankrijk. Als onderdeel van het verdrag kreeg Rollo het gebied in leen dat later het hertogdom Normandië zou vormen. In ruil zou hij de toegang tot de Seine verdedigen tegen aanvallen door andere Vikingen.

Na de dood van Rognvalds broer Sigurd, wordt Rognvalds zoon Hallad graaf van de Orkney eilanden. Hallad kan echter niet op tegen de plunderingen en invallen van Deense legers. Hij hangt uiteindelijk zijn graaftitel aan de wilgen en keert terug naar Noorwegen, dit was natuurlijk totaal niet heldhaftig. Hallad werd bespot door de gemeenschap en Rognvald is woedend. Rognvald roept zijn zoons bij elkaar om met behulp van voorspellingen te bepalen wie naar Orkney zal vertrekken. Van Thorir wordt voorspeld dat hij in Noorwegen blijft, Hrollaug moet volgens de voorspellingen zijn heil op IJsland gaan zoeken. Alleen de jongste zoon Einarr blijft over. Moedig biedt hij aan wel naar de Orkney eilanden te willen vertrekken. Dat was niet helemaal volgens het plan van Rognvald. Die reageert namelijk met de woorden: ‘Als we op je afkomst moeten afgaan, je moeder is immers dochter van twee slaven, ben je niet erg geschikt om een leider te worden. Maar ik ben het met je eens: hoe sneller je vertrekt en hoe langer je wegblijft, hoe gelukkiger je me maakt.’ Ondanks dat zijn vader openlijk twijfelt aan zijn capaciteiten, slaagt Einarr erin om de Denen te verslaan. Zijn afstammelingen hebben nog tot eeuwen na zijn dood de dienst uitgemaakt op de Orkney eilanden.

Zoals al eerder uit deze rubriek gebleken is, lijken veel namen in de mythologie en sages of elkaar, waardoor het niet altijd duidelijk is of de verhalen nu telkens over dezelfde persoon gaan. Feit blijft dat in elk geval een familie van Noorse Vikingen een grote invloed heeft gehad op de Orkney – en Shetland eilanden. Tot de 17e eeuw werd er op deze eilanden zelfs een vanuit het Oudnoords ontwikkelde taal gesproken, het Norn. Deze taal deelde veel aspecten met dialecten uit Zuidwest-Noorwegen. Nu nog wordt Oudnoords ceremonieel gebruikt op de Orkney en Shetland eilanden.

*) Ragnar Loðbrók is de hoofdpersoon van de – interessante en behoorlijk historisch correcte – serie Vikings die momenteel op de zender Fox wordt uitgezonden.

Eten in de Vikingtijd

Eten in de Vikingtijd

In de door Snorri Sturluson geschreven verzameling koningssagen Heimskringla (‘De schijf van de wereld’) staat veel waardevolle informatie over het leven 
in de Vikingtijd. De verhalen zijn rond 1225 opgeschreven door Snorri Sturluson en zijn ontstaan in de periode van 850 tot 1177. De verhalen gaan vooral over het liefdesleven en de oorlogen van de Deense leiders van Noorwegen, natuurlijk wordt in die verhalen ook aandacht besteed aan feesten, die net zoals nu gepaard gaan met uitbundig eten en drinken. Hierdoor komen we vrij veel te weten over het eet- en drinkgedrag in de Vikingtijd.

Er werd veel gedronken in de Vikingtijd. Bier en mede (honingwijn) blijken erg populair. In Hákonar saga góða, ‘de 
saga van Hakon de Goede’ wordt verteld over de wetten die koning Hakon heeft opgesteld rondom Yule, het tegenwoordige kerstfeest. Hakon legt de duur van het feest vast in een wet. Bier speelt zelfs in deze wetgeving en de bepaling van de duur van het feest een rol. Voor die tijd was het gebruikelijk dat Yule de drie dagen na de midwinternacht gevierd werd. Hakon veranderde dit, volgens zijn wet moet iedereen, op straffe van een sanctie, van een bepaalde hoeveelheid graan bier brouwen, Yule wordt vervolgens gevierd totdat het bier op is. Het Yule feest wordt ook gevierd door allerlei vee te slachten. Het vlees wordt daarna tot een hartige stoofpot gekookt in ketels boven een groot vuur in het midden van de vloer.

Als het eten klaar is, wordt een aantal bekers over het vuur heen aan het stamhoofd gegeven, deze bekers worden gezegend en dan leeggegooid. De eerste beker die wordt leeggegooid is voor Odin en staat voor overwinning en macht
 voor de koning. De bekers erna zijn voor Njord en Freya, ze worden leeggegooid om vrede en een goede oogst te bewerkstelligen, daarna werd de zogenoemde ‘beloftebeker’ leeggegooid en uiteindelijk gooiden de gasten een ‘herinneringsbeker’ leeg als herinnering aan overleden vrienden. Er wordt over gedebatteerd of de bekers gedronken werden of echt leeggegooid werden. Het lijkt goed mogelijk dat toen ook al op iemand gedronken werd, net zoals nu, als vorm van respect.

In Saga Ólafs Tryggvasonar lezen we dat er, voor de gezondheid, ook melk gedronken werd. Er wordt verteld over de moedige koning Ogvald, hij blijkt altijd een koe bij zich te hebben en hij brengt vele offers aan deze koe. Haar melk drinkt hij om gezond te blijven.

Het eten dat in de saga’s het meest voorkomt is vlees en haring. De term vlees is natuurlijk vrij algemeen, uit de saga’s
 in Heimskringla kunnen we vaststellen wat de meest gegeten soorten vlees zijn. Het meest worden de woorden voor vee, koe, stier en kalf genoemd, daarna varken, speenvarken en spek. Ook schaap en geit worden genoemd. Rundvlees wordt gezien als een goed stuk vlees, in Saga Ólafs Tryggvasonar bekijkt een man de bereidingen van een maaltijd voor de koning, hij vindt dat er slecht vlees wordt gebruikt en biedt twee grote, vette stukken rundvlees aan.

Het eten van paard en hond wordt ook beschreven; dit voedsel wordt dan meestal door boosaardige heidenen gedaan. Rendier wordt verrassend weinig als voedingsmiddel genoemd, hoewel we ervan uit kunnen gaan dat dit veel gegeten werd. Misschien was dit vlees in die tijdte gewoontjes om op feesten te serveren. Kip wordt helemaal niet genoemd.

Er worden ook verschillende vissoorten genoemd; zoals gezegd wordt haring het meest genoemd, meestal in combinatie met zout. Zout en haring waren onlosmakelijk met elkaar verbonden, zo lezen we in Ólafs saga helga dat de koning de export van zout en haring van Viken naar Gautland verbiedt. De mensen daar konden niet zonder deze voedingsmiddelen.

Granen, brood en honing worden ook genoemd. Het zal niemand verbazen dat graan en honing veelal voorkomen als ingrediënten voor bier en mede. Brood wordt genoemd als voedsel dat meegenomen wordt op schepen en het wordt vaak aan koningen geserveerd. Honing blijkt in zijn pure vorm ook waardevol te zijn, het wordt in de saga’s genoemd als inzet bij een weddenschap waar de winnaar twee manden honing krijgt.

Kruiden en groente worden weinig genoemd. Kruiden worden als medicijn genoemd en als smaakmaker voor, jawel, mede. Wat betreft groente lezen we alleen over prei in Ólafs saga helga, helaas niet in de gezellige context van een feest, in dit geval wordt er op een slagveld gekookt. Na het gevecht komen meisjes het veld
 op om de gewonde mannen te verzorgen. De meisjes koken een potje van prei en kruiden en geven dit aan gewonde krijgers om zo te kunnen ruiken of een wond door de buikwand heengegaan is. Als je de prei kon ruiken was het mis.

Boter wordt gezien als een waardevol, misschien zelfs luxe, product in Ólafs saga Helga; hier lezen we over een nieuwe wet van koning Svein. Met Yule moet iedere man als belasting aan de koning een hoeveelheid mout van ieder geoogst veld betalen, samen met het been van een driejarige os en een emmer boter.

Kaas wordt ook in Heimskringla genoemd, van de vermelding in Haralds saga Sigurðarsonar leren we dat voedsel niet alleen nuttig is om te eten. De dochters van Thorlek Geysa laten zien dat kaas ook heel goed voor andere doelen gebruikt kan worden. De meisjes maken de koning belachelijk door kaas in de vorm van ankers te snijden, deze ankers waren namelijk goed genoeg voor de schepen van de Noorse koning. De meisjes worden hier natuurlijk voor gestraft. Voor ons, in de moderne tijd, is het leuk om te weten dat ook in de Vikingtijd kinderen al met hun eten speelden.