Bifrost en Yggdrasil

Bifrost en Yggdrasil

Bifrost, de ‘bevende weg’ en Yggdrasil, de levensboom, zijn misschien wel de meest tot de verbeelding sprekende elementen uit de Scandinavische mythologie. In deze aflevering krijgen ze dan ook de aandacht die ze verdienen.

Bifrost wordt ook wel de regenboogbrug genoemd, het is een brandende brug die de verbinding vormt tussen Midgard, de mensenwereld, en Asgard, de godenwereld. De brug wordt in twee gedichten van de Poëtische Edda genoemd. In Grímnismál, ‘het lied van de Gemaskerde’, waarin veel over de Oudnoordse scheppingsbeschrijving verteld wordt, staat dat de brug in lichterlaaie staat en dat daar Himinbjörg, het ‘hemelkasteel’ van Heimdal, staat op de plek waar de brug de hemel raakt. Heimdal heerst over dit rijk en bewaakt de brug. Heimdal is herkenbaar aan zijn grote hoorn, de Gjallarhorn, als hij erop blaast is het geluid in alle werelden te horen. Hij heeft minder slaap nodig dan een vogel en bezit een paard met gouden manen en tanden. Hij kan de toekomst zien en heeft het beste gehoor en zicht van alle goden.

In Fáfnismál, ‘het lied van Fáfnis’, voorspelt de draak Fáfnis dat tijdens Ragnarok, het einde der tijden, de regenboogbrug in stukken zal breken als de zonden van Vuurgesel bewapend en omringd met vuur over de brug rijden. In de proza-Edda wordt de brug met meer details beschreven. In Gylfaginning ‘de begoocheling van Gylfi’ staat dat de brug de hemel met de aarde verbindt en de bevende weg heet, hoewel sommigen noemen hem de regenboogbrug noemen.

De brandende brug heeft drie kleuren, is heel sterk en vakkundiger gemaakt dan alle andere bouwwerken. Omdat de Asen elke dag op hun paarden over de brug rijden, wordt hij ook wel de Asenbrug genoemd. De enige god die niet over de brug rijdt is Thor, hij waadt door de kolkende rivieren naar de wereldboom Yggdrasil om daar recht te spreken. Er wordt ook uitgelegd dat de brug in brand staat zodat de brug niet voor iedereen zomaar toegankelijk is. Op deze manier kunnen de ijs- en bergreuzen niet via de brug naar de hemel waar vele mooie plekken zijn die door de goden beschermd worden. Als extra voorzorgsmaatregel bewaakt Heimdal de brug ook nog vanuit zijn kasteel Himinbjörg tegen deze reuzen. Ook hier wordt al voorzien dat de brug tijdens Ragnarok zal breken als de troepen van Vuurgesel erover rijden.

Volgens Gylfaginning is de es Yggdrasil vlakbij de regenboogbrug te vinden.Yggdrasil is de wereldboom, die in het centrum van de wereld staat. De takken reiken tot ver in de hemel en over de hele aarde. Onder deze boom, in het land van de reuzen, ligt de bron van Mimir. Dit is de bron waaruit Odin zo graag wil drinken dat hij een van zijn ogen opoffert. Om de opperste wijsheid te krijgen, hangt hij zichzelf ook negen dagen op aan de takken van de boom. De wortels van Yggdrasil staan in verbinding met alle werelden. Heimdal verstopt zijn hoorn onder de wortels van de boom en Mimir gebruikt de hoorn om uit zijn bron te drinken.

Onder Yggdrasil is ook nog een andere bron, de bron van het lot. Hier leven de drie Nornen, Urd, Verandi en Skuld (Lot, Heden en Toekomst). De nornen bepalen het lot van de goden en de mensen. Elke dag halen ze water uit de bron, en leem dat rond de bron ligt. Dat mengen ze en gieten ze over Yggdrasil zodat de takken niet uitdrogen of wegrotten. De dauw die van de takken op aarde valt, is de honingdauw waar de bijen van leven. Het water uit de bron van het Lot is zo heilig dat alles wat met de bron in aanraking komt, zo wit wordt als het vlies binnenin een eierschaal. In de bron leven twee zwanen.

Op de takken van Yggdrasil zit een tweekoppige adelaar die over veel kennis beschikt. Tussen zijn ogen zit een havik. Deze brengt boodschappen naar de goden als er onheil dreigt. De eekhoorn Ratatosk rent steeds heen en weer om hatelijke boodschappen over te brengen tussen de adelaar en de draak Nidhogg die constant aan de wortels van Yggdrasil knaagt.

Rondom de wortels krioelen ook twee oerslangen. Bij de stam leven vier herten met grote geweien, zij leven van de schors en de onderste bladeren en vruchten. De geit Heidrun eet van de bladeren in een kruin hogerop. In tegenstelling tot de regenboogbrug, wordt Yggdrasil niet beschadigd bij Ragnarok. Als het einde van de wereld nadert, zal Yggdrasil beginnen te beven. De enige twee menselijke overlevenden zullen zich in de takken van Yggdrasil schuilhouden.

Dat Bifrost en Yggdrasil nog steeds tot de verbeelding spreken, blijkt uit de vele keren dat ze in de moderne kunst verbeeld worden of op een andere manier verschijnen. Recent heeft de Noorse fotograaf Espen Krukhaug bijvoorbeeld slapeloosheid vergeleken met Bifrost als een eindeloze brug waarvan de andere kant nooit bereikt wordt, het gelijknamige boek staat vol dromerige beelden en nachtelijke buitenopnames.

Odin de Oppergod

Odin de Oppergod

Odin is de belangrijkste God in de Scandinavische mythologie. Omdat hij een van de scheppers van de wereld is, wordt hij ook de Alvader genoemd en wordt hij de leider van het godengeslacht de Asen. Hij heeft magische krachten en kan de toekomst voorspellen. In het bekende Eddagedicht Völuspá vertelt een zieneres Odin over het noodlot van de wereld dat door de schikgodinnen, de Nornen, wordt gesponnen. In trance verhaalt ze over het ontstaan van het heelal, het begin van de wereld, de schepping van de dwergen en de mensen. Ook vertelt ze over belangrijke gebeurtenissen in de godenwereld en over de dreigende ondergang van de wereld. Aan het einde van haar voorspelling vertelt ze over de onvermijdelijke ondergang van de goden zelf. Zij zullen ten strijde trekken tegen de oeroude reuzen en het gevecht aangaan met twee boosaardige kinderen van de verraderlijke, onruststokende vuurgod Loki: de wolf Fenrir en de afschrikwekkende Midgardslang. De zon zal uiteindelijk uitdoven en de in duisternis gehulde aarde zal door het laatste vuur verteerd worden. Deze kosmische strijd wordt Ragnarok genoemd. Gelukkig vertelt de zieneres ook over de nieuwe prachtig groene wereld die zal verrijzen uit de eindeloze oerzee.

Odin weet dat Ragnarok onvermijdelijk is en dat alles verloren zal gaan. Hij blijft echter rondreizen op zoek naar wijsheid om dit noodlot te voorkomen. Zijn vele reizen leveren hem de bijnaam Wandelaar op. Hij kan ook van gedaante veranderen, zijn lichaam ligt er dan roerloos bij, maar zijn geest reist dan in de gedaante van een vogel, vis of viervoetig dier naar verre landen om daar zijn zaken te behartigen; dit levert hem de naam de Gemaskerde op.

Odin gaat niet altijd zelf op zoek naar kennis, hij heeft enkele dieren om zich heen verzameld die hem constant van nieuwtjes voorzien. Twee raven, Hugin (gedachte) en Munin (geheugen) genaamd, vliegen iedere ochtend over alle werelden heen. Aan het einde van de dag keren ze terug naar Åsgard, landen op de schouders van Odin en fluisteren het nieuws uit alle verschillende werelden in zijn oren.

Odins hang naar meer kennis is zo sterk dat hij zelfs een van zijn ogen afstaat aan de dwerg Mimir, de bewaker van de bron der wijsheid die onder de Levensboom Yggdrasil zit. Om van deze bron te mogen drinken moet Odin een offer brengen: hij offert een van zijn ogen op dat voortaan op de bodem van de bron ligt. Odin krijgt door dit avontuur ook de naam Eenogige. De opperste wijsheid verkrijgt hij door zichzelf te offeren: hij hangt zichzelf negen dagen op aan de Levensboom. Dit levert hem de wijsheid van de runen op, daarmee krijgt hij de beschikking over de magische natuurkrachten. Aan het eind van de negen dagen vol overpeinzingen en ongemak ontvangt Odin de runen.

Naast de associaties met de schepping en kennis wordt Odin ook geassocieerd met oorlog, strijd en de dood. Op zijn achtbenige paard Sleipnir rijdt hij tussen de rijken van de levenden en van de doden. Zoals het een oppergod betaamt, is Sleipnir het snelste paard van de godenwereld, ook heeft het paard alle 24 runen op de tanden. Odin verschijnt vaak met Sleipnir op het slagveld vergezeld door zijn raven Hugin en Munin en zijn twee wolven Geri en Freki. Bij gevechten kijkt hij niet alleen toe, soms veroorzaakt hij ze. Hij doet dat in sommige gevallen door alleen maar zijn magische speer Gungnir neer te gooien, in andere gevallen stuurt hij zijn mooie Walkuren, vrouwelijke krijgers, om het gevecht zodanig te beïnvloeden dat de uitkomst naar zijn wens is. De Walkuren worden door Odin naar de slagvelden gestuurd om heldhaftigste gestorven krijgers uit te kiezen en mee te nemen naar Walhalla waar ze hun tijd tot aan de eindstrijd vechtend en feestend doorbrengen. Odin wil alleen de dapperste en beste krijgers in Walhalla, met hun hulp hoopt hij de eindstrijd te kunnen winnen.

Odin is een woordkunstenaar, een vaardigheid die hij ook in gevechten gebruikt. Hij kan zo vlot praten dat iedereen die naar hem luistert, ervan overtuigd raakt dat alleen wat hij vertelt de waarheid is. Ook kan hij zijn strijders in een dusdanige staat brengen dat zij zonder harnas als dolle honden of wolven vechten, ze worden sterk als beren en vuur noch ijzer kan ze verwonden. Dit wordt berserkerwoede genoemd. Maar ook kan Odin zijn vijanden beïnvloeden, zodat hun wapens bot worden en zij zelf blind, doof of van angst vervuld raken.

Helaas helpen al zijn kennis, magie, vaardigheden en strijders hem niet als Ragnarok aanbreekt: ook Odin gaat ten onder. Hij wordt gedood door de wolf Fenrir, zoals de zieneres hem had voorspeld.