Recensie: Veenbrand

Veenbrand, Karin Fossum, vertaald door Lucy Pijttersen, Marmer, Baarn, 2016.

Voor Veenbrand kreeg Fossum in 2015 de Rivertonprijs voor het beste spannende boek van Noorwegen.

Veenbrand van Karin Fossum is het langverwachte 12e deel in de serie over inspecteur Konrad Sejer. Het begin van het boek schetst meteen sfeer: het is eenwarme dag in juli als inspecteur Konrad en zijn collega Jacob Skarre in een oude, roestige caravan Bonnie en haar zoontje Simon vinden. Ze zijn met messteken omhet leven gebracht. Sejer en Skarre hebben weinig aanwijzingen en staan voor een raadsel.

In de rest van het boek vertelt Fossum, springend door de tijd en wisselend tussen drie verschillende perspectieven, het verhaal achter deze moorden. Centraal staat de vraag: wie voelt er zoveel woede jegens een kleine jongen en zijn vriendelijke, zachtaardige moeder?

We lezen natuurlijk over Konrad Sejer en Jacob Skarre die de moord op moeder en zoon proberen op te lossen. Ze interviewen familie en getuigen en stellen honderden vragen, wanhopig proberend om aanknopingspunten te vinden. Steeds als ze denken er bijna te zijn, blijken ze toch op het verkeerde spoor gezet te zijn.

We lezen over hoe Bonnie en Simon enkele maanden eerder leefden. Bonnie was een hardwerkende moeder, ze hadden het niet breed. Toch genoten ze van hun eenvoudige leven. Bonnie wilde niets anders dan het Simon naar de zin maken en had alles voor hem over.

We maken verder kennis met de 21-jarige Eddie, 130 kilo zwaar. Eddie heeft een niet nader genoemde psychische stoornis en woont bij zijn moeder. Zijn vader heeft hen een aantal jaren eerder in de steek gelaten voor een jongere vrouw. Zijn moeder praat daar niet meer over, zeker niet met Eddie. Eddie vult zijn dagen met het oplossen van kruiswoordpuzzels en eten en wil niets liever dan zijn vader vinden.

Fossum is een kei in het schrijven van realistische personages met veel diepgang. De kracht van haar boeken zit hem niet in spanning en sensatie, cliffhangers of schrikmomenten. Fossum maakt ietslos bij haar lezers, ze weet een voelbare, beklemmende, wat onbestemde spanning te creëren. Ze zorgt ervoor dat je meeleeft met deze personages en aan hen blijft denken.

Ondanks dat je steeds meent te weten hoe het werkelijk in elkaar zit en wat het verband is tussen de verschillende personages, geeft Fossum op het einde toch nog een enigszins verrassende, tragische wending aan het verhaal.

Al met al is Veenbrand een boek wat na het lezen nog in je hoofd blijft rondspoken, een aanrader dus voor de komende herfst!

Advertisements

Recensie: Ik kan in het donker zien – Karin Fossum

Ik kan in het donker zien

Karin Fossum is bij het grote publiek bekend van haar boeken over inspecteur Konrad Sejer. Ik kan in het donker zien staat los van deze serie. Dit boek is een psychologische thriller, waarbij Fossum put uit haar eigen ruime ervaring met het werk in zorginstellingen.

Als lezer kruipen we in de huid van de veertigjarige eenzame verpleger Riktor die smacht naar sociaal contact en aandacht van vrouwen. Uit eenzaamheid koopt hij met drank de vriendschap van zwerver Arnfinn en denkt in hem eindelijk een vriend gevonden te hebben. Riktor komt er echter achter dat Arnfinn hem besteelt, en slaat hem dood.

Riktor werkt al elf jaar in verzorgingshuis Løkka. Zijn agressieve neigingen komen ook in zijn werk naar boven. Zo schept hij er een sadistisch genoegen in om medicijnen te verwisselen of patiënten te knijpen. Hij weet zelf eigenlijk niet zo goed waar dit gedrag vandaan komt; hij heeft geen slechte jeugd gehad of iets dergelijks. In de instelling rijst het vermoeden dat iemand de patiënten iets aandoet nadat een van hen wordt vermoord. Er worden camera’s geplaatst, Riktor wordt betrapt en verdacht van de moord (die hij overigens niet gepleegd heeft). In de gevangenis komt Riktor tot rust; hij sluit vriendschap met de kokkin en besluit na zijn vrijlating op het rechte pad te blijven. Of dat lukt staat centraal in de rest van het boek.

Ik kan in het donker zien is geschreven in de ik-persoon en dat maakt het boek even realistisch als moeilijk om er in te komen. Riktor is een verward, gestoord persoon en Fossums manier van schrijven, volledig vanuit Riktors brein, zorgt ervoor dat je getuige bent van al zijn hersenspinsels. Dit leidt ertoe dat je tijdens het lezen steeds heen en weer geslingerd wordt tussen begrip en afkeer voor Riktor als personage.

Fossum blijft in Ik kan in het donker zien dicht bij haar hoofdpersoon. Dit maakt het boek erg geloofwaardig en geeft het tevens een diepere laag: wat als dit soort praktijken echt voorkomt? Het boek leest meer als een psychoanalyse van een crimineel dan als een thriller. Voor liefhebbers daarvan is dit boek zeker een aanrader.

Naschrift: Ik kan in het donker zien van Karin Fossum, vertaald door Lucy Pijttersen, Manteau, Antwerpen, 2012. Karin Fossums eerste boek verscheen in 1995: Eva’s oog. Hiervoor ontving Fossum de prestigieuze Riverton-Prijs en de Glazen Sleutel voor de beste Scandinavische misdaadroman.