Kaupang en Dorestad

De Vikingen en de Friezen, Kaupang en Dorestad
Het huidige Nederland is in de 7e eeuw voornamelijk een veenmoeras. De belangrijkste plaatsen liggen vooral langs de kust en in de buurt van kanalen en rivieren. De Rijn en de Lek zijn in deze periode belangrijke handelsroutes. De inwoners van deze streek worden Friezen genoemd. Ze wonen langs de kust tussen het huidige west Vlaanderen en Noord Duitsland: Friesland, Frisia genoemd, dat in die tijd bestaat uit een groep op zichzelf staande ‘eilandjes’. De Friezen staan bekend als uitstekende handelslieden en zeevaarders. Dorestad, het huidige Wijk bij Duurstede, is een belangrijke handelsstad. De stad bestaat uit een grote haven met een paar duizend inwoners. In Dorestad vindt veel handel en ruilhandel plaats, maar er worden ook zilveren en gouden munten ingezet als betaalmiddel. Deze munten zijn later door heel Europa teruggevonden.

In de 8e eeuw wordt Frisia door de Franken veroverd en Karel de Grote lijft Frisia in 785 officieel in tot zijn rijk. Omdat het moerassige kustgebied moeilijk te verdedigen is, raken de Franken Frisia rond 830 weer kwijt aan Deense Vikingen. Vanuit Dorestad beginnen Vikingen plaatsen in de buurt te plunderen, ze vullen hun schepen met kostbare goederen en varen weer terug naar huis. Er is nooit bewijs gevonden dat de Vikingen ook Dorestad zelf hebben geplunderd. In de 9e eeuw raakt Dorestad haar positie als belangrijkste handelsstad kwijt, de oorzaak is onbekend. Het kan zijn dat Utrecht belangrijker is geworden, of dat de loop van de Rijn veranderd is waardoor deze niet meer langs Dorestad loopt. In Nederland zijn overblijfselen van Vikingen gevonden die het bewijs vormen van de handelscontacten tussen Scandinavië en Frisia. De meeste vondsten zijn gedaan in Dorestad. In Noorwegen zijn in Kaupang overblijfselen gevonden die een link met Dorestad suggereren.

Dorestad
Een van de belangrijkste vondsten in Dorestad is de Broche van Dorestad, een rijk gedecoreerde, gouden broche. De broche is gevonden op de bodem van een put en is daar rond 850 terecht gekomen. De broche wordt in verband gebracht met plunderingen door de Vikingen. Verder zijn er armbanden en ringen uit de 8e eeuw en naalden of haarpennen, een zilveren broche met een dierenmotief, een gesp met dierenmotief, een zilveren gesp met dierenmotieven, een spiraal armband met een abstract dierenpatroon en een zilveren schildpadbroche gevonden die alle een link met Scandinavië hebben.

Kaupang
Wat Kaupang interessant maakt in de relatie met Dorestad, is dat de handelswijk in Kaupang op dezelfde wijze is opgezet als in Dorestad het geval was. Langs het vaarwater is een gebied langs een havenweg in regelmatige percelen verdeeld, parallel aan het water. De kavels vertonen qua vorm en grootte grote overeenkomsten met kavels in Dorestad. Kaupang en een aantal vergelijkbare plaatsen (het Deense Ribe aan de westkust van Jutland, Hedeby aan de oostkant van Jutland en Birka in het Zweedse Mälarmeer) zijn rond de achtste eeuw opgekomen, in deze periode waren de Friezen dominant op zee. Mogelijk zijn deze plaatsen als Friese handel kolonies opgezet.
In Kaupang zijn vondsten gedaan die via Dorestad daar terecht zijn gekomen. Zo zijn er bijvoorbeeld glazen kralen uit het middeleeuwse kalifaat, daterend uit de 8e eeuw gevonden. Deze komen weinig voor in het oosten van Noorwegen. Daardoor is het aannemelijk dat ze in Kaupang terecht zijn gekomen via een West-Europese handelsroute.

Er zijn ook Friese aardewerken potten gevonden in Kaupang. Dit aardewerk dateert uit de 9e eeuw. Opvallend is dat zowel in Kaupang als in Dorestad vrijwel geen ‘Hunneschans’ aardewerk gevonden is. Bij ‘Hunneschans’ aardewerk, worden de potten met waterige rode of paarse verf versierd. Dit aardewerk is vanaf de laatste kwart van de 9e eeuw in opmars geraakt en op heel veel plekken in Europa gevonden. Dat het helemaal niet in Kaupang voorkomt is uitzonderlijk en toont aan dat de handel in aardewerk tussen Frisia en Kaupang stopte tussen 860 en 880. De gevonden Friese aardewerken potten zijn als kookpot gebruikt. In Noorwegen wordt er in die tijd vooral gekookt in metalen potten. Dit wijst erop dat de Friezen zich een op een gegeven moment in Kaupang gevestigd hebben.

Dagfinn Skre heeft onderzocht waarom de Friezen naar dit afgelegen, onbekende gebied in Noorwegen zijn gekomen. Hij ontdekt dat ze niet, zoals veel andere buitenlanders, gekomen zijn om goederen te produceren. De Friezen zijn juist gekomen om specifieke producten terug naar Nederland (en het continent) te brengen. Uit de vondsten blijkt dat de Friezen vooral voor het Noorse ijzer zijn gekomen. Dat is door een andere chemische samenstelling veel steviger en minder broos dan het ijzer op het continent, dus er kan veel beter staal van gemaakt worden. Dit Noorse ijzer is vanuit Kaupang naar andere landen geëxporteerd en was erg gewild in de 9e eeuw.

Bron: Skre, Dagfinn. ‘From Dorestad to Kaupang. Frankish Traders and Settlers in a 9th-Century Scandinavian Town.’ Dorestad in an International Framework. 2010. 137–141. Web.

Advertisements

Een verlaat Excuus

Een verlaat excuus

De Deense archeoloog Bjarne H. Nielsen heeft in het decembernummer van het Deense tijdschrift SKALK een artikel gepubliceerd waarin hij vertelt over een verrassende ontdekking tijdens zijn vakantie.

Het begin van de Vikingtijd wordt gemarkeerd door de brute aanval op het klooster Lindisfarne op Holy Island door de Vikingen in 793. De Vikingen hebben dit vredige klooster tweemaal aangevallen: in 793 en later in 875. Nielsen brengt een bezoek aan het eiland en het klooster omdat in zijn beleving iedereen met interesse voor de Vikingtijd minimaal een keer in zijn of haar leven dit belangrijke eiland bezocht moet hebben. Tijdens zijn bezoek constateert hij dat de andere bezoekers minder geïnteresseerd zijn in de rijke Vikinghistorie van het eiland. Zij bezoeken het eiland (en het klooster) alleen maar omdat het een heilig eiland is en het klooster een grote rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van de christelijke kerk in Northumbria.

Nielsen bezoekt ook de naastgelegen kerk waar hij een wonderlijke ontdekking doet. In het koor van de kerk en het altaar, bij een afgietsel van het hoofd van Olav de Heilige, hangt een aantal brieven van de Noorse kerk. Een van de brieven dateert van 1993 en beschrijft het bezoek van vertegenwoordigers van de Noorse kerk. In deze brief maken de Noren na 1200 jaar hun excuus voor de overval van 793. Ze vermelden ook dat met de dood van Olav de Heilige tijdens de slag bij Stiklestad in 1030 de overvallen van de Vikingen geëindigd zijn. Nielsen merkt op dat de Noren zichzelf daarmee bestempelen als een soort Europese vredesstichters, waarbij ze even vergeten dat Harald Hårdråde, Olavs opvolger, geprobeerd heeft Limfjord (in Denemarken) te verwoesten en in 1069 heeft gepoogd Engeland te veroveren.

Al met al is Nielsen sceptisch over het excuus van de Noorse kerk en hij vraagt zich af of hiermee meteen ook een excuus voor de Deense Vikingen gemaakt is (waar hij dan wel dankbaar voor zou zijn). Hij vraagt zich verder af of er wel een excuus gemaakt kan worden voor deze misdaden van 1200 jaar terug, begaan door heidenen. Kan een protestantse kerk zich via een Anglicaanse kerk die vroeger een katholieke kerk was, verontschuldigen voor iets wat heidenen hebben gedaan? Misschien is dat ook een Vikingtocht, maar dan in een modern jasje.


(Naar een tip van Bas van Geel)

Recensie: Hardlopen – Thor Gotaas

Hardlopen

Hardlopen van Thor Gotaas behandelt de geschiedenis van het hardlopen en dan vooral het langeafstandslopen. Het boek is verdeeld in twee delen: de periode van de Oudheid tot de moderne Olympische spelen in 1896, en van 1896 tot heden.

Persoonlijk vind ik het stuk over de Oudheid het interessantst. Gotaas vertelt hoe hardlopen bij de Inca’s vooral uit praktisch oogpunt gebruikt wordt:de boodschappers kunnen zo hard rennen dat ze verse vis binnen een paar uur van de kust naar het opperhoofd brengen. Ze leggen makkelijk 250 km per dag af en brengen nieuwsberichten mondeling of door middel van een touw met koorden en knopen eraan over, elke kleur staat voor een betekenis en een knoop voor een getal. In Griekenland lopen naakte jonge meisjes hard over pas verbouwde grond om vruchtbaar te worden.

De Vikingen gebruiken hardlopen om jongens tot sterke krijgers te maken en trainen hun snelheid door tegen paarden te lopen. Hardlopen wordt bij de Vikingen alleen als vermaak en training gezien. Als krijger is het belangrijker om goed te kunnen paardrijden, aangezien te voet wegvluchten voor de vijand als laf wordt gezien. Gotaas wijdt ook een hoofdstuk aan wedlopen tegen paarden bij de Ieren en de Vikingen. Hij heeft het hier over de Tailteann-games die gehouden werden ter ere van de overleden koningin Tailté. Het is jammer dat hij hier (of ergens anders in dit hoofdstuk) niet verwijst naar het bekende Oud-Ierse verhaal over Macha. Dat verhaal had perfect in het hoofdstuk gepast. In het verhaal wordt verteld hoe Macha’s man, Crunnchu mac Agnoman, opschept dat Macha sneller kan rennen dan de snelste paarden van koning Conchobor. Conchobor dwingt de zwangere Macha dan te rennen tegen zijn paarden. Macha wint en bevalt op de finishlijn van twee kinderen. Ze vervloekt de mannen van Ulster hierna en zorgt ervoor dat zij op kritieke momenten in de strijd last krijgen van weeën. Dit verhaal is in verschillende manuscripten te vinden. Het is jammer dat Gotaas, zoals in dit geval, weinig primaire bronnen gebruikt en veelal naar onderzoeken en boeken van andere auteurs verwijst.

Het tweede deel van het boek gaat over het moderne hardlopen. Gotaas noemt o.a. de Finse school van Paavo en werkt zo naar recentere hardlopers toe. Daarnaast bespreekt hij de opmars van de Afrikanen en het gebruik van doping. Al met al geeft Gotaas een interessant overzicht van de rol van hardlopen in verschillende culturen door de jaren heen. Het boek is zeer leesbaar voor mensen die niet veel van hardlopen weten, voor liefhebbers zal het nog interessanter zijn!

      Naschrift:

Hardlopen

      van Thor Gotaas, vertaald door Wouter de Jong, Athenaeum, Amsterdam 2011.

Thor Gotaas (1965) is historicus en schreef eerder over de geschiedenis van het skiën en langlaufen.