De Noorse invloed op de Orkney eilanden

Een 9e eeuwse familiegeschiedenis rond een Noorse edelman en zijn trouwe vazal Mooihaar

De Orkney eilanden hebben een belangrijke rol gespeeld in de Vikingtijd. Vikingen vestigden zich daar en dreven handel. In verschillende bronnen worden Noorse personen genoemd die een belangrijke rol speelden op de Orkney eilanden, dit geeft aan dat Noorwegen er veel invloed had.

In Heimskringla wordt een Noorse graaf, Rognvald van Møre, genoemd. Deze Rognvald knipt het haar van koning Harald nadat deze het 10 jaar had laten groeien. Dat levert Harald zijn bijnaam Hárfagri, ‘schoonhaar’ op. Rognvald gaat samen met koning Harald Hárfagri op expeditie naar de Orkney- en Shetland eilanden om deze te verlossen van Vikingen die Noorwegen, Schotland, Ierland en het eiland Man hadden geplunderd. Tijdens deze tocht wordt Ivarr, de zoon van Rognvald, gedood. Om Rognvald voor zijn verlies te compenseren, krijgt hij de Orkney- en Shetland eilanden van de koning. Rognvald geeft de Orkney eilanden aan zijn broer Sigurd Eysteinsson die door de koning tot graaf wordt benoemd, de eerste graaf van de Orkney eilanden. Het feit dat er een graaf benoemd moest worden, suggereert dat de Orkney eilanden misschien zelfs als een deel van Noorwegen werden gezien.

Sigurd sterft, ondanks zijn belangrijke positie, op een bizarre manier. Volgens Orkneyinga saga daagt hij de hoofdman van de Picten, Máel Brigte ‘met de vooruitstekende voortand’, uit tot een gevecht waarbij ieder 40 man mocht meenemen. Sigurd neemt er 80 mee, tot irritatie van Máel Brigte. Máel Brigte wordt verslagen waarna Sigurd diens hoofd aan zijn zadel vastbindt. Bij het naar huis rijden schampt de tand van Máel het been van Sigurd, de ontstane wond raakt geïnfecteerd en Sigurd sterft.

In de Fragmentary Annals of Ireland lezen we in verband met de Orkney eilanden over Ragnall, een zoon van Halfdan, koning van Lochlann (Noorwegen). De Annals vertellen hoe twee andere zoons van koning Halfdan Ragnall uit Noorwegen verdrijven, omdat ze vrezen dat hij hun het koningschap zal afnemen. Ragnall besluit zich samen met zijn zoon op de Orkney eilanden te vestigen. Er wordt niet specifiek gesproken over het feit dat hij tot graaf wordt benoemd, het is dus niet duidelijk of dit dezelfde persoon is als de eerder genoemde Rognvald. Op de Orkney eilanden is in de grafheuvel Maeshowe een steen met runeninscriptie gevonden die zegt dat Maeshowe “gebouwd is voor Loðbrók”, dit suggereert dat de legendarische Ragnar Loðbrók *) een belangrijke rol heeft gespeeld in de geschiedenis van de Orkney eilanden en misschien wel dezelfde persoon is als Rognvald.

Maar volgens Orkneyinga saga is Rognvald echter de zoon van Eystein Ivarsson. Rognvald is getrouwd met Ragnhild, ook Hild genoemd, de dochter die sterft bij de expeditie naar de Orkney en Shetland eilanden van Hrólfr Nefja ‘de Neus’. Vóór zijn huwelijk kreeg Rognvald drie zonen bij maîtresses: Hallad, Einarr en Hrollaug. Rognvald en Ragnhild krijgen samen drie zonen, Ivarr, Thorir en Hrólfr. Hrólfr is zo groot dat geen paard hem kan dragen, daarom krijgt hij de bijnaam Ganger Hrólf, ‘Hrólfr de loper’. Hij wordt door de schrijvers van de sages gelijkgesteld aan de legendarische Rollo van Normandië, die in de herfst van 911 het verdrag van Saint-Clair-sur-Epte getekend heeft, samen met koning Carolus Simplex, Karel de Eenvoudige, van Frankrijk. Als onderdeel van het verdrag kreeg Rollo het gebied in leen dat later het hertogdom Normandië zou vormen. In ruil zou hij de toegang tot de Seine verdedigen tegen aanvallen door andere Vikingen.

Na de dood van Rognvalds broer Sigurd, wordt Rognvalds zoon Hallad graaf van de Orkney eilanden. Hallad kan echter niet op tegen de plunderingen en invallen van Deense legers. Hij hangt uiteindelijk zijn graaftitel aan de wilgen en keert terug naar Noorwegen, dit was natuurlijk totaal niet heldhaftig. Hallad werd bespot door de gemeenschap en Rognvald is woedend. Rognvald roept zijn zoons bij elkaar om met behulp van voorspellingen te bepalen wie naar Orkney zal vertrekken. Van Thorir wordt voorspeld dat hij in Noorwegen blijft, Hrollaug moet volgens de voorspellingen zijn heil op IJsland gaan zoeken. Alleen de jongste zoon Einarr blijft over. Moedig biedt hij aan wel naar de Orkney eilanden te willen vertrekken. Dat was niet helemaal volgens het plan van Rognvald. Die reageert namelijk met de woorden: ‘Als we op je afkomst moeten afgaan, je moeder is immers dochter van twee slaven, ben je niet erg geschikt om een leider te worden. Maar ik ben het met je eens: hoe sneller je vertrekt en hoe langer je wegblijft, hoe gelukkiger je me maakt.’ Ondanks dat zijn vader openlijk twijfelt aan zijn capaciteiten, slaagt Einarr erin om de Denen te verslaan. Zijn afstammelingen hebben nog tot eeuwen na zijn dood de dienst uitgemaakt op de Orkney eilanden.

Zoals al eerder uit deze rubriek gebleken is, lijken veel namen in de mythologie en sages of elkaar, waardoor het niet altijd duidelijk is of de verhalen nu telkens over dezelfde persoon gaan. Feit blijft dat in elk geval een familie van Noorse Vikingen een grote invloed heeft gehad op de Orkney – en Shetland eilanden. Tot de 17e eeuw werd er op deze eilanden zelfs een vanuit het Oudnoords ontwikkelde taal gesproken, het Norn. Deze taal deelde veel aspecten met dialecten uit Zuidwest-Noorwegen. Nu nog wordt Oudnoords ceremonieel gebruikt op de Orkney en Shetland eilanden.

*) Ragnar Loðbrók is de hoofdpersoon van de – interessante en behoorlijk historisch correcte – serie Vikings die momenteel op de zender Fox wordt uitgezonden.

Berserkers

Berserkers

Als je aan een vikingkrijger denkt, zal misschien als eerste het beeld van een woest in zijn schild bijtende krijger in je opkomen. Die allesoverheersende woede was een van de vaardigheden van Odin om gevechten te winnen. Volgens een passage in Heimskringla is Odin in staat zijn vijanden in het gevecht blind, doof of bang te maken en hij maakt hun zwaarden zo bot dat ze er niet veel meer mee kunnen uitrichten dan met stokken. Odins mannen gaan het gevecht aan zonder maliënkolders en ze zijn woest als honden of wolven, bijten in hun schilden en ze zijn zo sterk als beren of stieren. Ze doden vele mensen, en vuur noch ijzer kan hen deren. Dit wordt berserkergang genoemd.

Berserkers worden al in vroege literaire bronnen met wolven en beren in verband gebracht en bedekken zich met huiden van deze dieren en hebben namen met de elementen ulf of bjørn. Er wordt zelfs gesuggereerd dat ze van gedaante kunnen veranderen. Ze vechten in groepen en er worden zware eisen gesteld aan krijgers die mee willen vechten. In Grettir’s Saga wordt verteld dat Grettir, een aspirant berserker, aan Bjorn, de leider van de berserkers, zijn kracht moet bewijzen door zijn mantel uit het hol van een beer te halen. Het lukt Grettir om de beer te doden en zijn mantel terug te pakken.

Over de berserkergang wordt geschreven dat het begint met klappertanden, rillen en een koud gevoel in het lichaam. Daarna zwelt het gezicht op en verandert het van kleur en wordt het hoofd ontzettend heet. Uiteindelijk uit de berserkergang zich in een ontembare woede waarbij de krijgers als wilde dieren huilen en over een bovenmenselijke kracht beschikken.

Berserkers worden in de sagas ook vaak beschreven als reuzen of trollen, omdat ze zo vreselijk lelijk zijn. In Orvar Odds saga wordt een berserker beschreven met zwart haar, waarvan een dikke lok zijn gezicht volledig bedekte zodat alleen zijn tanden en ogen zichtbaar waren. In Egils saga is de berserker Egil aanwezig bij een feest aan het hof van de Engelse koning Æþelstan. Egil wordt beschreven met zwarte ogen en doorlopende zware wenkbrauwen. Hij weigert tijdens zijn bezoek drank aan te nemen en blijft zijn wenkbrauwen steeds om en om optrekken. De koning vindt dat Egil zulke lelijke gezichten trekt dat hij hem uiteindelijk een gouden ring aanbiedt zodat hij ermee stopt.

De berserker en de berserkergang heeft een parallel in de Ierse mythologie waarin de zogenoemde ‘krijgerswoede’ zich bij de held CúChulain nog gruwelijker uit: Hij rilt over zijn hele lichaam waarna zijn lichaam naar achteren beginnen te buigen. Zijn knieën, kuiten en hielen verschuiven naar achteren en de spieren in zijn nek steken uit als bulten. Een oog dringt zich terug in zijn hoofd en de andere steekt uit tot over zijn wang. Zijn mond rekt uit tot aan zijn oren en het schuim stroomt uit zijn kaken. Zijn hartslagen klinken als een grote metalen drum en zijn haar staat in plukken scherp als speren overeind met aan elk uiteinde een vlam.

De berserkergang wordt in sommige gevallen “opgewekt” doordat de krijgers zich bedekken met wolven- of berenhuiden maar het kan ook spontaan optreden zoals in Egils saga. Hier wordt verteld over Skalla Grimr die zo opgewonden wordt van een langdurig balspel dat hij een jonge man doodt en zijn zoon aanvalt. Dit maakt ook duidelijk dat een man onder invloed van berserkergang geen onderscheid meer maakt tussen zijn familie en vijanden.

Als de krijgers uit de berserkergang komen, zijn ze veel zwakker dan normaal. In Egils saga wordt dit ook beschreven. Over Ulf, een gepensioneerde berserker, wordt gezegd dat hij nadat hij uit zijn berserkergang kwam zo moe en zwak was dat hij naar bed moest gaan. Helden maken gretig gebruik van deze zwakte in sagas en verslaan berserkers als ze uitgeteld en zwak van een gevecht terugkomen.

Van de berserkers wordt ook gezegd dat ze van gedaante kunnen veranderen. Nu verwijst het woord berserk waarschijnlijk naar de berenvellen die deze krijgers droegen. De oudste vermelding is in Haraldskvæði (‘Het lied van Harald Mooihaar’), waar berserkers worden omschreven als bloeddorstige krijgers, bedekt met wolvenhuiden en met speren die rood zijn van het bloed. Er is ook meer tastbaar bewijs overgeleverd: we zien ze met maskers en dierenvellen afgebeeld op een tapijt dat in de Oseberg grafheuvel samen met het beroemde Vikingschip gevonden is.