Een familie van Ontdekkingsreizigers

In deze aflevering van Scandinavische Mythologie staat een familie centraal. En wat voor familie… een wel heel bijzondere.

Erik de Rode is bekend als de stichter van de eerste Scandinavische nederzetting op Groenland. Erik wordt in Noorwegen geboren als zoon van Thorvald Asvaldsson. In 960 wordt Eriks vader na ‘een aantal moorden’ gedwongen om Noorwegen te verlaten. De familie vertrekt naar het noordwesten van IJsland. Na de dood van zijn vader trouwt Erik met de IJslandse Thjodhild. Ze krijgen twee zonen, Leifr en Thorsteinn. Erik krijgt later nog een derde zoon, Thorvald, vermoedelijk van een andere vrouw, en een buitenechtelijke dochter Freydis.

Nadat Erik ruzie krijgt met een van zijn buren en hem vermoordt, verhuizen ze naar een ander deel van IJsland. Ook daar ontstaan wat ‘akkefietjes’ met buren, die uiteindelijk ook weer door Erik vermoord worden.

Erik wordt in 982 vogelvrij verklaard en voor drie jaar verbannen. Erik besluit dat het verstandig is om te vertrekken van IJsland, en hij gaat op zoek naar Gunnbjarnsaker, Gunnbjorns riffen, Groenland. Dit is een land dat een van zijn vrienden, Gunnbjorn Ulfsson, ergens in het Westen heeft gezien toen hij op zee verdwaald was. Erik besteedt de drie jaar goed en verkent de kust van Groenland. Hij keert terug naar IJsland met sterke verhalen over het prachtige land, dat hij ook maar meteen hernoemt in Groenland. Een jaar later vertrekt hij definitief met 25 schepen naar Groenland. Veertien van deze schepen komen aan, een aantal keert terug en de rest vergaat.

Erik sticht twee koloniën op Groenland, een oostelijke nederzetting, Eystribygð (bij de Zuidkaap) en een westelijke nederzetting, Vestribygð (bij Nuuk). De nederzettingen krijgen uiteindelijk meer dan 3000 inwoners. Er komen steeds immigranten vanuit IJsland. Een aantal brengt een onbekende ziekte met zich mee die veel leiders, waaronder Erik zelf, het leven kost. Ondanks deze tegenspoed, blijft de kolonie bestaan tot ver in de 15e eeuw, niet lang voordat Columbus Amerika ‘ontdekt’.

Het is in dit kader nog interessant om te vermelden dat Leifr, de zoon van Erik, de bekende Leifr Eriksson is, die rond het jaar 1000 in opdracht van koning Olaf Tryggvason naar Groenland vertrekt om de Groenlanders tot het christendom te bekeren. Leifr verdwaalt op zee en drijft af naar een hem onbekend land vol velden met druiven en granen. Hij noemt het land Vinland, neemt monsters van alles mee en vaart terug naar Groenland.

Daar aangekomen verkondigt hij het christendom, waarna hij Leif de Gelukkige wordt genoemd. Zijn vader Erik krijgt hij niet bekeerd, maar zijn moeder laat een kerk bouwen.

Door de wilde verhalen over het mooie land wil ook Leifs broer Thorsteinn het verre land bezoeken. Thorsteinn vraagt Erik om mee te gaan als leider van de expeditie. Na wat tegensputteren geeft Erik toe en gaat hij mee. Dat heeft nog wel wat voeten in aarde want Erik verstopt op de ochtend van vertrek nog vlug een kistje met zilver en goud. Even later klimt hij op zijn paard en valt eraf waarbij hij zijn schouder verwondt en een paar ribben breekt. Volgens Erik is dit zijn straf voor het verstoppen van het geld. Erik en zijn mannen zeilen weg en drijven geruime tijd doelloos rond. Ze zien IJsland in de verte liggen maar komen uiteindelijk weer terug bij Groenland zonder het land van Leifr te hebben gezien. Thorsteinn bekeert zich tot het christendom en sterft aan waarschijnlijk dezelfde ziekte die Erik het leven kostte.

Thorvald, de derde zoon van Erik, is net zo reislustig als zijn vader en broers. Ook hij wil Vinland wel eens zien en vertrekt op expeditie met 140 man richting Vinland. Zijn halfzus Freydis, Eriks buitenechtelijke dochter, is ook van de partij. Deze expeditie komt waarschijnlijk wel in Canada en Amerika terecht, misschien wel zonder dat ze het echt beseffen.

Ze ontdekken een aantal plekken, waar- onder Furdurstrandir (‘Wonderbaarlijke Stranden’, vermoedelijk in Canada bij Sheshashui) en Straumsfjord. Vanaf die plek is een deel van de expeditie naar het noorden vertrokken en een ander deel richting zuiden op zoek naar Vinland. Freydis en Thorvald besluiten om met deze expeditie mee te gaan. Ze komen uiteindelijk aan bij een plek die ze Hóp noemen. Daar blijven ze een tijdje, maar ze worden steeds aangevallen door andere verkenners.

Freydis ontpopt zich tot een echte krijger. Tijdens een van de gevechten scheldt ze haar aanvallers uit, ontbloot haar borsten en kletst ermee tegen een zwaard. De aanvallers keren van schrik om. Uiteindelijk besluit men terug te keren naar Straumsfjord. Daar aangekomen gaat een groep mannen, waaronder Thorvald, op zoek naar de noordelijke expeditie. Tijdens deze reis wordt Thorvald doodgeschoten door een eenbenige man. Die weet te ontkomen.

Ondanks dat het niet voor iedereen goed afloopt, hebben alle kinderen van Erik dus veel belangrijke en verre reizen gemaakt.

Advertisements

Goden en helden op reis

Goden en helden op reis

Niet alleen de moderne mens reist graag, ook de Oudnoordse mythologie en de saga’s barsten van de reisverhalen. In de saga’s is de belangrijkste en verste reis de reis die Leif Eriksson naar Amerika heeft gemaakt. Dat zal zo rond het jaar 1000 zijn geweest. Zoals in de saga’s ‘Eiríks saga rauða’ en de ‘Grænlendinga saga’ vermeld staat, raakte een koopman na de ontdekking van Groenland in stormachtig weer van zijn koers af en bereikte zo de Amerikaanse oostkust. Hij vertelde Leif Eriksson over zijn ontdekking waarna Leif naar deze gebieden reisde. Omdat hij de winter niet in dit nieuwe land wilde doorbrengen, keerde hij zonder een voet aan wal te zetten terug naar Groenland. Hij had wel gezien dat er veel bossen op dit nieuwe land waren. In Groenland was hout een schaars goed, het nieuwe land werd dus met gejuich ontvangen. Toen Leif Eriksson later uiteindelijk met een groepje mensen aan wal ging, ontdekten ze dat het gebied een heerlijk zacht klimaat had. Er groeiden volop druiven, er waren weidse grasvlaktes, bossen met genoeg wilde dieren en rivieren vol met gigantische zalmen. Vanwege de vele druiven noemde Leif het land ‘Wijnland’. Doordat ze de oorspronkelijke bewoners probeerden uit te buiten, bleven ze uiteindelijk niet lang. De indianen kwamen in opstand tegen de Vikingen en verdreven ze van het continent.

De goden gingen ook graag op pad. Odin reisde graag om kennis te vergaren, maar andere goden, met name Thor, moesten vaak op reis om problemen die Loki had veroorzaakt op te lossen. Bijvoorbeeld in het verhaal over de dood van de reus Geirrød, een aartsvijand van Thor. Als Loki op een dag verkleed als valk rondvliegt in het rijk van Geirrød, wordt hij gevangen genomen door de reus. Nadat hij opgebiecht heeft wie hij is, eist Geirrød dat Loki ervoor zorgt dat Thor naar zijn rijk komt zonder zijn bekende hamer, ijzeren handschoenen en krachtgordel. Loki haalt Thor over en onderweg naar de reus overnachten ze bij een reuzin die vertelt hoe kwaadaardig en listig Geirrød is. Zij leent hun dan haar eigen hamer, handschoenen en krachtgordel. Bij Geirrød aangekomen moet Thor zijn krachten met hem meten. Geirrød gooit een gloeiende sintel naar Thor, maar met de ijzeren handschoen van de reuzin weet hij die te vangen en terug te gooien. De reus springt achter een ijzeren zuil, maar de sintel boort zich dwars door de zuil en de reus heen de grond in.

In de ‘Gylfaginning’ reist Thor wederom samen met Loki, nu naar het rijk van de reus Utgarda Loki. Aan het eind van een lange dag vinden ze een schuur om te overnachten. De boer en zijn familie hebben te weinig eten om iedereen te voeden. Thor biedt aan zijn twee bokken te slachten, als iedereen maar belooft om de botten heel te laten en in het vel terug te leggen. Loki fluistert de zoon van de boer in om toch een bot doormidden te breken en het merg eruit te zuigen. Als Thor de volgende ochtend zijn bokken met een klap van zijn hamer weer tot leven wekt, merkt hij dat een van de dieren lam is. Ter compensatie wordt boerenzoon Thjalfi Thors dienaar en reist met hen mee.

Een halve dag later arriveren ze bij het kasteel. Ze krijgen de poort, een hekwerk, niet open maar weten zich tussen de spijlen door te wringen. Eenmaal binnen lopen ze meteen naar de hal waar de reus een feest houdt voor zijn onderdanen. Als hij de reizigers ziet, zegt hij dat ze pas van zijn gastvrijheid mogen genieten als ze zichzelf hebben bewezen. Een paar moeilijke wedstrijden volgen, de goden winnen ze geen van alle. De volgende dag vraagt Utgarda Loki wat Thor van het bezoek vindt. Thor geeft aan dat hij zich onteerd voelt. Utgarda Loki onthult dan dat alles wat ze beleefd hebben tijdens hun reis en de hele wedstrijd in de burcht een zinsbegoocheling is geweest. Loki heeft een eetwedstrijd gehouden tegen het vuur (‘Logi’), Thjalfi liep hard met de geest (‘Hugi’) van de reus en Thor dronk uit een drinkhoorn waarvan het einde in zee stak, hij probeerde een kat op te tillen die in werkelijkheid de Midgardslang was en hij vocht tegen de ouderdom (‘Elli’). Utgarda Loki bekent onder de indruk te zijn van Thors kracht. Thor is woedend en heft zijn hamer op om de reus te slaan, maar dan blijken reus en burcht ineens verdwenen te zijn en gefrustreerd keert Thor huiswaarts, een onaangename reiservaring rijker.