Recensie: Haaienkoorts

Haaienkoorts, Morten A. Strøksnes, vertaald door Paula Stevens. Atlas Contact, Amsterdam, oktober 2016.

De twee vrienden Morten Strøksnes (journalist) en Hugo Aasjord (kunstenaar) hebben afgesproken om samen op zoek te gaan naar de Groenlandse haai. Lang moeten ze wachten op het perfecte weer, maar dan, drie en een half miljard jaar nadat het eerste primitieve leven zich in de zee ontwikkelde, is het eindelijk zo ver. Morten reist via Bodø naar Engeløya in Steigen, waar Hugo woont en hier bereiden de heren zich voor op hun avontuur.

Strøksnes beschrijft de voorbereidingen en de tocht zelf, schrijft ondertussen ook zijn overpeinzingen op over het zeeleven, haaien, de Noorse natuur, de kosmos en al het andere wat in zijn hoofd omgaat tijdens het wachten in een rubberbootje. Hun eerste poging de Groenlandse haai te zien slaagt niet, er steekt een storm op die net wat te lang duurt. Strøksnes moet terugkeren naar Oslo. In de eerstvolgende maand maart gaan ze het nog een keer proberen. Zal het dit keer wel lukken?

Strøksnes is een ontzettend goede schrijver. De manier waarop hij het eiland, de zee en het weer beschrijft is fenomenaal. Als lezer voel en zie je wat hij meemaakt. De rode draad van het verhaal – de zoektocht naar de haai – is soms lastig te volgen omdat Strøksnes het verhaal steeds onderbreekt met episodes vol met informatie en overpeinzingen.

Strøksnes schrijft over haaien, kabeljauw, historische visserij en veel meer. De schrijver mijmert intussen ook over zijn zwangere vriendin, vrienden, zijn ongeboren kind, de wereld.

Alles is ontzettend goed, onderhoudend en meeslepend geschreven en zeer interessant om te lezen, maar het leidt soms af van het eigenlijke verhaal.

Ondanks deze waarschuwing, kan ik niet anders dan Haaienkoorts aanraden. Strøksnes slaagt er als geen ander in om droge wetenschap op een onderhoudende manier met literatuur te combineren. Soms is het door de informatiedichtheid en zijpaadjes die Strøksnes inslaat even doorbijten, maar het is het waard: als lezer heb je veel bijgeleerd en heb je ook nog eens een spannend verhaal gelezen als je het boek dichtslaat.

Advertisements

Recensie: Enkele Ogenblikken

Enkele ogenblikken is de autobiografie van Herbjørg Wassmo. Herbjørg vertelt op haar eigen manier over haar jeugd, haar mislukte relaties en haar strijd voor gelijke rechten voor vrouwen.

Herbjørg is een jonge vrouw die worstelt met haar zelfvertrouwen en met de verwachtingen van de bewoners op het Noorse platteland waar ze vandaan komt. Ze wil zich losmaken van haar omgeving en haar eigen leven leiden. Op haar vijf- tiende raakt ze zwanger, krijgt een zoon en besluit om haar moeder voor hem te laten zorgen. Zelf gaat ze studeren. Tijdens haar studie ontmoet ze een andere man, trouwt met hem, krijgt een dochter. Dan volgt een scheiding en heeft ze nog een aantal andere mislukte relaties. Ondertussen ontwikkelt ze zich tot een verdienstelijk schrijfster. Ze blijft zich inzetten voor het recht om als vrouw en moeder gewoon te mogen blijven werken. Ook worstelt ze haar hele leven met haar zelfvertrouwen als schrijfster. Haar negatieve beeld van mannen staat centraal. Met als bron haar vader. Net als in eerdere (autobiografische) boeken van Wassmo komt ook in dit boek het misbruik door haar vader ter sprake. De dood van haar moeder betekent het begin van een nieuwe levensfase voor Wassmo.


Herbjørg Wassmo schrijft haar levensverhaal niet chronologisch op. Zoals de titel van het boek al doet vermoeden vertelt ze haar verhaal in steeds door de tijd heen springende ogenblikken. Omdat ze haar eigen verhaal vertelt, kiest ze ervoor om personages niet bij naam te noemen. Haar zoon is bijvoorbeeld steeds ‘de jongen’, een bevriende schrijver noemt ze achtereenvolgens ‘een schrijver die ze kent’, ‘de eilandman’, ‘de eilandbewoner’, ‘de schrijver’, ‘de man’ en ‘de man van het eiland’. Verder is het boek in de derde persoon geschreven. Dat is al lezend even wennen, maar begrijpelijk om de anonimiteit van de betrokkenen te waarborgen.

Naast de sprongen in de tijd vertelt Herbjørg Wassmo haar verhaal ook door dromen en hallucinaties te beschrijven, en voert ze in haar hoofd gesprekken met beroemde schrijvers. Deze worden overi- gens wel bij naam genoemd, zoals Virginia Woolf, Simone de Beauvoir en Sara Lid- man. Dit zorgt ervoor dat de lezer dicht bij het gedachtegoed van Wassmo komt en haar zo beter leert kennen. Al met al is Enkele ogenblikken een mooie aanvulling op het werk van Wassmo, en raad ik liefhebbers aan het boek te lezen.

Naschrift:
Herbjørg Wassmo brak in 1981 als schrijfster door met het eerste deel van de Tora- trilogie. Sindsdien is zij een van de best verkochte schrijfsters van Noorwegen en heeft ze meerdere literaire prijzen ontvangen.

Enkele ogenblikken, Herbjørg Wassmo, vertaald door Lucy Pijttersen, De Geus, Breda, 2014. Oorspronkelijke titel: Disse øyeblikk.

Recensie: Kat van Dovre

De kat van Dovre en andere Noorse volkssprookjes’ is een mooi vormgegeven boek met 35 sprookjes uit de beroemde verzameling van de Noorse auteurs Peter Christen Asbjørnsen (1812-1885) en Jørgen Moe (1813-1882). Bij de sprookjes zijn de oorspronkelijke illustraties gebruikt van bekende Noorse kunstenaars, waaronder Theodor Kittelsen en Erik Werenskiold. Dankzij deze vertaling kunnen Nederlandse lezers nu voor het eerst in zeventig jaar weer rechtstreeks kennismaken met een aantal Noorse sprookjes.

Lezers die al bekend zijn met Noorse volksverhalen zullen verhalen herkennen, zoals ‘De drie bokken Bruse’. Dit sprookje gaat over drie bokken die alle drie Bruse heten. De bokken zijn klein, middelgroot en heel groot en verslaan op slimme wijze een grote, kwaadaardige trol. Andere lezers herkennen in deze verhalen misschien sprookjes van Grimm. In Noorwegen bestaat namelijk een eigen variant van ‘Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak’.

Dit laat zien dat veel bekende sprookjes over de hele wereld voorkomen en steeds zijn aangepast aan de cultuur. In het Noorse sprookje gaat de hoofdpersoon naar de noordenwind om verhaal te halen, nadat de noordenwind driemaal zijn meel gestolen heeft. In plaats van het meel, krijgt hij steeds een ander geschenk mee. Waar we in het verhaal van Grimm lezen over een tafel waar het lekkerste eten onbeperkt verschijnt, een ezel die goudstukken spuugt en een knuppel die op commando slaat, wordt er in Noorwegen over een kleedje, een bok en een stok verteld.

Het interessante nawoord van Janke Klok gaat in op de oorsprong van sprookjes en vertelt zij hoe Asbjørnsen en Moe in 1837 te werk zijn gegaan bij het verzamelen en optekenen van de verhalen. Een bijzonder detail daarbij is dat Asbjørnsen en Moe voor vernieuwing in de Noorse taal hebben gezorgd. Noorwegen was tot 1814 een provincie van Denemarken en de officiële schrijftaal was Deens. Asbjørnsen en Moe waren zeer geïnteresseerd in de mondelinge Noorse taal en gebruikten termen en uitdrukkingen uit de spreektaal om de Deense schrijftaal op te luisteren en het karakter van de verhalen te behouden. Als voorbeeld wordt kjerring ‘(oude) (getrouwde) vrouw’ genoemd; dit woord komt van het Oud-noorse kerling en komt niet voor in het Deens. In een sprookje wordt het woord gebruikt om een vrouw aan te duiden die zo eigenwijs is, dat ze na haar dood zelfs tegen de stroom van de rivier in drijft.

De vijfendertig Noorse sprookjes bevatten de wereldwijd voorkomende elementen die van een verhaal een sprookje of volksverhaal maken, zoals de herhaling, waarbij iemand vaak driemaal op de proef wordt gesteld en het gegeven dat de verhalen veelal enkelvoudig zijn, met maar één verhaallijn en centrale held(in).

Daarnaast bevatten de Noorse sprookjes de thema’s en motieven die over de hele wereld voorkomen (denk aan het voorbeeld hierboven van ‘Tafeltje dek je’), maar onderscheiden ze zich van sprookjes elders door een aantal kenmerken die ze typisch Noors maken. Zo speelt de Noordenwind een rol in een aantal sprookjes en komen er bovennatuurlijke wezens als trollen en watergeesten voor.

‘De kat van Dovre’ is door de sprookjes zelf, met de tot ieders verbeelding sprekende illustraties, de vertaling die de sprookjesstijl én het Noorse karakter in ere heeft gehouden, samen met het uitgebreide en interessante nawoord een prachtige verzameling geworden die in niets onderdoet voor verzamelingen van andere sprookjes en daarom in elke boekenkast hoort te staan.

De kat van Dovre en andere Noorse volkssprookjes, Asbjørnsen & Moe, in de vertaling van Carla Joustra, Lucy Pijttersen en Kim Snoeijing. Wilde Aardbeien, Groningen, 2014.

 

Recensie: Dierbaar – Linn Ullmann

In Dierbaar van Linn Ullmann staat de familie Dreyer met hun kijk op de verdwijning van hun mooie, jonge au pair Mille centraal.

De familie bestaat uit Siri, eigenaresse van een restaurant, getrouwd met schrijver Jon, en hun twee dochters: de in zichzelf gekeerde, opstandige Alma en de vrolijke Liv. Jon heeft twee razend succesvolle boeken geschreven en werkt al jaren aan het derde deel van zijn trilogie. Hij heeft een writer’s block.

In de zomer gaat de familie vaak naar het huis van oma Jenny, waar Jon hopelijk ongestoord kan schrijven. Au pair Mille wordt aangesteld om de betreffende zomer voor Alma en Liv te zorgen. Oma Jenny woont samen met de excentrieke Irma en heeft Siri nooit de dood van Siri’s kleine broertje Syver kunnen vergeven. Syver overleed in een ven in het bos. Siri moest op hem passen. Na de dood van Syver raakte Jenny aan de drank. Inmiddels heeft ze echter al twintig jaar geen druppel alcohol meer gedronken.

Dierbaar begint met de vondst van het lijk van Mille, twee jaar na haar verdwijning. Dit maakt bij de familie allerlei herinneringen los. Jenny’s 75e verjaardag is de rode draad in het verhaal. Dat is de dag dat au pair Mille verdwijnt en waarop Jenny, die totaal geen zin heeft in het feest, weer besluit te gaan drinken. De op het oog gelukkige familie dreigt uit elkaar te vallen door de spanningen die de komst van Mille oproept.

Ullmann laat de gebeurtenissen van die dag aan de hand van de herinneringen van de familieleden in niet-chronologische volgorde de revue passeren. Ieder personage heeft zijn eigen stem en herinneringen aan de periode rond Milles verdwijning.

Het is knap hoe Ullmann de familie centraal laat staan in dit boek. Het had makkelijk een thriller over een zoektocht naar de schuldige van de moord op Mille kunnen worden. Ullmann laat mooi zien dat door elke gebeurtenis en herinnering, hoe klein ook, en elke andere invalshoek de waarheid rondom Milles verdwijning langzaam verandert. De lezer krijgt steeds meer begrip voor de daden van de individuele familieleden, daden die op zichzelf niet altijd te bevatten zijn. Dit maakt Dier­ baar een genot om te lezen.

Dierbaar, Linn Ullmann, vertaling Lucy Pijttersen, De Bezige Bij, Amsterdam, 2013.

Recensie: Noorse auteurs in Nederlandse vertaling 1741-2012. Een bibliografie – Raf de Saeger

Noorse auteurs in Nederlandse vertaling 1741-2012. Een bibliografie

Deze keer gaat het besproken boek over een connectie tussen Noorwegen en Nederland. Het is een bibliografie van boeken die vanuit het Noors in het Nederland vertaald zijn.

Noorse auteurs in Nederlandse vertaling is een interessant boek. Dat het voor uw recensente interessant is, ligt voor de hand; de opzet van het boek zorgt er echter voor dat iedereen die geïnteresseerd is in Noorwegen iets aan dit werk heeft. Dit wordt meteen duidelijk in de inleiding, die zowel in het Nederlands als in het Noors geschreven is. Raf De Saeger vertelt hoe het idee van dit boek ontstaan is, en hoe het uiteindelijke werk vorm heeft gekregen en is uitgegroeid van een simpel opschrijfboekje tot een ruim 300 pagina’s tellende bibliografie.

De Saeger heeft de keuze gemaakt om niet alleen literaire werken op te nemen in zijn overzicht, hij schenkt ook aandacht aan genres als kinderboeken, misdaadromans en vakliteratuur. Met zijn bibliografie wil hij verbanden leggen tussen Nederland en Noorwegen, het boek zelf (auteur en genre), de vertaler/vertaalster als een culturele ambassadeur en de tijdgeest waarin het boek vertaald is. Wat de bibliografie extra speciaal maakt, en ook meteen de passie van de auteur weergeeft, is dat er bij bepaalde vertalingen ook annotaties gegeven zijn, zoals een interessante anekdote, of een bijzonder verhaal over de auteur of het werk.

Het spreekt voor zich dat het geen boek is dat van voren naar achteren gelezen wordt. Desalniettemin is het een bijzonder boek waar u interessante en verrassende boeken in tegenkomt die u aan uw lees­lijst kunt toevoegen.

Naschrift: Noorse auteurs in Nederlandse vertaling 1741-2012. Een bibliografie, Raf De Saeger, Barkhuis, Groningen, 2013.

Recensie: Ik kan in het donker zien – Karin Fossum

Ik kan in het donker zien

Karin Fossum is bij het grote publiek bekend van haar boeken over inspecteur Konrad Sejer. Ik kan in het donker zien staat los van deze serie. Dit boek is een psychologische thriller, waarbij Fossum put uit haar eigen ruime ervaring met het werk in zorginstellingen.

Als lezer kruipen we in de huid van de veertigjarige eenzame verpleger Riktor die smacht naar sociaal contact en aandacht van vrouwen. Uit eenzaamheid koopt hij met drank de vriendschap van zwerver Arnfinn en denkt in hem eindelijk een vriend gevonden te hebben. Riktor komt er echter achter dat Arnfinn hem besteelt, en slaat hem dood.

Riktor werkt al elf jaar in verzorgingshuis Løkka. Zijn agressieve neigingen komen ook in zijn werk naar boven. Zo schept hij er een sadistisch genoegen in om medicijnen te verwisselen of patiënten te knijpen. Hij weet zelf eigenlijk niet zo goed waar dit gedrag vandaan komt; hij heeft geen slechte jeugd gehad of iets dergelijks. In de instelling rijst het vermoeden dat iemand de patiënten iets aandoet nadat een van hen wordt vermoord. Er worden camera’s geplaatst, Riktor wordt betrapt en verdacht van de moord (die hij overigens niet gepleegd heeft). In de gevangenis komt Riktor tot rust; hij sluit vriendschap met de kokkin en besluit na zijn vrijlating op het rechte pad te blijven. Of dat lukt staat centraal in de rest van het boek.

Ik kan in het donker zien is geschreven in de ik-persoon en dat maakt het boek even realistisch als moeilijk om er in te komen. Riktor is een verward, gestoord persoon en Fossums manier van schrijven, volledig vanuit Riktors brein, zorgt ervoor dat je getuige bent van al zijn hersenspinsels. Dit leidt ertoe dat je tijdens het lezen steeds heen en weer geslingerd wordt tussen begrip en afkeer voor Riktor als personage.

Fossum blijft in Ik kan in het donker zien dicht bij haar hoofdpersoon. Dit maakt het boek erg geloofwaardig en geeft het tevens een diepere laag: wat als dit soort praktijken echt voorkomt? Het boek leest meer als een psychoanalyse van een crimineel dan als een thriller. Voor liefhebbers daarvan is dit boek zeker een aanrader.

Naschrift: Ik kan in het donker zien van Karin Fossum, vertaald door Lucy Pijttersen, Manteau, Antwerpen, 2012. Karin Fossums eerste boek verscheen in 1995: Eva’s oog. Hiervoor ontving Fossum de prestigieuze Riverton-Prijs en de Glazen Sleutel voor de beste Scandinavische misdaadroman.

Recensie: Het jaar zonder zomer – Erika Fatland

Het jaar zonder zomer

De jonge Noorse antropologe en schrijfster Erika Fatland schreef eerder al Engelbewaarder van Beslan, een aangrijpend boek met ooggetuigenverslagen over de gijzeling van ruim 1100 schoolkinderen en volwassenen in de Russische stad Beslan. Eind november kwam haar nieuwe boek uit, Het jaar zonder zomer, over de bomaanslag in Oslo en het bloedbad op Utøya. De vraag die zij probeerde te beantwoorden was: hoe kon dit gebeuren?

Voor Nederlanders is dit het eerste boek dat hierover geschreven is. Omdat Fatlands eerdere boek over Beslan lovende recensies kreeg en zelfs genomineerd werd voor de Bragepris, werd er in Noorwegen veel verwacht van Het jaar zonder zomer. In Noorwegen zijn sinds 22 juli 2011 vele krantenartikelen en meerdere boeken over dit onderwerp geschreven, een reden waarom het boek van Fatland daar wisselend ontvangen werd en door sommige critici gezien werd als het zoveelste boek over Breivik en zijn aanslagen.

Fatland praat ook in Het jaar zonder zomer, net als in Engelbewaarder van Beslan, met slachtoffers, ooggetuigen en nabestaanden. Daarnaast probeert ze de aanslagen in een bredere context te plaatsen en kijkt ze ook naar de rechtszaak, het gedachtengoed van Breivik en andere eenzame terroristen, en de mensen die met Breivik in verband gebracht worden. Dit was de voornaamste reden voor mij om dit boek te gaan lezen. In de praktijk maakt deze brede opzet dat het boek een mengelmoes van verhalen in verschillende schrijfstijlen wordt. Fatland wisselt aangrijpende persoonlijke verhalen van slachtoffers, die tot in detail de gruwelijke uren op Utøya beschrijven, af met al even emotionele verhalen van nabestaanden, verwarde ooggetuigenverslagen, zakelijke verslagen van de gang van zaken in de rechtszaal en achtergrondreportages waarin Fatland op reis gaat. Gezien het zware onderwerp en de vreselijke verhalen van slachtoffers, is dit geen negatief punt van het boek. De contrasterende schrijfstijlen werken goed om de gebeurtenissen en de achtergrondinformatie in een breder perspectief te plaatsen. Fatland reist onder andere naar Malta, waar ze met een vermeende sympathisant van Breivik praat, en naar Oklahoma, waar ze de FBI én onderzoekers ontmoet die betrokken waren bij de bomaanslag in Oklahoma City. Fatland slaagt er erg goed in om de eigen stem van de mensen die zij ontmoet weer te geven, ze laat de ontmoetingen voor zichzelf spreken en analyseert en verbindt alle informatie die ze krijgt.

Dit is (zoals te verwachten was) geen makkelijk boek om te lezen. Het is wel een erg goed geschreven en tevens interessant boek met veel achtergrondinformatie om het drama beter te kunnen plaatsen en wat dat betreft zeker een aanrader.

Naschrift: Het jaar zonder zomer van Erika Fatland, vertaald door Maud Jenje en Sofie Maertens, De Geus, Breda, 2012.

Sociaal antropologe Erika Fatland (1983) spreekt zeven talen, studeerde en werkte in verschillende landen en wordt door haar veldwerk gezien als de expert van de Kaukasus in Rusland.