Recensie: Norse Mythology

Norse Mythology, Neil Gaiman, W.W. Norton, februari 2017.

Neil Gaiman is zijn carrière begonnen als journalist en schrijver van ‘graphic novels’. De 75-delige reeks Sandman is zijn bekendste en meest geroemde ‘graphic novel’. Deze serie gaat over Morpheus, of ‘Dream’, heerser van de droomwereld, die door een occult ritueel gevangen wordt gezet en na 70 jaar weer vrijkomt. In Sandman wordt fantasie op een indrukwekkende manier verweven met personages, onderwerpen en locaties uit wereldliteratuur, mythologie en geschiedenis.

Na het succes van Sandman is Gaiman ook boeken voor volwassenen en kinderen gaan schrijven. In 2001 kwam American Gods (Amerikaanse Goden in Nederland) uit. Ook in dit met een prijs bekroonde boek combineert Gaimain fantasie met geschiedenis, mythologie en een reis door Amerika.

Hoofdpersoon Shadow heeft drie jaar in de gevangenis gezeten. Na zijn vrijlating ontmoet hij de excentrieke oude man Wednesday (die later Odin blijkt te zijn). Wednesday biedt hem een baan aan als zijn persoonlijke lijfwacht. Shadow wordt meegezogen in een aaneenschakeling van wonderlijke, vaak gewelddadige gebeurtenissen en ontmoetingen met Goden uit de hele wereld als blijkt dat de oude Goden, zoals Odin en Loki, met uitsterven worden bedreigd door de opkomst van nieuwe Goden.*

Gaiman is dus niet onbekend met (oud- noordse) mythologie. In Norse Mythology blijkt dat hij zijn onderzoek grondig hee gedaan. Gaiman blij trouw aan de bronnen van het lied Edda en proza Edda en combineert deze op slimme wijze als dat voor de verhaallijn of chronologie beter uitkomt. Gaiman vertelt op geheel eigen wijze, vaak ook met humor, een aantal bekende mythen zoals Voluspá, het begin van de wereld, en Ragnarok, het einde van de wereld, maar ook Loki’s bezoek aan de reuzen en hoe Thor zijn hamer en Sif haar gouden haar krijgt. Veel van de verhalen zijn eerder aan bod gekomen in afleveringen van Scandinavische Mythologie.

Ik raad iedereen aan het luisterboek te beluisteren. Gaiman leest Norse Mythology zelf voor en hij heeft een prettige stem om naar te luisteren. In Norse Mythology – en zeker in het luisterboek – komen de oudnoordse goden echt tot leven.

*Van American Gods is in mei 2017 ook de tv-serie gestart, deze is vooralsnog te zien op Amazon Prime, maar de serie zal vast ook op de Nederlandse tv verschijnen.

Advertisements

Loki, de god van het vuur

Loki, de god van het vuur

In vrijwel alle godsdiensten is er sprake van een strijd tussen goed en kwaad. In de Scandinavische godenwereld wordt het kwaad verbeeld in de persoon van Loki, de god van het vuur. Hij is een listige onruststoker en kan zich in talloze gedaanten vermommen. Zijn vader was een reus, wat misschien zijn listigheid verklaart. In de Gylfaginning, het eerste deel van de Proza Edda die door Snorri Sturluson is geschreven (zie KL 1-2010), wordt uitgebreid verteld over Loki. Hij wordt onder andere de ‘bron van verraad’ genoemd en er wordt over hem gezegd dat hij ondanks zijn knappe uiterlijk niet te vertrouwen is. Hij veroorzaakt steeds problemen en bedriegt de goden vaak. Maar zoals vaker het geval is, leveren die slechte eigenschappen van Loki mooie verhalen op. Er zijn dan ook talloze mythen overgeleverd waarin Loki een hoofdrol speelt.

Loki is bevriend met Thor, de god van de donder, ze beleven veel avonturen samen. Loki helpt hem ook zijn hamer terug te krijgen als deze gestolen wordt door de reus Thrym. De reus wil de hamer alleen maar teruggeven als hij met vruchtbaarheidsgodin Freya mag trouwen. Daar voelt de laatste echter hoegenaamd niets voor. Loki verzint dan een list: hij laat Thor het magische verenkleed van Freya aantrekken en neemt hem in die vermomming mee naar de reus. Tijdens het feestmaal voeren ze de reuzen dronken en zorgt Loki ervoor dat de vermomde Thor zijn hamer in handen krijgt, waarmee hij alle reuzen doodslaat. De vriendschap met Thor eindigt echter tijdens een banket van de zeegod Ægir. Loki barst tijdens het feest los in een scheldpartij waarin hij alle goden te schande maakt, en terwijl hij hiermee bezig is komt Thor binnen. Thor hoort hem even aan en snoert hem dan de mond.

In Húsdrápa, een gedicht uit de Proza Edda, lezen we hoe Loki Brísingamen, de mooiste halsketting van godin Freya, steelt. Freya schakelt Heimdall, de wachter der goden, in om Brísingamen terug te vinden. Als ze de dief uiteindelijk vinden, blijkt dat Loki te zijn die zich in een zeehond heeft veranderd. Heimdall verandert ook in een zeehond en gaat het gevecht met Loki aan. Na een lange strijd wint Heimdall en geeft hij Brísingamen terug aan Freya.

Loki is getrouwd met Sigyn, met haar heeft hij een zoon, Narfi. Samen met de reuzin Angrboda, ‘onheilbrengster’, heeft hij drie kinderen: de wolf Fenrir, de Midgardslang en Hel, een vrouw met een gezicht dat voor de helft dat van een dode is. Zij worden opgevoed in het reuzenrijk. De Godenwereld komt van hun bestaan te weten en profetiën waarschuwen dat deze kinderen voor ongeluk en kwaadaardigheid zullen zorgen. Odin besluit de Midgardslang in de diepe zee rondom de wereld te gooien. Daar groeit het monster uit tot een enorme slang die in het midden van de oceaan om alle werelddelen heen gekruld ligt en zichzelf in zijn staart bijt. Odin benoemt Hel tot de heerseres van de onderwereld. Fenrir lijkt onschuldig en blijft in Åsgard bij de goden. Hij groeit echter al snel van een lief klein welpje uit tot een afschrikwekkende wolf. De goden beramen een plan om de wolf vast te binden. Na enkele mislukte pogingen maken de goden een heel fijne ketting, Gleipnir genaamd, van zes ingrediënten die niemand vandaag meer kan vinden: de baard van een vrouw, de ademhaling van een vis, de wortels van een berg, het speeksel van een vogel, het geluid van de poten van een kat en de pezen van een beer. Fenrir kan zich niet losmaken van deze ketting en zal zich pas weten te bevrijden als Ragnarok, de eindstrijd, aanbreekt.

Loki wordt zelf ook geketend nadat door zijn toedoen Balder, de lievelingszoon van Odin, is gedood. Loki vlucht na de moord naar de top van een hoge berg en weet zich lange tijd te verbergen, maar wordt uiteindelijk door Thor gevangen. Hij wordt dan naar een grot gebracht en op drie stenen vastgebonden. Boven hem wordt een slang gehangen die gif op zijn gezicht drupt. Sigyn blijft bij Loki om het gif in een schaal op te vangen. Maar als zij weggaat om de schaal te legen drupt het gif wel op Loki’s gezicht, en als dat gebeurt verzet hij zich zo hevig dat de hele aarde beeft. Loki zal pas weer loskomen tijdens Ragnarok, hij zal de machten van het kwaad aanvoeren tegen de goden. Dan zal hij uiteindelijk sterven tijdens een gevecht met Heimdall, die eveneens omkomt, zoals reeds door de zieneres aan Odin was voorspeld.

Odin de Oppergod

Odin de Oppergod

Odin is de belangrijkste God in de Scandinavische mythologie. Omdat hij een van de scheppers van de wereld is, wordt hij ook de Alvader genoemd en wordt hij de leider van het godengeslacht de Asen. Hij heeft magische krachten en kan de toekomst voorspellen. In het bekende Eddagedicht Völuspá vertelt een zieneres Odin over het noodlot van de wereld dat door de schikgodinnen, de Nornen, wordt gesponnen. In trance verhaalt ze over het ontstaan van het heelal, het begin van de wereld, de schepping van de dwergen en de mensen. Ook vertelt ze over belangrijke gebeurtenissen in de godenwereld en over de dreigende ondergang van de wereld. Aan het einde van haar voorspelling vertelt ze over de onvermijdelijke ondergang van de goden zelf. Zij zullen ten strijde trekken tegen de oeroude reuzen en het gevecht aangaan met twee boosaardige kinderen van de verraderlijke, onruststokende vuurgod Loki: de wolf Fenrir en de afschrikwekkende Midgardslang. De zon zal uiteindelijk uitdoven en de in duisternis gehulde aarde zal door het laatste vuur verteerd worden. Deze kosmische strijd wordt Ragnarok genoemd. Gelukkig vertelt de zieneres ook over de nieuwe prachtig groene wereld die zal verrijzen uit de eindeloze oerzee.

Odin weet dat Ragnarok onvermijdelijk is en dat alles verloren zal gaan. Hij blijft echter rondreizen op zoek naar wijsheid om dit noodlot te voorkomen. Zijn vele reizen leveren hem de bijnaam Wandelaar op. Hij kan ook van gedaante veranderen, zijn lichaam ligt er dan roerloos bij, maar zijn geest reist dan in de gedaante van een vogel, vis of viervoetig dier naar verre landen om daar zijn zaken te behartigen; dit levert hem de naam de Gemaskerde op.

Odin gaat niet altijd zelf op zoek naar kennis, hij heeft enkele dieren om zich heen verzameld die hem constant van nieuwtjes voorzien. Twee raven, Hugin (gedachte) en Munin (geheugen) genaamd, vliegen iedere ochtend over alle werelden heen. Aan het einde van de dag keren ze terug naar Åsgard, landen op de schouders van Odin en fluisteren het nieuws uit alle verschillende werelden in zijn oren.

Odins hang naar meer kennis is zo sterk dat hij zelfs een van zijn ogen afstaat aan de dwerg Mimir, de bewaker van de bron der wijsheid die onder de Levensboom Yggdrasil zit. Om van deze bron te mogen drinken moet Odin een offer brengen: hij offert een van zijn ogen op dat voortaan op de bodem van de bron ligt. Odin krijgt door dit avontuur ook de naam Eenogige. De opperste wijsheid verkrijgt hij door zichzelf te offeren: hij hangt zichzelf negen dagen op aan de Levensboom. Dit levert hem de wijsheid van de runen op, daarmee krijgt hij de beschikking over de magische natuurkrachten. Aan het eind van de negen dagen vol overpeinzingen en ongemak ontvangt Odin de runen.

Naast de associaties met de schepping en kennis wordt Odin ook geassocieerd met oorlog, strijd en de dood. Op zijn achtbenige paard Sleipnir rijdt hij tussen de rijken van de levenden en van de doden. Zoals het een oppergod betaamt, is Sleipnir het snelste paard van de godenwereld, ook heeft het paard alle 24 runen op de tanden. Odin verschijnt vaak met Sleipnir op het slagveld vergezeld door zijn raven Hugin en Munin en zijn twee wolven Geri en Freki. Bij gevechten kijkt hij niet alleen toe, soms veroorzaakt hij ze. Hij doet dat in sommige gevallen door alleen maar zijn magische speer Gungnir neer te gooien, in andere gevallen stuurt hij zijn mooie Walkuren, vrouwelijke krijgers, om het gevecht zodanig te beïnvloeden dat de uitkomst naar zijn wens is. De Walkuren worden door Odin naar de slagvelden gestuurd om heldhaftigste gestorven krijgers uit te kiezen en mee te nemen naar Walhalla waar ze hun tijd tot aan de eindstrijd vechtend en feestend doorbrengen. Odin wil alleen de dapperste en beste krijgers in Walhalla, met hun hulp hoopt hij de eindstrijd te kunnen winnen.

Odin is een woordkunstenaar, een vaardigheid die hij ook in gevechten gebruikt. Hij kan zo vlot praten dat iedereen die naar hem luistert, ervan overtuigd raakt dat alleen wat hij vertelt de waarheid is. Ook kan hij zijn strijders in een dusdanige staat brengen dat zij zonder harnas als dolle honden of wolven vechten, ze worden sterk als beren en vuur noch ijzer kan ze verwonden. Dit wordt berserkerwoede genoemd. Maar ook kan Odin zijn vijanden beïnvloeden, zodat hun wapens bot worden en zij zelf blind, doof of van angst vervuld raken.

Helaas helpen al zijn kennis, magie, vaardigheden en strijders hem niet als Ragnarok aanbreekt: ook Odin gaat ten onder. Hij wordt gedood door de wolf Fenrir, zoals de zieneres hem had voorspeld.

Het wereldbeeld van de oude Scandinaviërs

Het wereldbeeld van de oude Scandinaviërs

De twee Edda’s

De meeste informatie over de Scandinavische mythologie is ons bekend geworden dankzij de in de middeleeuwen op IJsland opgetekende saga’s en twee manuscripten die allebei Edda worden genoemd: de Proza Edda en de Poëtische of Lied Edda. De laatste is het oudst; deze is bewaard gebleven in een manuscript uit de 14e eeuw, dat de Codex Regius wordt genoemd en dat 29 liederen of gedichten bevat waarvan er 11 betrekking hebben op de oudnoordse goden en de overige 18 de zgn. Volsungasaga bevatten waarin de held Sigurd centraal staat. Deze laatste zou je de Scandinavische versie van het Duitse Nibelungenlied kunnen noemen. Naast de Lied Edda is de Proza Edda overgeleverd, ook wel de Jongere Edda genoemd, geschreven door Snorri Sturluson. Deze twee Edda’s vormen samen de belangrijkste bron van kennis over het oudnoordse wereldbeeld, de mythen en legenden.

Het werk van Snorri

De vertel- en dichtkunst werd in de vikingtijd bedreven door zgn. skalden, dichters/zangers die zelfgemaakte of bestaande rijmverhalen en liederen voordroegen, zoals bijvoorbeeld de liederen die in de Lied Edda staan. Deze liederen werden veelal van skald tot skald overgedragen. Snorri Sturluson, een IJslandse hoofdman en geleerde uit de 13e eeuw, wilde na de kerstening van IJsland de traditionele dichtkunst behoeden voor de ondergang en tekende daarom zoveel mogelijk mondeling overgeleverde oude rijmverhalen op. Hij bundelde deze verhalen samen met een handboek van de oudnoordse poëzie met de bedoeling skalden in opleiding een overzicht van mythologische begrippen en verklaringen daarvan te geven, als een soort naslagwerk zou je kunnen zeggen. Zijn boekwerk bestaat naast een proloog over het ontstaan van het geloof in goden uit drie hoofddelen: de zogenaamde Gylfaginning, ‘de begoocheling van Gylfi’, over de wereld van de oudnoordse goden, het scheppingsverhaal en de ondergang; het tweede deel heet de Skáldskaparmál ‘over de dichtkunst’, dit bespreekt de taal van de dichtkunst, terwijl het laatste deel, de Háttatal, versvormen en rijmschema’s behandelt.

Wereldbeeld

Het wereldbeeld van de oude Scandinaviërs is vrij onoverzichtelijk. In de overleverde teksten is er sprake van twee verschillende wereldbeelden die naast en door elkaar heen bestaan, de ene is horizontaal, de andere verticaal. Waar ze het over eens zijn, is dat na Ragnarok, de ondergang, een betere wereld zal verrijzen. In het horizontale wereldbeeld is de aarde rond en plat. In het centrum liggen Åsgard, de godenwereld, en de Yggdrasill, de wereldboom, daaromheen ligt de mensenwereld Midgard. De reuzenwereld Jotunheimen ligt daar weer omheen. Dit alles wordt omringd door een machtige oceaan. Aan de overkant daarvan bevindt zich het rijk van de reus Utgardaloki. Boven de wereld wordt de hemel gesteund door vier dwergen die de windrichtingen verbeelden. Goden, reuzen en mensen leven samen op deze aarde. Diep onder de aarde bevindt zich het dodenrijk Hel. De windrichtingen spelen een grote rol: de dreigingen die Ragnarok zullen veroorzaken komen voornamelijk uit het oosten en het zuiden. Het verticale wereldbeeld onderscheidt een onbekend aantal werelden die boven elkaar bestaan. Snorri zelf noemt negen werelden waarvan Niflhel de onderste is, terwijl de reus Vafthrudnir in de Lied Edda pocht dat hij door negen werelden naar de Niflhel is afgedaald. Ook naar boven toe, boven Åsgard`, zouden nog verschillende hemels bestaan. De brug Bifrost is de verbindende schakel tussen aarde en Åsgard. Wereldboom Yggdrasil verbeeldt de verbinding tussen alle werelden, met vertakkingen naar boven toe en met wortels die op, onder en boven de aarde liggen, bij het dodenrijk Hel, de mensen en de goden.

De goden en andere wezens

De familie van de goden valt uiteen in Asen en Wanen. Deze tweedeling is ontstaan na de schepping van de wereld door Odin, Vili en Ve. Vili en Ve zijn na enige tijd tevreden met hun schepping en willen in de wereld rondtrekken, Odin is nog niet tevreden. Hier splitst de godenfamilie zich in tweeën: de Asen worden de volgelingen van Odin, de Wanen volgen Vili en Ve. De Asen worden veelal geassocieerd met strijd en handel, de Wanen zijn oorspronkelijk vruchtbaarheidsgoden, goden van zee en overvloed en zij worden door de Asen gevreesd vanwege hun magische krachten. De belangrijkste tegenstanders van de goden zijn de reuzen, de Jotner. Er zijn verder ook elfen of alven die vaak op een lijn met de goden gesteld worden. De Lichtalven wonen in een prachtig oord grenzend aan Åsgard. De Zwartalven wonen onder de grond en worden als aardgeesten gezien en vaak in een adem met de dwergen genoemd.