Scandinavische Mythologie: Dwergen

Dwergen (svartalf, zwartelven) spelen een belangrijke rol in Scandinavische mythologie. Ze wonen ondergronds in Svartalfheim, een rijk vol mijnen en labyrinten, en ze zijn pikzwart. Hun bekendste eigenschap is dat ze fantastische smeden zijn, ze maken de beste wapens en de mooiste juwelen. 

In de mythologie wordt verteld dat de dwergen gemaakt zijn uit zand en steen. Als ze blootgesteld worden aan zonlicht vallen ze ook weer uiteen in zand en aarde. Daarom wonen de dwergen ondergronds. In Gylfaginning wordt verteld dat de vier dwergen Norðri, Suðri, Austri en Vestri de hemel op hun schouders dragen. 

Hun status als gedreven ambachtslieden wordt geïllustreerd doordat dwergen verantwoordelijk zijn voor de drie belangrijkste godenartefacten. Zo worden de dwergen Brokk en Eitri genoemd als makers van Thors hamer Mjölnir, Odins armring Draupnir en Gullinbursti, het gouden wilde zwijn van Freyr. Zij maken deze voorwerpen om aan Loki te bewijzen dat zij mooiere dingen kunnen maken dan de dwergen die ‘de zonen van Ivaldi’ worden genoemd. De zonen van Ivaldi hebben bijvoorbeeld Gungnir, de speer van Odin, en Skíðblaðnir, de opvouwbare boot van Freyr gemaakt. 
Helaas voor Loki slagen de dwergen erin om de zonen van Ivaldi te overtreffen, Loki heeft namelijk zijn eigen hoofd ingezet in de weddenschap. Hij weet zich eruit te praten door de dwergen er op te wijzen dat ze zijn nek moeten doorsnijden om zijn hoofd te krijgen, en zijn nek is natuurlijk nooit onderdeel geweest van de weddenschap! De dwergen moeten hem daar gelijk in geven maar laten zijn bedrog niet ongestraft: ze besluiten om zijn mond dicht te naaien zodat hij anderen niet kan bedriegen met zijn woordspelletjes. 
Dwergen zijn ook zeer bedreven in het werken met goud, ze kunnen er zelfs haar van maken. In Skáldskaparmál lezen we hoe de dwergen haar van goud maken, zo fijn als zijde en zo licht dat zelf een vogel het gewicht niet kan voelen. Dit alles omdat Loki als grap het haar van Thors vrouw Sif heeft afgeknipt en alleen haar van goud Sif weer gelukkig kan maken. 
Andere voorwerpen die in de mythologie terugkomen zijn een helm, Huliðshjálmr, met een bijbehorende cape die er voor zorgen dat de dwergen onzichtbaar worden en een ring die vergelijkbaar is met Odins Draupnir. Deze ring is gemaakt door de dwerg Andvari, Waakzaam. 
Andvari leeft onder een waterval en kan zichzelf veranderen in een snoek. Hij heeft een ring gesmeed, Andvaranaut (het geschenk van Andvari) met dezelfde magische eigenschap als Draupnir: ook uit deze ring komen elke negende dag acht nieuwe ringen. Andvari is schatrijk geworden. Op een dag wordt Andvari in zijn gedaante als snoek gevangen door Loki die op zoek is naar goud. Loki eist al het goud van Andvari en in zijn hebzucht pakt hij ook de ring. Andvari vervloekt de ring en zijn schat: iedereen die de volledige schat bezit, zal sterven.
Er zijn ook dwergen beroemd (of berucht) geworden om andere dingen dan de voorwerpen die ze maken. Fjalar en Galar, bijvoorbeeld. Zij besluiten om de reus Kvasir te vermoorden om zijn kennis te stelen, zijn bloed mengen ze met honing om mede te maken. Ieder die deze mede drinkt, wordt dichter of geleerde. De dwergen raken de mede kwijt als ze de reus Gilling en zijn vrouw vermoorden. Suttung, de zoon van Gilling, ontdekt dat Fjalar en Galar zijn ouders hebben vermoord en bedreigt de dwergen. Om hem te sussen bieden Fjalar en Galar Suttung de magische mede aan. Suttung verstopt de mede middenin een berg en laat zijn zus Gunnlod de mede bewaken.
Een andere beroemde dwerg is Alviss, Alwijs. Zijn verhaal is een tragisch liefdesverhaal. Thrud, de mooie dochter van Thor, is als vrouw beloofd aan Alviss. Thor wil echter niet dat Thrud met een dwerg trouwt, hij eist dat Alviss eerst bewijst dat hij echt alwetend is. Alviss stem toe, verblind door liefde voor Thrud. Thor begint vraag na vraag af te vuren op Alviss, de vragen gaan over alle werelden, over de zee, de hemel, de aarde, het duurt zo lang dat de ochtend aanbreekt en Alviss verrast wordt door het zonlicht waardoor hij in steen verandert. 
Er is ook nog een aantal andere dwergen uit de Scandinavische mythologie eeuwen later beroemd geworden. Het is geen geheim dat Tolkien geïnspireerd is geraakt door de Scandinavische mythologie. Hij studeerde in 1915 af in Engelse filologie (taalkunde die zich op dode talen richt) met Oud-noords als extra vak. De namen die hij geeft aan zijn dwergen in De Hobbit, komen rechtstreeks uit Völuspá: Thorin met het Eikenschild, Dvalin, Bifur, Bofur, Bömbur, Nóri, Óinn, Thrór, Thrain, Fíli en Kíli. Zo leeft de Scandinavische mythologie ook in moderne media en literatuur voort. 

Het getal 3 in de Scandinavische mythologie

In bijna alle culturen wordt aan bepaalde getallen symbolische betekenissen toegekend. Deze verschillen in diverse culturen. In Nederland zien we dat terug bij het getal 11, dat veel mensen als het gekkengetal zien. Carnaval begint (dan) ook op de 11e dag van de 11e maand. Het getal 13 zien we collectief als het ongeluksgetal en als de 13e dag van een maand op een vrijdag valt, hebben we helemaal de poppen aan het dansen! Wat maakt getallen zo bijzonder?

Getalstelsels

Er zijn verschillende redenen waarom we bepaalde getallen belangrijk of herkenbaar vinden, zo maken wij gebruik van het tientallig stelsel, dat is terug te herleiden naar onze twee handen met elk 5 vingers.

Niet iedereen maakte echter gebruik van deze handigheid, de Babyloniërs gebruikten een zestigtallig stelsel dat ze van de Sumeriërs hadden geleend. Dat klinkt in eerste instantie heel lastig, maar wij maken daar nu ook nog steeds gebruik van bij onze uren en minuten. Een uur heeft immers 60 minuten en een minuut bestaat uit 60 seconden. Ook gebruiken we het zestigtallig stelsel om cirkels te verdelen in 6 x 60, dus 360 graden. Het getal 60 is een ‘hogelijk samengesteld getal’ dat houdt in dat het getal deelbaar is door meer getallen dan elk kleiner positief getal. 60 is deelbaar door 12 getallen, terwijl 100 slechts deelbaar is door negen getallen. Dit maakt 60 een goed getal om voor tijdsindeling te gebruiken.

Het principe van de cirkel komt ook van de Sumeriërs, zij rondden het aantal dagen in een jaar af op 360 en gebruikten daar het symbool van een cirkel voor. Door de verdeling van jaar en een cirkel in 360 delen schuift de aarde in een dag ongeveer één graad verder in zijn baan om de zon.

Symboliek in het getal 3

Uit dit uitstapje naar getalstelsels blijkt dat wat wij als normaal zien al duizenden jaren bestaat. Ook symbolische betekenissen van getallen kennen vaak een lange geschiedenis, zo vinden we beschrijvingen van getallen in de bijbel, de koran en in verschillende mythologieën. In de Scandinavische mythologie lijkt vooral het getal 3 speciaal. Dit getal komt in veel culturen en teksten terug. In de Griekse mythologie wordt het getal 3 gezien als het toppunt van volmaaktheid. Ook in het Oude en Nieuwe Testament verschijnt het getal 3 regelmatig, denk aan de 3 wijzen uit het Oosten, maar ook als de symbolische voorstelling van de Heilige Drie Eenheid.

Het getal 3 zien we in de Scandinavische mythologie vaak als een drie-eenheid: de wereldboom Yggdrasil heeft 3 wortels, er zijn 3 x 3, werelden, Loki heeft 3 kinderen gekregen van de jötunn (reus) Angrboða: Hel, de wolf Fenrir en de Midgardslang Jörmungandr. Odin heeft nog twee broers, Ville en Ve. En trollen hebben altijd 3, 6 of 9 neuzen!

Ook in verhalen komen groepen van 3 vaak voor. In Gylfaginning gaat Gylfi naar een paleis, daar ziet hij 3 tronen boven elkaar, met 3 mannen erop: De Hoge, Evenhoog en Derde. Er wordt ook verteld dat voor Ragnarök er 3 opeenvolgende strenge winters zullen komen, zonder zomer ertussen. Dit wordt de Fimbulwinter genoemd.

We zien het getal 3 ook gebruikt worden als een magisch getal: zo wordt Loki vastgebonden met de ingewanden van zijn zoon en worden de ingewanden 3maal om de steen heen gedraaid. Tyr bindt de kaken van Fenrir door het touw er 3 maal omheen te slaan.

In veel mythologieën komen goden of godinnen in een godentriade voor, de 3 Nornen zijn daar een voorbeeld van, net zoals de 3 moedergodinnen Freyja, Frigg en Skaði. In de Keltische mythologie vormt de triade Badb, Macha en Emain de oorlogsgodin die de Mórrígan genoemd wordt. In het oude Egypte hadden verschillende steden een triade, een bekend voorbeeld is de triade van Heliopolis die bestaat uit Osiris, Isis en Horus.

De socioloog Georges Dumézil zag gelijkenissen tussen de godentriaden van vele Indo-Europese culturen. Volgens hem zou Indo-Europese godentrias de 3 maatschappelijke lagen vertegenwoordigen: de heersende klasse, de krijgersklasse en de boerenklasse. In deze theorie passen Odin, Freyr, en Thor, zij worden ook als een triade gezien. Odin is de god van de lucht, dood, poëzie en oorlog, Freyr is de god van de zomer en vruchtbaarheid en Thor is de dondergod en god van verwoesting.

Ik begon dit stuk met het huidige ongeluksgetal 13, ook dat heeft een lange geschiedenis. Als eerste kennen we het ongeluksgetal van het laatste avondmaal, waar Jezus voor het laatst met zijn 12 apostelen aan tafel zit. Ook in de Romeinse tijd lezen we over 13 als een getal dat ongeluk en verwoesting brengt en in de Middeleeuwen wordt verteld dat een heksencoven uit dertien personen bestaat. In de Scandinavische mythologie tenslotte, is Baldr samen met 11 andere goden op een feest. Nadat Loki als dertiende god binnenkomt, loopt het uit de hand: een streek van Loki veroorzaakt de dood van Baldr.

Om de cirkel helemaal rond te krijgen: vrijdag is een ongeluksdag door Goede Vrijdag, toen Jezus werd gekruisigd, daarnaast voerden de Romeinen en later ook de Engelsen doodvonnissen op vrijdag uit. In 1307 werden op vrijdag de 13e alle Tempeliers opgepakt op bevel van Philip de Schone, dit bleek de opmaat voor de uiteindelijke vernietiging van de orde van de Tempeliers. Met recht een ongeluksdag dus.

Raadsels en wedstrijden

Raadsels en wedstrijden

In de Scandinavische mythologie en saga’s lezen we vaak over wedstrijden en raadsels die opgelost moeten worden. Verschillende goden gaan om verschillende redenen wedstrijden aan.

Odin is altijd op zoek naar meer wijsheid. In de Vaftrudnismál wil Odin op bezoek bij de reus Vaftrudnir ‘Sterke Mangelaar’, die aloude kennis zou bezitten. Odin vraagt Frigg om advies en om hem de weg te wijzen. Frigg waarschuwt hem dat Sterke Mangelaar de machtigste reus is die zij kent en dat niemand tegen hem opgewassen is. Odin is verblind in zijn hunkering naar kennis en gaat toch. Eenmaal aangekomen bij Sterke Mangelaar doet hij zich als een gewone reiziger voor en daagt hij de reus uit door te vragen of hij wel zo alwetend is als altijd beweerd wordt. De reus hapt toe en zegt: ‘Nooit kom jij heelhuids uit mijn hal, als je kennis niet groter is!’

De reus bepaalt eerst met vier vragen of zijn tegenstander het waard is om een strijd mee aan te gaan. Hij stelt vier vragen over mythische gegevens, bijvoorbeeld hoe de rivier heet die de grond deelt tussen goden en reuzen.

Nadat de vier vragen naar behoren zijn beantwoord, wil de reus de strijd aangaan met als inzet hun leven. Odin stelt nu twaalf vragen over het oerverleden en de scheppingsmythe. De reus weet ze allemaal te beantwoorden. De reus benadrukt veel gereisd te hebben en weet zelfs de vragen over de godenwereld en Ragnarok, het einde van de wereld, te beantwoorden. Uiteindelijk is Odin hem te slim af, en maakt zichzelf bekend, met de laatste vraag: ‘Wat fluisterde Odin in het oor van zijn zoon toen die op de brandstapel lag?’ Hierop moet de reus het antwoord schuldig blijven, hij verzucht: ‘Ik deelde met Odin mijn talig talent altijd zal jij de wijste blijven.’

Met deze wedstrijd leert de lezer een hoop over de mythologie en het wereldbeeld van de oude Scandinaviërs.

In Alvismál ‘Het lied van Alwijs’ is het Thor die een wedstrijd aangaat met de dwerg Alwijs. Alwijs wil graag de dochter van Thor trouwen, maar Thor wil eerst zijn wijsheid testen. De vragen die Thor stelt, zijn heel anders dan de vragen die Odin aan de reus stelt. Thor vraagt van Alwijs om synoniemen te geven van begrippen als de hemel, de maan en de zon. Thor gaat zolang door met het stellen van vragen dat de dwerg verrast wordt door het zonlicht en versteend. Zowel de vragen van Thor aan Alwijs als de vragen van Odin aan de reus zijn door Snorri Sturluson gebruikt in zijn Proza-Edda waarin hij de godenwereld en de taal van de dichtkunst beschrijft.

In Hervarar Saga ok Heidreks gaat Odin een raadselwedstrijd aan met een koning genaamd Heidrek. Odin is ook hier in vermomming en heeft de gedaante aangenomen van de ter dood veroordeelde boer Gestumblindi. Als hij een raadsel opgeeft dat Heidrek niet kan oplossen, zal hij niet sterven. De raadsels in deze saga zijn echte raadsels. Dit in tegenstelling tot Vaftrudnismál en Alvismál waar puur kennisvragen gesteld worden. In Hervarar saga vinden we raadsels als deze:

“Wat zie ik voor wonderlijks buiten bij de deur van Delling; met acht voeten en vier ogen, en knieën die boven zijn buik torenen? Overdenk dit raadsel, prins Heidrek!” “Spinnen,” antwoordt de koning.”

“Wat zie ik voor wonderlijks buiten bij de deur van Delling; zijn hoofd wendend tot Hel beneden, maar met zijn voeten altijd zoekend naar de zon? Overdenk dit raadsel, prins Heidrek!” “Dit is een goed raadsel, Gestumblindi,” zegt de koning. “Ik heb het geraden. Het is de prei, zijn hoofd zit altijd stevig in de grond, maar vertakt zich boven de grond.”

De laatste vraag die Odin vermomd als Gestumblindi aan Heidrek stelt, is hetzelfde als de laatste vraag in Vaftrudnismal, Heidrek kan het antwoord hierop nooit weten.

Hieruit blijkt maar weer dat het altijd een groot risico is om een wedstrijd aan te gaan, je weet immers maar nooit of je met een vermomde god te maken hebt.

Filmrecensie: Thor

Thor

Eind april is de film Thor in de Nederlandse bioscopen gaan draaien. Voordat u besluit of u deze film gaat zien, is het fijn wat meer te weten over de achtergrond van de film. Mogelijk is het namelijk niet het soort film dat u in eerste instantie verwacht.

De film Thor is gebaseerd op een serie stripboeken van Marvel Comics. Het karakter Thor verscheen voor het eerst in 1962 toen de makers verlegen zaten om een personage dat nog sterker was dan De Hulk. Ze bedachten toen dat ze een echt sterk personage het beste in de godenwereld konden zoeken en kozen uiteindelijk voor de god Thor omdat het imago van de Vikingen, woest en wild met lange baarden en helmen met hoorns, hun aansprak. Hij kreeg al vrij snel zijn eigen serie, waarin nog steeds nieuwe delen verschijnen nog steeds.

Hoewel Thor gebaseerd is op de gelijknamige Oudnoordse god, is hij ook een superheld vergelijkbaar met Superman. Superman is een gewone, wat onhandige jonge journalist die kan veranderen in Superman. Stripheld Thor is een arrogante tiener die door zijn vader Odin verbannen wordt uit Asgard om hem wat menselijkheid te leren. Hierbij worden al zijn herinneringen aan de godenwereld gewist en leeft hij als Donald Blake onder de mensen. Als Thor uiteindelijk de Dodenhamer vindt, ontdekt hij dat hij hiermee in Thor kan veranderen en wordt hij een superheld.
Later in de stripserie wordt er steeds meer een sciencefiction-draai aan het verhaal te geven. De strips zijn net als de film een mengeling van de Scandinavische mythologie, het derde principe van Arthur C Clarke (‘een zeer geavanceerde technologie is voor de leek niet te onderscheiden van magie’) en pseudowetenschappelijke boeken zoals Waren De Goden Astronauten? van Erich von Däniken. In de film is het idee dat datgene wat wij de Noordse Goden noemen, eigenlijk een veel geavanceerdere buitenaardse/interdimensionale beschaving is. Vroeger stonden deze Asgardians in verbinding met de Aarde, waar ze de directe bron waren van de Noordse Mythologie. Jarenlang hebben ze geen contact gehad met aarde maar nu komen ze weer terug.

Gelukkig zijn er dus ook nog overeenkomsten met de mythologie en kunnen kenners nog redelijk veel elementen en karakters herkennen. Natuurlijk hebben we vader Odin en duikt onruststoker Loki ook in deze film op. Broer Loki is de reden dat Thor uit Asgard naar de aarde verbannen wordt. In de film moet Thor strijden tegen de Destroyer (de Vernietiger), een monster dat door Loki is gecreëerd. Als hij de Destroyer verslagen heeft, zal hij zijn hamer Mjolnir en zijn krachten terugkrijgen. Daarnaast heeft Heimdall, de wachter van de goden met het bovennatuurlijke zicht en gehoor, een rol in de film. Hij bewaakt de Regenboogbrug die ook in de mythologie voorkomt. In Amerika was veel te doen over het feit dat Idris Elba, een zwarte acteur, deze rol kreeg. Een van de andere Asgardians wordt overigens door een Japanse acteur gespeeld. Het feit dat het hier dus niet om de klassieke Noordse goden gaat maar een interpretatie, leek aan deze mensen voorbij te zijn gegaan.

​De film wordt geregisseerd door Kenneth Branagh, de gelauwerde Shakespeare-acteur en regisseur. Hij speelde ook de hoofdrol in de BBC-adaptatie van de Wallander-boeken. Uit deze serie nam hij acteur Tom Hiddleston mee, die in Thor de rol van Loki vertolkt. Branagh heeft in interviews gezegd dat hij vooral door de Shakespeariaanse intriges tussen de ‘goden’ aangetrokken werd. Met een acteur als Anthony Hopkins in de rol van Odin belooft dat veel goeds.

​Alle superheldenfilms van Marvel, waar Thor dus een van is, zijn met elkaar verweven. Eerdere films waren Iron Man, Hulk en Captain America. De verhaallijnen van alle superhelden zullen in de loop van 2012 samenkomen in de film The Avengers, waar volgens de geruchten Loki wederom de schurkenrol in zal vertolken.

Als u van actiefilms over superhelden houdt, zal Thor u zeker aanspreken, de verwijzingen naar de Scandinavische mythologie zullen de film dan alleen maar leuker maken. Houdt u niet van dit soort films dan kunt u Thor met een gerust hart links laten liggen.